Pop in pak

De opwindende live-optredens van The Strokes eisen de aandacht. De losse stropdassen en verkreukelde pakken van de vijf bandleden verdienen navolging onder een breed publiek, stelt Hester Carvalho.

The Strokes komen er aan! Donderdag aanstaande is het zover. Dan treedt deze nieuwe New-Yorkse band voor het eerst op in Paradiso, Amsterdam. De kaartjes voor het concert waren binnen een half uur uitverkocht en de verwachtingen zijn hooggespannen. Behalve dat The Strokes vorig jaar debuteerden met het hartveroverende Is This It? hebben ze een opwindende live-reputatie. Maar er is meer aan de hand. The Strokes zijn niet alleen een sensatie door hun muziek. Bij The Strokes klopt alles. Zo zijn er de liedjes en de concerten, en is er het broederschap van de vijf bandleden onderling. Maar bovendien is er dat uiterlijk.

Slecht geschoren en een warrige haardos, zwarte spijkerbroek, verkreukeld jasje, losse stropdas – The Strokes zien er uit als een stel beurshandelaren dat de rock & roll boven aandelen heeft verkozen. Met in de namiddag al een oogopslag alsof ze net uit een nachtclub komen rollen, zijn ze op een geraffineerde manier verfomfaaid. Want onder de vlooienmarktpakken schuilt nog een vage gentleman-neiging, zo blijkt uit de gewoonte om bij elkaar passende accessoires (schoenen en riemen) te dragen. Op foto's en video's werkt zo'n look gesmeerd. Van The Strokes is nog geen slecht portret gemaakt.

Zoals hun muziek put uit de liedjes van The Velvet Underground en andere New-Yorkse voorgangers, heeft ook dat uiterlijk een voorbeeld in het verleden. `Typisch New-Yorks' zou je die stijl kunnen noemen, want in de jaren zeventig bood de scene rond punkclub CBGB's heel wat muzikanten die in witte overhemden en kreukelige pakken hun geluk kwamen beproeven. Richard Hell & The Voidoids, Talking Heads, de mannelijke leden van Blondie – de New-Yorkse `punks' gaven ook toen al de voorkeur aan oude pakken boven de motorjacks en spijkerbroeken van de Engelse collega's. Maar van alle muzikanten van eind jaren zeventig hebben The Strokes met niemand zoveel gemeen als met Patti Smith. De foto die Robert Mapplethorpe van Smith maakte voor de hoes van haar plaat Horses had de blauwdruk kunnen zijn van de Strokes-stijl: sprieterige haren, wijd overhemd, losse stropdas. Ook Patti Smith had die stijl niet zelf bedacht. Ze had hem van haar idool Keith Richards, de gitarist van de Rolling Stones die inmiddels vele gedaanten heeft doorlopen maar in zijn jonge jaren een tijdje de verfrommelde heer uithing.

Deze nonchalante dracht verdient navolging door het brede publiek – en als het aan modeontwerpster Luella Bartley ligt zal dat ook gebeuren. Meteen na de doorbraak van The Strokes, afgelopen augustus, liet Bartley weten dat ze hun stijl wilde vertalen naar de catwalk. Vorige week, tijdens de New York Fashion Week heeft ze haar resultaten getoond – Bartley is Engelse maar verkoos de New York Fashion Week als podium, uit loyaliteit met de malaise in de stad sinds elf september. Met haar uniformachtige jasjes en gestreepte broeken verwijst ze nu naar het dumpstore-image van The Strokes.

Die hechte band tussen popmuziek en mode is niet nieuw. Modeontwerpers profileren zich al jaren graag met popsterren; van Dolce & Gabbana met Victoria Beckham, tot Marc Jacobs met Stephen Malkmus (de zanger van Pavement). De wederzijdse beïnvloeding van popsterren en modeontwerpers begon in de jaren zeventig met Vivienne Westwood, die er samen met haar toenmalige man Malcolm McLaren voor zorgde dat punk een bijpassend uiterlijk kreeg. Toen Westwood vervolgens uitgekeken raakte op de bondage-kleding (met veel riempjes) van de punks, bedacht ze samen met McLaren de New Romantic-stijl. In de persoon van Adam & The Ants en Annabella Lu Win van de groep Bow Wow Wow, kwam die `piraten-look' tot het grote publiek: blouses met ruches, wijde pofbroeken, riemen met gouden gespen en dramatische make-up.

