Planbureau kiest partij voor Zalm

Wat zijn het voor ambtenaren die binnenkort komen met een `doorrekening' van de verkiezingsprogramma's? Volgelingen van minister Zalm is sinds 1994 de beste beschrijving. Al acht jaar lang zijn Zalm en de ambtenaren van het Centraal Planbureau (CPB) het er roerend over eens dat Nederland de staatsschuld razendsnel moet aflossen wegens de dreigende kosten van de vergrijzing. Zalm en het CPB hebben zelfs in 1994 en opnieuw in 1998 de kosten van de medische sector moedwillig veel te laag vastgesteld, om maar te kunnen voldoen aan het dwangmatig aflossen van de staatsschuld.

Idem met het onderwijs: dat mag niet meegroeien met de stijging van de welvaart, om maar geld over te houden voor het aflossen van de schuld. Zalm en het CPB zijn ook al heel sceptisch over dure infrastructuur de A12 bijvoorbeeld hoeft niet van twee naar drie rijstroken want extra betalingen door automobilisten zijn een goedkoper en beter middel om de files te bestrijden dan bredere wegen. Kortom, Zalm en het CPB zijn het over veel eens, want hun voornaamste doel is de aflossing van de staatsschuld in een tempo dat dubbel zo hoog ligt als gemiddeld in de twaalf eurolanden. Omgerekend willen Zalm en het CPB onze staatsschuld per jaar zeven miljard euro sneller aflossen dan in het buitenland. Dat is de tegenwaarde van dertigduizend extra agenten, cipiers, verplegers of onderwijzers, met nog genoeg wisselgeld om de salarissen van alle huidige werkers in zorg, onderwijs en veiligheid met tien procent te verhogen. Bij extra uitgaven in die omvang zou nog steeds de staatsschuld als percentage van de economie mooi blijven dalen, alleen niet in het geforceerde tempo zoals gewenst door Zalm, het CPB, de topambtenaren bij het ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank.

Is het verkeerd om aan het wegwerken van de staatsschuld een absolute prioriteit te geven? In een betere wereld zou het sterven van patiënten op de wachtlijst voor een operatie natuurlijk zwaarder wegen dan de vraag of de staatsschuld echt twee keer zo snel moet dalen als gemiddeld in het eurogebied. Competente politici moeten aan de marge afwegen wat de winst is van elke laatste euro voor beter betaalde verpleegsters, realistisch gehonoreerde artsen, leraren en cipiers, of voor de versnelde aflossing van de staatsschuld. Buitenlandse universitaire collega's die ik spreek, vinden het unaniem dwaas dat het rijke Nederland de aflossing van de schuld dan een absolute prioriteit geeft. Dat staat dwars op het economisch principe dat we altijd kosten en baten van het een en het ander moeten vergelijken. De enige denkbare economische verdediging van Zalm, het CPB en De Nederlandsche Bank is dat zij zó negatief zijn over de besluitkracht in Den Haag, dat alleen een simpele en absolute regel de politici kan afhouden van geld verspillen. Maar zelfs dan blijft de vraag hoe streng die regel moet zijn.

De beste verklaring voor het gedrag van Zalm is dan ook niet economisch maar politiek: hij heeft een lage dunk van de verkwistende neigingen bij PvdA en D66 (en de linkervleugel van zijn eigen partij), en vertelt daarom uit wantrouwen tegen zijn collega's een tendentieus verhaal over de kosten van de vergrijzing in het jaar 2040. Dat mag, maar Zalm bedrijft dan gewoon zijn eigen politiek, en die is op twee manieren subjectief.

Ten eerste omdat politici misschien wél met een combinatie van betere sturing en meer geld de kwaliteit van zorg, onderwijs, en veiligheid kunnen verbeteren. Of dat lukt, en welke partij links of rechts daar de beste ideeën over heeft, dat mogen de kiezers in een volwassen democratie zelf uitmaken, zonder dat hun huidige minister van Financiën, een stel ambtenaren en De Nederlandsche Bank dat proberen tegen te gaan met bangmakerij over de staatsschuld. Misschien mag ik in deze context memoreren dat toen de economie langgeleden wél in financiële nood verkeerde, dezelfde Henk Don (directeur CPB) en Naut Wellink (president De Nederlandsche Bank) juist beweerden dat de staatsschuld snel moest stijgen, omdat daar een gunstig effect van zou uitgaan op de bestedingen. Wie zich toen zo vergiste, heeft nu niet met zekerheid de waarheid in pacht.

Ten tweede is de mening van Zalm, CPB en De Nederlandsche Bank politiek controversieel, omdat alle kosten van de vergrijzing hevig afhangen van de mate van immigratie in Nederland en van de relatie tussen de EU en de niet-EU-staten aan de Middellandse Zee. Als wij er ooit in slagen om net zo constructief samen te werken met Marokko, Algerije, Egypte en Turkije als de VS met Mexico in het kader van North Atlantic Free Trade Association (NAFTA), dan krijgen wij net zo weinig last van de vergrijzing als de Amerikanen. Dan gaan onze bedrijven veel meer ondernemen in die landen, en kan immigratie zorgen dat onze bevolking stabiel blijft.

Wat zou ik graag stemmen op een politieke partij die de vergrijzing aanpakt door met wetten en geld onze Marokkaanse en Turkse medeburgers harmonieuzer en productiever hun plaats te bieden in de Nederlandse samenleving. Dát zou voor mij de koninklijke weg zijn om de last van de vergrijzing met elkaar beter te kunnen dragen. Een heel ander recept dan het financieel sparen van Zalm en het CPB. Zij hebben recht op hun sombere politieke inschatting; ik op mijn hoop dat de EU ooit lukt wat Amerika nu al laat zien met de Mexicanen en andere immigranten. Maar laten we alstublieft ophouden met de mythe dat er één groot probleem is, de vergrijzing, en één recept, namelijk geforceerd sparen. Belachelijk en beschamend dat politici zo bang zijn om hun eigen visie naar voren te brengen over vergrijzing, immigratie en staatsschuld.