Voor altijd Hugo

De onsterfelijke Victor Hugo, die op 26 februari zijn 200ste verjaardag viert, is een held van de populaire cultuur, aldus Pieter Steinz.

De goden van de literatuur worden in Frankrijk flink vereerd, maar er is maar één schrijver aan wie ooit een Asterix-album werd opgedragen: Victor Hugo, de negentiende-eeuwse dichter-ziener die vermeld wordt op het titelblad van Astérix chez les Belges (1977). Het is een passend eerbetoon, want de onsterfelijke Hugo, die aanstaande dinsdag zijn 200ste verjaardag viert, heeft veel betekend voor de populaire cultuur. Alleen al van zijn middeleeuwse melodrama Notre-Dame de Paris (1832) werden vijf speelfilms gemaakt, waaronder de recente Disneybewerking met een zeer knuffelbare bochelaar en een atypisch happy end. En dan was er het verbazingwekkende wereldwijde succes van de musicalbewerking van Les misérables (1862), Hugo's 1400 pagina's tellende epos over de Franse onderklasse dat al vijftien jaar lang garant staat voor een gezellig avondje uit.

Gelukkig maar, want zonder hulp van film, strip en musical zou Hugo (1802-1885) waarschijnlijk nog weinig worden gelezen – de aartsromanticus van de Franse literatuur is zoals een criticus het uitdrukte `begraven in zijn roem'. Ten onrechte, want hoewel zijn filosofische en mystieke poëzie gedateerd aandoet en zijn tientallen toneelstukken niet meer worden gespeeld, behoren zijn twee grote romans tot de leesbaarste klassieken van de negentiende eeuw. Les misérables kost tijd (en enige behendigheid om de sociaal-politieke uitweidingen te omzeilen), maar je wordt beloond met onder meer een spannend verhaal over een aandoenlijke en ondernemende ex-galeiboef en een zielig weesmeisje dat toch nog goed terechtkomt. Notre-Dame de Paris (dat bekender is onder de inventief vertaalde titels De klokkenluider van de Notre-Dame of The Hunchback of Notre-Dame) is niet alleen een opvallend geestige historische roman over de late middeleeuwen, maar ook een ontroerend verhaal over een hopeloze liefde.

Hoofdpersoon van Notre-Dame de Paris, een van de eerste historische romans van de Franse literatuur, is Quasimodo (`that name rings a bell' luidde ooit een graffito op een Londense muur). Hij is gebocheld en oerlelijk, en wordt verliefd op de gracieus dansende zigeunerin Esmeralda, die het hof wordt gemaakt door de legerkapitein Phoebus. Stof genoeg voor een roman, maar de plot komt pas goed op gang als de corrupte priester Frollo, Quasimodo's boze stiefvader, ook zijn zinnen zet op Esmeralda, en na Phoebus te hebben neergestoken Esmeralda van de misdaad beschuldigt. Het loopt voor alle betrokkenen verkeerd af, volgens Hugo zelfs voor het enige personage dat overleeft: ,,Ook Phoebus van Châteaupers vond een tragisch einde; hij trouwde.'

In zijn voorwoord bij Notre-Dame de Paris vertelt Hugo over het woord ANANKE (noodlot) dat hij ooit op de muur van een toren van de kathedraal aantrof. ,,Dat woord is het waarop dit boek is gemaakt', schrijft hij, en dat geldt ook voor Les misérables, dat door toeval wordt geregeerd. Maar Notre-Dame de Paris is bovendien gebouwd op Hugo's liefde voor de middeleeuwse architectuur, en zijn vermogen een drama met fijnzinnige ironie te vertellen. Neem alleen al de gruwelijke dood van Frollo, die door Quasimodo van de toren wordt gegooid: een gotische scène als slot van een roman over een vroeg-gotische kerk.

Pieter Steinz: ps@nrc.nl