Profileren met pragmatisme en een tikje populisme

Lokale partijen zijn in opmars. Ze maken een reële kans straks de grootste politieke groepering te worden. Maar waar zit hun kracht?

Het wordt na 6 maart dringen in de 21 zetels tellende gemeenteraad van Boxmeer. Van de twaalf partijen die nu in de raad vertegenwoordigd zijn, verdwijnt er een, maar er komen er ook weer twee terug. Meest opmerkelijk aan de samenstelling van de Boxmeerse raad? Acht van de twaalf huidige partijen zijn `lokaal'. Na de verkiezingen zijn dat er tien van de dertien. Illustere namen als Politiek Beugen, Dorpslijst Oeffelt en BB'86 sieren de lijst. Na de verkiezingen komen daar Progressieve Kombinatie 2002 en Sociaal Liberaal en Zakelijk Boxmeer (SLZB) nog bij, en komt de PvdA niet meer voor op de lijsten. De `landelijke' fracties CDA, SP en VVD zijn in de minderheid, zeker sinds de lokale afdelingen zich verenigden in de Lijst Onafhankelijke Fracties.

Boxmeer is wat lokale partijen betreft een extreem geval, maar zeker is dat in steeds meer gemeenten lokale fracties zich van een plekje in de raad weten te verzekeren. Na een gestage groei de afgelopen jaren was `verzameld lokaal' in 1998 met 2.340 van de 10.241 raadszetels nipt tweede, het CDA had 65 zetels meer. PvdA en VVD volgen op grote en groeiende afstand.

Lokaal is hot. Mede onder invloed van het mediageweld rondom Leefbaar Nederland en de lokale Leefbaar-initiatieven staan ze meer dan ooit in de belangstelling. De associatie Leefbaar en lokaal is veel `echte' lokalen echter een doorn in het oog. ,,Leefbaar Nederland, handen af van lokale partijen'', riep het Utrechtse raadslid Kees Verhoef onlangs nog herhaaldelijk op een bijeenkomst van lokale partijen in Velsen.

Lokaal is niet nieuw. Al in de 19de eeuw, toen de liberale voorman Thorbecke zijn gemeentewet inbracht, ontstonden de eerste lokale kiesverenigingen. De Vrije Kiesvereniging Vlist, opgericht in de jaren twintig van de vorige eeuw, bestaat zelfs nog steeds. De partij, die tegenwoordig opereert onder de naam Vrije Kiesvereniging Gemeentebelang Vlist, is goed voor vier zetels in de dertien zetels tellende raad en bezet wethouderspost.

Vooral in Brabant en Limburg namen de lokale partijen in de eerste decennia van de vorige eeuw een grote vlucht. De landelijke KVP, ten koste waarvan de groei van lokaal vooral ging, vond dat allemaal prima, omdat het KVP-bestuur zich verzekerd wist van een stem van de zuidelijke kiezers bij de landelijke verkiezingen. Pas toen rond 1970 de ontzuiling van de samenleving inzette, kregen landelijke partijen weer meer aandacht voor hun lokale vertegenwoordigers. Om iedere stem moest weer gevochten worden. De lokalen, die rond 1970 ongeveer 30 procent van de raadszetels bezetten, zagen hun zetelaantal teruglopen, tot een historisch dieptepunt in 1990. Sindsdien groeien ze weer, vooral dankzij het toenemend aantal zwevende kiezers.

De huidige golf van gemeentelijke herindelingen zorgt voor een extra impuls van lokale initiatieven: de oude dorpsbelangen moeten verdedigd worden in de nieuwe gemeente. Boxmeer is daar een voorbeeld van. Ook onvrede over de zittende partijen speelt een grote rol. De vaak pragmatische, soms populistische aanpak van lokale partijen spreekt blijkbaar een groeiende groep kiezers aan. In het zuiden stemt nog steeds 60 tot 80 procent lokaal. In het noorden en westen ligt dat percentage stukken lager.

De lokale partijen hechten erg aan hun eigen niche in het `huis van Thorbecke', zo bleek onlangs op de jaarvergadering van de Vereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG) in Velsen. Iedere bestuurslaag heeft recht op zijn eigen vertegenwoordigers, vinden de lokalen. Het contact met de burger wordt algemeen als dé kracht van lokaal beschouwd. ,,Jullie zijn echte volksvertegenwoordigers, geen partijvertegenwoordigers'', hield Eisse Kalk, directeur van het Instituut voor Publiek en Politiek, de ongeveer 200 vertegenwoordigers van lokale partijen voor. Applaus was zijn deel.

