Brits echtpaar zoekt embryo uit om broertje te genezen

Een Engels echtpaar met een zoon met een ernstige bloedafwijking mag een kind krijgen dat speciaal uitgezocht is om de zieke broer te helpen. Dat besloot de Britse Autoriteit voor Bevruchting en Embryologie afgelopen vrijdag. Het is de eerste maal dat in Europa toestemming is gegeven voor een dergelijke behandeling.

Zain, de driejarige zoon van Shahana en Raj Hashmi uit Leeds, heeft thalassemie, een aangeboren bloedziekte. Hij maakt alleen misvormd hemoglobine aan en heeft daarom ernstige bloedarmoede: zonder behandeling overlijdt de peuter als hij vijf of zes jaar oud is. Hij krijgt nu medicijnen en eens per drie weken een bloedtransfusie. Daarmee is de ziekte te bestrijden, maar genezen kan alleen door beenmergtransplantatie of met stamcellen uit de navelstreng van een gezonde baby. Die laatste therapie zal Zain Hashmi ondergaan. De gezonde stamcellen moeten wel genetisch aansluiten bij het afweersysteem van de ontvanger. Bij de vier andere kinderen is dat niet het geval.

Het echtpaar Hashmi heeft nu toestemming gekregen om een embryo – dat met IVF verwekt wordt – met de juiste genetische eigenschappen uit te zoeken. Daarvoor moeten één of twee cellen van het embryo worden verwijderd, zodat het DNA geanalyseerd kan worden. Een geschikte embryo (achttien procent van het totaal) zal in de baarmoeder van Shahana Hashmi worden geïmplanteerd.

In de VS werd anderhalf jaar geleden al een meisje met een andere bloedafwijking behandeld met navelstrengcellen van een broertje dat speciaal daarvoor werd geboren. In Nederland mogen nog geen kinderen uitgezocht worden om als medicijn te dienen, maar IVF-embryo's kunnen in het academisch ziekenhuis van Maastricht al wel vóór de implantatie op genetische ziektes worden onderzocht. Vraag naar tests op thalassemie is er niet.

De Leidse bloedarmoede-arts P.C. Giordano ziet naast ethische ook technische bezwaren tegen de screening: ,,Het is nog niet duidelijk of de embryo-tests op latere leeftijd afwijkingen veroorzaken.'' Hij vindt dat meer de nadruk gelegd moet worden op preventie van thalassemie, door dragers beter te herkennen. In Nederland worden per jaar slechts veertig baby's met deze vorm van bloedarmoede geboren. ,,Huisartsen in Nederland denken dat de ziekte nauwelijks voorkomt, maar onder niet-Nederlanders is thalassemie een vaker voorkomende afwijking: één op de vijftien allochtone huisartsbezoekers is drager.''