Rogge wacht een schone taak

De Russen hebben het voortouw genomen. Zij protesteren als eerste tegen de verregaande Amerikaanse beïnvloeding van de Winterspelen. De vraag is of de brave diplomatie van IOC-voorzitter Rogge stand houdt in de nationalistische belangenstrijd.

In het land van het onbegrensde patriottisme ligt Jacques Rogge nauwelijks een half jaar na zijn verkiezing tot voorzitter van het Internationaal Olympische Comité al onder vuur. Rusland, een van de machtigste sportnaties, heeft zelfs bij monde van haar president Vladimir Poetin de aanval op de Belg geopend. De nieuwe IOC-voorzitter heeft zijn eerste vuurproef, de Winterspelen in Salt Lake City, niet goed doorstaan, zo meent de Russische leider met veel gevoel voor populisme.

De Russische verwijten gelden met name de juryleden, dopingcontroleurs en Amerikaanse media die niet nalaten de Russen en andere niet-Amerikaanse sportlieden te benadelen dan wel af te schilderen als potentiële staatsvijanden. De verregaande commercialisering van het IOC heeft onder druk van Amerikaanse sponsors een negatieve invloed op de olympische beweging, die nog altijd sportiviteit en broederschap hoog in het vaandel heeft staan, menen de Russische leiders – en zij niet alleen. In de Doema, het Russische parlement, zijn gisteren al heftige stemmen opgegaan om de Russische deelnemers uit Salt Lake City terug te trekken en de Zomerspelen van 2004 in Athene te boycotten.

Hoewel de Russische tirade, gevolgd door die van Zuid-Korea, wel erg ver gaat, kan niet worden ontkend dat het Amerikaanse patriottisme een grote invloed heeft op de Winterspelen. De rechtvaardige geest van de juryleden en scheidsrechters moet wel van staal zijn om zich niet door het nationalistische geweld op de tribunes, in de media de televisie voorop en zelfs van president Bush te laten overmannen. IOC-voorzitter Rogge was de eerste die onder het geweld bezweek, toen hij de voorzitter van de internationale schaatsunie, Ottavio Cinquanta, na de controversiële finale in het kunstrijden voor paren overstemde.

Toen Cinquanta nog twijfelde over het protest van de Canadezen zij meenden dat hun paar Salé-Pelletier door een overspelig Frans jurylid van de gouden medaille waren beroofd ten gunste van het Russische paar Bereznaja-Sikharoelidze meende Rogge een diplomatieke oplossing te gevonden te hebben door het Canadese paar ook een gouden medaille te schenken. De Noord-Amerikaanse media schreeuwden het uit van vreugde: Justice was done. De Russische leiders reageerden onthutst: ,,Verliezen hoort bij sport, maar Canadezen en Amerikanen accepteren geen verlies.''

Vanaf dat moment werd elke sport waarin juryleden beslissen over goud en zilver, onder een vergrootglas gelegd. Er gingen zelfs stemmen op om sporters die afhankelijk zijn van de smaak en de stemming van een gezelschap mannen en vrouwen, maar af te schaffen. Maar het kunstrijden van het olympisch programma halen is vrijwel onmogelijk. Mede omdat het met ijshockey commercieel de belangrijkste sport is van de Winterspelen. De dansjes van de kunstrijders en -sters, hun overgave en hun gevoelsuitingen appelleren aan de emotionele behoeften van met name het Amerikaanse volk.

Donderdagnacht had de apotheose moeten zijn van het kunstrijden. Het Chinees-Amerikaanse meisje Michelle Kwan stond op het punt heel het Amerikaanse volk, inclusief zijn regeringsleiders, in vreugdetranen te dompelen. Maar Kwan bezweek. Haar vrij onbekende landgenote Sarah Hughes mocht met de Stars and Stripes over haar frêle schouders de ereronde maken. Tot grote woede weer van de Russen die meenden dat Irina Sloetskaja de gouden medaille toekwam. Niet op grond van haar vrije oefening, maar omdat zij eerder al bij de verplichte oefening door de jury was benadeeld. En het moet gezegd: de Russen hadden wéér een punt.

De jacht op een hausse aan gouden medailles zetten de Amerikanen (lees: de media) al vóór de Spelen in Salt Lake City in. Nu is de jacht niet meer te stoppen. In elke krant en op elk televisiestation staan in de medaillestand de Verenigde Staten bovenaan. Duitsland en Noorwegen behaalden tot nu toe weliswaar de meeste medailles, maar voor de Amerikanen telt slechts het totaal aan eremetaal. De medaillestand geeft aan hoe sterk een land is, weten de opgezweepte medaillejagers. En na de terroristische aanslagen kunnen de Amerikanen wel wat medaillezalf tegen de nog altijd heersende pijn gebruiken.

De rest van de wereld fungeert als slachtvee. De enige wedstrijd die van belang is, is die tussen Amerika en de Rest. Bush versus Poetin en zijn kornuiten nog even en de `rest' is een grote schurkenstaat. Het Internationaal Olympisch Comité dat juist door de frauduleuze handelwijze van de lieden die de Winterspelen naar Salt Lake City in verlegenheid werd gebracht, is onder het ethisch-kritische oog van de plaatselijke Heiligen der Laatste Dagen in grote verlegenheid gebracht.

De hervormingen die het IOC door de Salt Lake City-affaire van twee jaar geleden heeft moeten ondergaan, blijken niet afdoende. De Olympische Spelen hebben er een groot probleem bij: Hoe kunnen verregaande nationalistische uitingen als nu door de Amerikanen worden gepleegd aan banden worden gelegd? Opdat de olympische beweging er weer een wordt waar broederschap en niet vijandschap hoogtij viert. De Belg Rogge en de zijnen wacht een schone taak. Wellicht is zijn diplomatie te braaf om de sluwheid en het politieke besef van zijn omstreden voorganger Samaranch te kunnen overtreffen.