Van een rustig erebaantje is nu geen sprake meer

De gemeentesecretaris leidt het ambtenarenapparaat en is adviseur van het college. Worstelen met personele en politieke gevoeligheden.

Achteraf bezien zijn de verwikkelingen rond het gemeentehuis veelzeggend geweest. De dorpen Haastrecht, Stolwijk en Vlist moesten na de gemeentelijke herindeling in 1985 als één gemeente verder. De plaats van het gemeentehuis was meteen al een probleem. Het conflict tussen de nagenoeg even grote dorpen Haastrecht en Stolwijk leidde tot een compromis dat elk deskundig advies tartte: het bestuurlijke centrum bleef zitten in het oude Haastrechtse raadhuis, het ambtenarenapparaat werd ondergebracht in een nieuw gemeentekantoor te Stolwijk, op enige kilometers afstand van de bestuurders.

Gerard Wieckardt (56), oud-gemeentesecretaris van Vlist, moest pendelen tussen beide kantoren. Zijn tweeëntwintigjarige loopbaan als gemeentesecretaris strandde halverwege. Sedert ruim een jaar is Wieckardt secretaris af. De gebeurtenissen die leidden tot zijn vertrek, vormen een gecompliceerde geschiedenis, waarin lokale naijver, mondige ambtenaren en eigengereide bestuurders een rol spelen. Volgens de reconstructie van de gebeurtenissen van Wieckardt vonden de spanningen een uitweg toen de ambtenaren voor het eerst een ondernemingsraad kregen, waarin het personeel zich luid manifesteerde. Wieckardt zat tussen twee vuren. Het gemeentebestuur wilde niet tegemoet komen aan de lange lijst werknemerseisen en verzocht de secretaris de boel te sussen. De ambtenaren vonden dat Wieckardt zich sterk moest maken voor hen.

De gemeenteraad riep uiteindelijk een extern organisatieadviesbureau te hulp om uit de patstelling te geraken. De hele organisatie had begeleiding en een communicatiecursus nodig, luidde het advies. Maar een aantal wethouders wenste niet `onder curatele gesteld te worden' en stapte op.

,,Niets is meer vanzelfsprekend'', werd de leus van het nieuwe college, waarin de Stolwijkers dominant werden. De gemeente moest een bedrijfsmatig georganiseerd bedrijf worden met een moderne manager aan het roer. De bezem ging door het gemeentehuis: de gemeentesecretaris uit Haastrecht was de eerste die sneuvelde, later volgde een groot deel van het ambtenarenapparaat.

Wieckardts relaas staat niet op zichzelf. De Haagse advocaat H. Petten heeft zich de afgelopen vier jaar kunnen specialiseren in onderhandelingen met gemeenten over het vertrek van hun gemeentesecretaris. Hij ontving onlangs zijn tachtigste gemeentesecretaris – Nederland telt bijna vijfhonderd gemeentesecretarissen. De meeste zaken worden uit discretie afgekocht met een gouden handdruk, waarbij volgens Petten de bedragen tot 1,4 miljoen euro kunnen oplopen.

De problemen van de gemeentesecretaris vloeien volgens Petten voort uit zijn rol in het ongewisse krachtenveld waarin hij opereert. De secretaris is de baas over de ambtelijke organisatie. Daarnaast is hij als eerste adviseur van het dagelijks bestuur loyaliteit verschuldigd aan het college van burgemeester en wethouders (B en W). Dat wil wel eens botsen, aldus Petten. ,,De gemeentesecretaris wordt niet altijd gesteund door zijn wethouder. Wethouders staan vaak ook erg ver van de gemeentelijke organisatie af, maar ze maken wel graag direct afspraken met een directeur van een gemeentelijke dienst, waardoor de gemeentesecretaris, die de schakel moet zijn tussen wethouder en ambtenarij, buiten spel gezet worden.''

De samenwerking met het college van B en W is niet altijd gemakkelijk, vertelt Petten. ,,De gemeentesecretaris heeft nou eenmaal te maken met een steeds wisselend gezelschap van wethouders die graag politiek scoren. Meestal zie je dat de secretaris een goed duo vormt met de burgemeester, de consistente factor in het college. Een wethouder drijft daar vaak een wig tussen. De burgemeester zal dan zijn gemeentesecretaris moeten laten vallen. Met het college moet hij samenwerken, terwijl de gemeentesecretaris in principe vervangbaar is.''

De `spagaat' die de gemeentesecretaris moet maken, is volgens voorzitter Han Bekkers van de Vereniging van Gemeentesecretarissen juist de charme van het vak. ,,De secretaris staat met een been in de ambtelijke organisatie en met het andere in het gekozen bestuur. Hij zal zijn netwerk en de persoonlijke informatie die hij heeft, aan moeten wenden om de benen bij elkaar te houden: als bestuur en ambtenaren goed samenwerken gaat het meestal goed.''