Meestal is de beïnvloeding andersom: de popster inspireert de ontwerper. Modeontwerpers gebruiken graag pop-elementen want pop is `straat' en straat is credibility – oftewel authenticiteit. Zo grasduinden bijdehante ontwerpers als Anna Sui, Stella McCartney en de Belgen Raf Simons en Ann Demeulemeester al door de house-cultuur, de country&western-stijl en de new wave. Maar doorgaans komt er geen ontwerper aan te pas om de popstijlen te `vertalen' naar het grote publiek. Dan pikt de jeugd de krenten zelf wel uit de pap: de blote navel van Gwen Stefani (No Doubt), de lage kruisen van de rappers, de slanke leer-look van Aaliyah. De gekste items kunnen rages worden zodra een popster zich er mee presenteert. Eind jaren zeventig bracht Joe Jackson de lp Look Sharp! uit; op de hoes stonden twee witte schoenen met een asymmetrische vetersluiting. Toen een handige jongen het tot dan toe onbekende model op de markt bracht, liepen in no time alle Nederlandse Joe Jackson-fans op asymmetrische veterschoenen.

Zo ook met de eigentijdse variant op de visnetpanty. Pas nadat zangeres Christina Martinez van de New-Yorkse groep Boss Hog zich in 2000 uitgebreid had laten fotograferen in die kousen met visvriendelijk grote mazen, werden ze een trend. De meeste rappers hebben deze ontwikkeling inmiddels te gelde gemaakt. Wie maar een beetje rapsucces heeft, lanceert een eigen kledinglijn. Wu Tang Clan, Ja Rule en P Diddy verkopen onder hun naam sweaters, broeken en sneeuwpakken in de bekende trainingspakkenstijl met af en toe wat elementen van gevechtskleding: broeken en jasjes met veel zakken. Rapper DMX heeft een eigen kledinglijn met een sub-lijn voor honden, en Snoop Doggy Dogg verbond zijn naam aan een serie basketbalschoenen. Dat laatste zou ook interessant zijn voor Missy Elliott. Deze rap-ster staat bekend om haar obsessie voor sneakers. Zoals een ander elke dag een schone onderbroek aantrekt, zo pakt Missy Elliott iedere dag een nieuw paar trainingsschoenen. Elk van haar drie huizen heeft een aparte ruimte om de afgedragen exemplaren in op te bergen.

Andrew Loog Oldham, ooit manager van de Rolling Stones, was een van de eersten die begreep wat kleding voor een popmuzikant kan doen. Hij stond erop dat de Stones zich aanstootgevend kleedden: Oldham bedacht de nurkse antihelden-houding als marketingstrategie. Maar net als Keith Richards en Mick Jagger zich slechts schoorvoetend voegden naar Oldhams manipulaties, moesten ook de latere popsterren niets hebben van een al te opzichtige styling. The Sex Pistols hebben nooit willen toegeven dat Westwood en McLaren hun uiterlijk hadden bedacht. En toen Courtney Love zich een paar jaar geleden begon uit te dossen in glamourjurken van Versace en haar lipstick liet uitkiezen door een personal styling coach, werd ze in de media zo bespot dat ze zich tegenwoordig weer nadrukkelijk presenteert in flodderige tweedehandsjes.

Ook Luella Bartley ondervond weerstand van de leden van The Strokes en ARE Weapons, een andere New-Yorkse band met een ruige stijl. Bartley vertelde in een interview dat zanger Julian Casablancas en gitarist Albert Hammond Jr. van The Strokes al hadden laten weten dat ze niet met mode geassocieerd willen worden. ,,Voor sommige popmuzikanten is mode te banaal'', zei Bartley onlangs. ,,Ze vinden dat het in mode alleen maar om geld draait. Maar uiteindelijk gaat het in mode gewoon om kleding, en daar hebben zij ook mee te maken. Ik streef niet naar een commerciële band met The Strokes. Ik ben gewoon een groot liefhebber van hun muziek en hun stijl. Van daaruit maak ik mijn eigen kunst.''

Bartley neemt de stijl van de The Strokes als uitgangspunt. Intussen zijn ook hun oorspronkelijke kenmerken zich aan het verbreiden – om te beginnen onder collega's. Zo droeg de zanger Ryan Adams onlangs in Paradiso al een diagonaal gestreepte, roze/zwarte stropdas onder zijn ribfluwelen jack. Laat dat een begin zijn.