Veel lokale vertegenwoordigers beklaagden zich op het congres over de arrogantie van de zittende, landelijk gelieerde partijen. ,,We kwamen met zes zetels de raad binnen en we werden niet eens betrokken bij de coalitievorming'', was een veelgehoorde klacht. Zeker is dat de angst van de landelijke partijen er deels de oorzaak van is dat het aantal `regenboogcoalities' de laatste jaren is gegroeid. Onder het motto: `Alles best, maar niet die lokalen in het college' ontstonden de meest vreemdsoortige coalities waarin links en rechts een gezamenlijk pact tegen Gemeentebelangen, Werknemersgroeperingen, Leefbaren of Burgerbelangen sloten.

Zo werden in eerste instantie vooral de gesloten rijen zichtbaar van de gevestigde partijen die door de Nederlandse coalitiecultuur al lang sterk op elkaar gericht zijn. Het past in het beeld dat de politiek in Nederland anders is dan in andere Europese landen, waar directe verhoudingen tussen kiezers en gekozenen, van landelijk districtenstelsel tot gekozen burgemeester, gangbaar zijn. Juist op dat punt zorgen de lokale partijen in Nederland nu voor vernieuwing. Ondanks de weerstand van de gevestigde politieke orde bezetten zij inmiddels 345 van de bijna 1.400 wethouderszetels. Tegelijk worden de eerste scheuren zichtbaar in het systeem van benoemde burgemeesters, die tot dusver volgens een ingewikkelde verdeelsleutel altijd uit de gevestigde partijen komen. Nu de gemeenteraden zélf twee kandidaten kunnen voordragen (naar keuze zelfs na een referendum) kunnen de eerste `lokale' burgemeesters naar verwachting in de komende periode hun opwachting maken – al worden ze nog steeds door het rijk benoemd.

Maar de gevestigde orde is voor de lokalo's ook gevaarlijk. Als een lokale partij zitting neemt in het college, verliest zij over het algemeen een deel van haar aantrekkelijkheid, concludeert Ron van Wonderen in zijn onlangs verschenen boek Couleur Locale, waarin hij acht lokale partijen heeft geportretteerd. Profilering vanuit een oppositionele rol is nu eenmaal eenvoudiger dan vanuit een verantwoordelijke rol. Ook speelt mee dat in kleinere gemeenten, waar ook de afstand tussen bestuurders en kiezers klein is, de landelijke politiek beter `op afstand te houden' is, aldus Van Wonderen. Het ontbreken van ideologische ballast en het directe contact met de burger zijn de sterke punten waarmee lokale partijen kunnen scoren. Lokale politici zijn kwetsbaar voor verwijten als zouden zij one-issue-partijen vormen of slechts opportunistisch met de burgers meepraten, volgens Van Wonderen. Soms zijn het ook daadwerkelijk de valkuilen waar zij in vallen.

Hoewel lokale partijen niet slechts geassocieerd willen worden met protestpartijen, is onvrede over de zittende politiek wel vaak een reden voor de groei van de lokalen. Het succes van bijvoorbeeld de Leefbaar-fracties in Hilversum en Utrecht kan daardoor verklaard worden. Veel lokale partijen bedienen zich dan ook van slogans als `Toegankelijk voor iedereen' (Stadspartij Almere), `WESP steekt anders in elkaar' (Anna Paulowna) of `De Partij die dichter bij de burger staat' (Lokale Partij Vlissingen).

De lokalo's staan nu op het punt om als gezamenlijkheid de grootste politieke groepering te worden bij de gemeenteraadsverkiezingen. (Bij de verkiezingen van 1998 haalden de lokale partijen de meeste stemmen, maar door gemeentelijke herindelingen en tussentijdse verkiezingen is nu het CDA de grootste partij.) Op het VPPG-congres in Velsen stak voorzitter Janssen zijn `volgelingen' een hart onder de riem: ,,Ga de straat op, laat je gezicht zien, stel je op als ombudsman! Doe waar lokale partijen goed in zijn: aanwezig zijn voor de burgers!''

De plaatselijke afdelingen van de landelijke partijen zien de groei met lede ogen aan. Argumenten als: stem op de lokale VVD, want die heeft tenminste een lijntje liggen naar Den Haag, lijken nauwelijks te helpen. Als ultiem wapen in de strijd tegen lokaal rest hen nog slechts één oplossing: zelf ook `lokaal gaan'. Ook in Boxmeer, bolwerk van lokale krachten, zag de huidige PvdA-fractievoorzitter Frans Verstraelen na jaren van verdergaande marginalisering van zijn partij onlangs het licht. Hij richtte de aankomende nieuweling Progressieve Kombinatie 2002 op, met niet alleen de PvdA, maar ook de (nu niet in de raad vertegenwoordigde) fracties van D66 en GroenLinks. Verstraelen: ,,We merkten dat we niet konden opboksen tegen de lokale partijen. Dus zijn we ook maar lokaal gegaan, maar met een duidelijke landelijke link.'' Echte lokalo's hebben een woord voor zulke bekeerlingen: ,,PvdA-kloon gesignaleerd!'' staat er dan op de VPPG-site.