Uitgeknipt

Veel gentechgewassen hebben resistentiegenen tegen antibiotica gekregen. Die resistentiegenen kunnen misschien overgaan op bacteriën. Met nieuwe methodes zijn deze genen niet meer nodig.

Nee, helaas mogen we niet in de kassen om zelf het nieuwe type plant te zien dat Plant Research International in Wageningen aan het maken is. Want het gewas waar het om gaat is bedrijfsgeheim. Maar drs. Gerard Rouwendal en dr. Frans Krens willen op hun kantoor wel vertellen waar ze mee bezig zijn. Ze ontwerpen een moleculaire kniptechniek waarmee plantenveredelaars specifiek genen uit het genetisch materiaal van een plant kunnen verwijderen. Genen die slechts nodig zijn in de eerste stap van de veredeling, maar die daarna nadelige bij-effecten kunnen hebben, hoeven daardoor niet meer in de gewassen te zitten die bij de boer op het veld staan.

De Wageningers werken aan een methode om antibioticumresistentiegenen uit genetisch gemanipuleerde gewassen te knippen. Deze zogeheten `merker'-genen hebben louter een functie in het laboratorium, namelijk bij het selecteren van de geslaagde transgene plantjes. Omdat het inbrengen van genen bij lange na niet honderd procent efficiënt is, selecteren biotechnologen de jonge plantjes waarbij de gen-overdracht wel is gelukt door ze aan een dodelijk antibioticum bloot te stellen. Alleen planten die het genconstruct met antibioticumresistentiegen en andere `nuttige' genen hebben opgenomen overleven de antibioticumbehandeling. Het antibioticumresistentiegen blijft zitten, maar het speelt geen enkele rol meer. Niemand bespuit immers een maïsveld met antibiotica.

Overspringen

Antibioticumresistentiegenen liggen politiek echter uiterst gevoelig, omdat men vreest dat deze genen vanuit de plant overspringen naar (ziekteverwekkende) bacteriën, die dan minder vatbaar zijn voor antibiotica. Voor een aantal kritische EU-lidstaten was het een van de redenen om de handel in deze gewassen te blokkeren. De EU heeft inmiddels het zekere voor het onzekere genomen. De antibioticumresistentiegenen mogen vanaf 2008 niet meer in de gewassen voorkomen.

Volgens Frans Krens is de wetenschappelijke basis voor die maatregel wel dun: ``De kans op overdracht van de resistentiegenen op bacteriën, bijvoorbeeld in de maag van mensen of dieren die de gengewassen eten, is heel klein. Maar goed, we komen tegemoet aan de bezorgdheid van de samenleving, we zijn aan een verwijderingsmethode gaan werken.'' Er zijn inmiddels een aantal alternatieven. Bedrijven kunnen zonder merkers werken, of uitwijken naar andere merkers, maar er is inmiddels ook een techniek die de antibioticumresistentiegenen er na gebruik uitknipt.

Aardappelzetmeelbedrijf Avebe meldde onlangs een nieuwe genetisch gemodificeerde zetmeelaardappel zónder de omstreden antibioticumresistentiegenen te hebben ontwikkeld. Het Gronings concern is al jaren bezig met een fabrieksaardappel die alleen het commercieel interessante zetmeeltype amylopectine bevat en niet het zetmeel amylose. De EU weigerde de eerste versie van de Avebe-aardappel mèt antibioticaresistentiegen op de markt toe te laten. Woordvoerder Harry Jasken: ``Het slagingspercentage van het inbrengen van nieuwe genen was bij de ontwikkeling van de nieuwe aardappel zo hoog dat selectie met merkers niet nodig was.''

Het uitknippen van een eerder ingebracht gen is een interessante maar inmiddels alweer omstreden techniek die ook voor andere dan de resistentiegenen geschikt is. Genen die sinaasappelbomen sneller laten bloeien maken het veredelingsproces bijvoorbeeld goedkoper, maar de bloeiversnellende genen zijn niet meer nodig in de sinaasappelboomgaarden.

Het principe steunt op een knipgen. Het knipgen is een bekend gen afkomstig van een gist. Het wordt, tegelijk met het gen dat moet worden uitgeknipt en enkele regulerende stukjes DNA, in het plantmateriaal gebracht. Pas wanneer het knipgen wordt blootgesteld aan een chemische stof die van buitenaf wordt toegediend maakt het gen een enzym dat het ongewenste gen uit het DNA knipt.

Kniptechniek

Rouwendal en Krens hebben in Wageningen zo'n kniptechniek ontwikkeld, maar er zijn wereldwijd allerlei variaties in ontwikkeling. Het verst is een Amerikaanse, nog veel geavanceerdere kniptechniek die bekend staat als `terminatortechnologie'. Daarbij wordt een knipgen geactiveerd waardoor uiteindelijk het vruchtweefsel sterft.

Voor gentechgewastegenstanders was het hek van de dam toen zij lucht kregen kregen van die terminatortechnologie. De techniek verhindert boeren immers om zaaigoed van hun eigen gewas te winnen, iets wat in de ontwikkelingslanden voor veel boeren belangrijk is. Toch heeft de Amerikaanse overheid het bedrijf Delta & Pine Land toestemming gegeven de terminatortechnologie na 2003 te gebruiken in landbouwgewassen.

Maatschappelijke groeperingen willen meer veiligheid, maar de Wageningse biotechnologen wijzen er op dat verbeterde veiligheidstechnieken gentech-gewassen ook duurder maken, waardoor minder bedrijven er geld in zullen steken. Zaad- en chemieconcern Monsanto maakte onlangs bekend dat het komende jaren in slechts vier typen gentech-gewassen geld steekt: tarwe, soja, maïs en oliegewassen.