Bellen zonder standaard

Europa koos voor gsm. Japan heeft pdc en in de VS werd de keuze voor een standaard voor mobiel bellen aan de bedrijven overgelaten. Een protocolaire lappendeken, die langzaam uitgroeit tot een wereldwijd dekbed.

Hoeveel mobiele telefoons moet een mens bij zich hebben om overal en altijd bereikbaar te zijn?

Één exemplaar, zeggen onderzoekers van Bell Labs, het gezaghebbende laboratorium van het Amerikaanse Lucent. In Bell Labs werd vorig jaar software ontwikkeld waarmee mobieltjes op verschillende netwerksystemen kunnen worden aangesloten. Daardoor wordt het mogelijk om met een `Europees' toestel te bellen in de Verenigde Staten.

Wie nu denkt dat hij straks zijn mobiel met een leuk softwareprogramaatje kan upgraden zal worden teleurgesteld. Zoals bij elke technologische vooruitgang kan het oude mobieltje de prullenbak in. In verschillende landen worden voor mobiel bellen namelijk niet alleen verschillende protocollen gebruikt – het probleem dat door Bell Labs nu is aangepakt – maar ook verschillende frequentiehoogtes.

Bovendien heeft het er alle schijn van dat de vinding van Bell Labs het laboratorium voorlopig niet zal verlaten. Geld is het laatste wat – de veelal met miljardenschulden overladen – telecombedrijven op dit moment hebben.

Het tijdperk van ècht overal met één mobieltje kunnen bellen is dus nog niet begonnen. Maar het komt wel dichterbij. Waren er vijf jaar geleden nog een tiental protocollen en evenzoveel telefoontypen, inmiddels is dat tot een drietal teruggebracht: gsm (begonnen in Europa en overgenomen in grote delen van de wereld), pdc (de Japanse standaard) en cdma (het dominante protocol in de Verenigde Staten en Zuid-Korea).

Ook deze standaarden, zegt manager regelgeving Walter Kroeze van Ericsson Nederland, zullen naar elkaar toegroeien. ,,Je ziet hier absoluut convergentie. Verschillen tussen protocollen kunnen steeds vaker in het mobiele toestel zelf worden opgelost. Verschillende toestellen, die gebruik maken van verschillende protocollen en frequenties, worden als het ware in elkaar geschoven tot één apparaat.''

Die ontwikkeling is volgens Kroeze mogelijk dankzij betere batterijen, waarvan de levensduur langer wordt, en kleinere elektronica, waardoor verschillen eenvoudig met software kunnen worden overbrugd. ,,Zo'n geïntegreerd toestel heeft veel meer rekencapaciteit en energie nodig'', zegt Kroeze. Ook is het belangrijk dat toestellen handzaam blijven, dus niet te zwaar of te groot.

In de Verenigde Staten is de behoefte aan zulke supertoestellen veel groter dan elders. Terwijl Europa en een groot deel van de wereld het eens werden over het gebruik van één protocol (gsm), werd in het land van vrijheid de keuze voor een standaard aan de bedrijven zelf overgelaten. Het resultaat was een protocolaire lappendeken.

De Amerikaanse telecommarkt is als gevolg hiervan minder goed tot ontwikkeling gekomen, terwijl telecombedrijven in Europa een voorsprong hebben opgebouwd. In de VS wordt op afgelegen plekken nog steeds gebeld met AMPS, een van de eerste – analoge – protocollen voor mobiele telefonie. Dit is ook de standaard in Turkmenistan en dunbevolkte gebieden in Australië.

Gsm kreeg vorig jaar alsnog een onverwacht sterke impuls in de VS. Telecomreus AT&T besloot zijn divisie voor mobiele telefonie te laten overschakelen op de Europese standaard. Maar wel op een andere frequentieband (1900 Megahertz) dan wat in Europa gebruikelijk is (900 en 1800 Mhz). Inmiddels zijn er `triple band' toestellen die op al deze frequenties werken.

Het maken van internationale afspraken over standaarden en frequenties is niet eenvoudig. Zelden wordt er overeenstemming bereikt over één standaard. Zo is internationaal voor `de derde generatie' telefonie, die mobiel internetten mogelijk moet gaan maken, een `familie' van standaarden afgesproken, aangeduid als IMT-2000. Umts, de standaard waarvoor Europa gekozen heeft, is onderdeel van die familie. Maar Umts wordt dus niet dè standaard die alle andere standaarden overbodig maakt, zoals vaak wordt aangenomen. ,,Er blijven allerlei varianten bestaan die niet per se op elkaar hoeven aan te sluiten'', zegt Ginus Tiemessen, directeur van telefoonwinkelketen Belcompany.

In bepaalde opzichten wordt het alleen maar minder overzichtelijk voor de consument. De mobiele telefoon lijkt steeds meer op een kleine computer met een compleet besturingssysteem. Er zijn verschillende bedrijven die zulke mini-systemen maken. ,,Iedereen probeert zijn variant tot standaard te verheffen'', zegt Tiemessen. Iedereen wil straks zijn wat Windows (van Microsoft) nu is voor de pc.

De onderhandelingen over de internationale verdeling van frequenties binnen de International Telecommunications Union (ITU), zijn zeer ingewikkeld. De historisch gegroeide verschillen in gebruik van de frequenties in de verschillende regio's in de wereld zijn groot. Het ruilen van frequentiebanden, zodat ze internationaal beter op elkaar zijn afgestemd, gebeurt wel, maar op kleine schaal. Het is namelijk een kostbare operatie. Alle apparatuur in het netwerk moet bij een herverdeling opnieuw worden ingesteld op nieuwe frequenties. Daarnaast zijn de discussies tussen de verschillende landen soms zeer politiek beladen. Conflicten, bijvoorbeeld, tussen Israël en de Arabische wereld spelen zelfs in zo'n organisatie een rol. ,,Daarom gaat alles ook zo langzaam'', zegt Kroeze.

Frequenties worden vaak al gebruikt voor militaire doeleinden of voor publieke omroepen. In de VS is sinds de aanslagen van 11 september discussie ontstaan omdat het Amerikaanse leger minder makkelijk doet over het ruilen of eventueel ter beschikking stellen van zijn frequentiebanden. De telecomsector is volledig ondergeschikt gemaakt aan nationale defensie .

Het is een kwestie van tijd voordat toestellen op de markt komen die meer frequentiebanden èn verschillende netwerkprotocollen aankunnen. In jargon: `multiband-multimode' telefoontjes. Of deze op grote schaal zullen worden geproduceerd is echter de vraag, zegt Kroeze. ,,Hoeveel doorsnee consumenten reizen geregeld op en neer tussen Europa en de VS? Zoveel wereldreizigers zijn er niet. Maar als er genoeg vraag onstaat, komen dit soort toestellen vanzelf.''