Verzekeren is uit

Jarenlang stonden de grote verzekeraars borg voor gestaag stijgende beurskoersen. De klad zit er nu in. En niet zonder reden.

Elsevier, Akzo Nobel en TPG. Drie grote bedrijven uit de AEX-index kwamen deze week met jaarcijfers. Maar de grootste schokgolf op de beurs kwam op het conto van Fortis. De bank- en verzekeringsinstelling kwam drie weken voor zijn jaarcijfers met een winstwaarschuwing. De tweede onheilsboodschap binnen drie maanden degradeerde alle beursgenoteerde verzekeraars tot de grootste verliezers van de week. Fortis zelf maakte de grootste smak: 10,2 procent eraf. ING volgde met 8,7 procent en Aegon verloor 7,6 procent.

Slechte beleggingen en onbetrouwbare schuldenaren noopten Fortis tot het winstalarm. Het betreft niet een op zich zelf staand incident. De waarschuwing van Fortis is exemplarisch voor de gehele verzekeringsbranche en tart alle financiële instellingen al een paar jaar. Sinds eind 1998 heeft Aegon, vooral sterk in levensverzekeringen, de helft van zijn waarde in rook zien opgaan. Fortis verloor ruwweg een derde en de koers van ING heeft sindsdien geen meter terrein gewonnen.

Belangrijkste reden is het belabberde beursklimaat. De consument parkeert zijn financiële risico's bij verzekeraars. De massieve stroom premies wordt voor een groot deel belegd, dat is een belangrijk onderdeel van het verzekeringsambacht. Het maandelijks binnengulpende kapitaal geeft beleggingsdwang. En dat is niet leuk op markten die sinds de lente van 2000 naar beneden razen.

Een groot deel van de beleggingen van verzekeraars is voor risico van de polishouder. Dat lijkt een meevaller. Maar ook hier wordt de pijn gevoeld. Verzekeraars opereren hier als vermogensbeheerders. Het geld moet verdiend worden met provisies. De commissies zijn afhankelijk van de omvang van het beheerde vermogen. De dalende beurskoersen hebben een behoorlijke hap uit de portefeuilles genomen. Daarnaast zitten steeds minder consumenten nog te wachten op dergelijke producten. Huisje kopen? Ja, graag, maar niet met een beleggingshypotheek.

Het geld dat wel voor eigen risico wordt belegd, vormt bij de meeste verzekeraars de hoofdmoot van de beleggingen. De winsten of verliezen hierop worden door iedere verzekeraar weer anders behandeld. Aegon berekent een gemiddelde over dertig jaar, financieel directeur C. Maas van ING verkoopt in december nog wat extra aandeeltjes als de beleggingsopbrengst niet op 15 procent ligt en Fortis heeft niet echt een beleid als het gaat om beleggingswinsten.

Die opbrengsten vormen niettemin een belangrijk winstmotor. Volgens Diane Griffioen, analist bij zakenbank Dexia, vertegenwoordigt de beleggingswinst bij ING en Aegon circa een vijfde van het groepsresultaat. Bij Fortis was het over geheel 2000 zelfs zo'n 30 procent. ,,Fortis heeft minder ruimte dan Aegon en ING om zijn winst op peil te houden door middel van het realiseren van beleggingswinsten. Aegon heeft nog genoeg in portefeuille voor tenminste de komende zes jaar.''

De belegger lijkt door de verschillende boekhoudmethodes heen te kijken. Ook al houden de concerns hun beleggingswinsten ook dit jaar op peil, op de beurs worden de fondsen gestraft voor de misère die in de portefeuilles schuilt.

Er is nog een grote kracht die sinds begin dit jaar de verzekeraars in het hart treft: Enronitis. De plotselinge ondergang van de Amerikaanse energiehandelaar heeft de markt voor bedrijfsleningen opgeschud. Het vertrouwen in de verhandelbare leningen is beschaamd, de risico-aversie gegroeid. Waren vroeger vooral de banken het haasje in slechte economische tijden, tegenwoordig lenen ondernemingen steeds meer op de kapitaalmarkt. De bank begeleidt de uitgifte van een bedrijfsobligatie, vangt zijn fee en vertrekt. De verzekeraars zijn naast andere grote beleggers de tegenpartij en nemen de obligaties af. Aegon bezit voor circa 80 miljard euro bedrijfsobligaties. Aan Enron werd 345 miljoen euro geleend. Daarmee stevent de verzekeraar op de grootste Enron-strop af van alle Nederlandse financiële instellingen.

Over langere termijn is Aegon de grootste daler, afgezet tegen collega's ING, Fortis en ABN Amro. Aegon is ook het meest verzekeraar van allemaal. Beleggers moeten bijna vijf jaar geleden zijn ingestapt willen zij een beter koersrendement hebben geboekt dan beleggingen in de andere financiële spelers. Na 1997 bungelt Aegon onderaan in de statistieken.

ING volgt op de voet. Sinds de aankoop van twee grote Amerikaanse verzekeraars in 2000 is het bedrijf voor circa tweederde verzekeraar en voor eenderde bank. Fortis is half bank en half verzekeraar. Deze week trekt het concern aan het kortste eind, maar sinds begin 2000 presteert het aandeel nog altijd als een na beste.

ABN Amro ten slotte heeft nauwelijks verzekeringsactiviteiten. Ondanks de lage plaats die het bedrijf inneemt bij zijn zelf gekozen peer group waartegen het rendement wordt afgezet, presteert de bank als beste van de Nederlandse financiële waarden. Deze week, dit jaar, maar ook al sinds eind 1998. Alleen de belegger die vier jaar geleden of eerder in een verzekeraar stapte, doet het beter. Verzekeren is uit, en niet zo'n beetje ook.