De gemeentesecretaris zwijgt in de raad, fluistert in het college en buldert op de secretarie, was altijd het adagium. Maar volgens Bekkers heeft de vroegere jurist, die op de achtergrond de kwaliteit van de besluitvorming bewaakte en zorgde dat alle afdelingen hun zegje konden doen, plaatsgemaakt voor een moderne manager, die niet per se afkomstig hoeft te zijn uit de ambtelijke organisatie. Bekkers ziet het grote aantal gemeentesecretarissen dat sneuvelt, als een normaal aanpassingsverschijnsel in een veranderingsproces.

Volgens Petten speelde in het onderwijs iets soortgelijks. Tien jaar geleden meldden veel schooldirecteuren zich bij hem. In krap zes jaar zag hij vele schooldirecteuren één voor één stranden. ,,Het ging bijvoorbeeld om de leraar Latijn die conrector en vervolgens rector werd en daarnaast nog wat lessen gaf'', vertelt Petten. ,,Toen de scholen groter werden kon die leraar het niet meer bolwerken. Er kwam een ander soort bestuurder met Nijenrode-diploma of een ander bedrijfskundige achtergrond.'' Bij de gemeentesecretarissen, die vroeger nog opklommen van commies en referendaris naar het ambt van secretaris – de bekroning op hun carrière – zal het net zo gaan, denkt Petten.

Marjanne Sint, oud-gemeentesecretaris van Amsterdam en inmiddels secretaris-generaal op het ministerie van Vrom, heeft een kanttekening bij de inperking van de rol van de gemeentesecretaris tot ambtelijk manager. ,,Je moet iemand in het college hebben die de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van een beslissing in de gaten houdt. Dat is de les die we leren uit Tiel, Volendam en Enschede. Een gemeente mag klantvriendelijk zijn, maar hij moet uiteindelijk ook de wetten handhaven.''

Sint pleitte al tijdens haar werkzaamheden in Amsterdam voor meer formele bevoegdheden voor de secretaris, bijvoorbeeld bij het ontslaan en benoemen van de directeuren van de gemeentelijke diensten. In Amsterdam is dat de taak van de wethouder die personeel en organisatie in zijn portefeuille heeft. De gemeentesecretaris moet het volgens Sint vooral hebben van zijn informele macht. ,,Hij zit als enige ambtenaar bij het college van burgemeesters en wethouders. Hij kan de discussie beïnvloeden als het gaat om de ambtelijke organisatie. Daarnaast ontleent hij gezag aan zijn overzicht op het speelveld, dat de meeste directeuren van de gemeentelijke diensten missen. De keerzijde van de macht is zijn kwetsbaarheid. De secretaris is niet de primus inter pares, hij is een ondergeschikte zonder bevoegdheden, die snel het onderspit delft.''

De gemeentewet schrijft die onderschikking ook met zoveel woorden voor: ,,De secretaris is den raad, burgemeester en wethouders, den burgemeester en de commissies in alles wat het hun opgedragen bestuur aangaat, behulpzaam'', staat er. Nadere instructies van de secretaris staan in de afzonderlijke gemeenteverordeningen. Vandaar dat de gemeentesecretaris in de ene gemeente functioneert als extra wethouder aan de collegetafel, terwijl een ander bijna een veredelde kantoorklerk is. Overigens zal de gemeentesecretaris na de gemeentewetsherziening in maart niet langer bij de raadsvergaderingen hoeven zitten. Die taak wordt voorbehouden aan een griffier, die de raadsleden moet gaan ondersteunen bij het raadswerk.

Tot concrete bevoegdheden heeft Sints pleidooi nog niet geleid, wel heeft Sint kort voor haar vertrek uit Amsterdam bewerkstelligd dat er een management-developementteam kwam, waarin ook de nieuwe gemeentesecretaris zitting heeft. Sint: ,,Ik heb zelf ondervonden hoe lastig het is een wethouder aan te spreken op slordigheid in zijn personeelsmanagement. Je legt al gauw je hoofd op een hakblok. Een conflict met één wethouder red je nog wel, maar wordt het conflict in een partijpolitieke sfeer getrokken, dan moet je op tijd een deurtje verder gaan. Dat is ook het belangrijkste advies dat ik kan geven: onderken op tijd dat de wind draait. Probeer ook altijd boven de partijen te staan en wijs nooit een wethouder terecht in het college, want dat draait geheid uit op een prestigekwestie. Je mag een wethouder een heel enkele keer corrigeren, maar dan wel: in zijn kamer, met de deur dicht.''

Wieckardt zal niet veel meer hebben aan deze adviezen. De oud-gemeentesecretaris van Vlist heeft inmiddels een nieuwe betrekking: hij begeleidt caravanrally's voor de ANWB.