Pas op voor mannen met een babyface

Onze hersenen registreren onbewust of mensen een betrouwbaar gezicht hebben. Ellen de Bruin vraagt zich af hoe betrouwbaar dat oordeel is.

Misschien is het straks handig bij het stemmen: als je iemands gezicht ziet weet je vaak al of je die persoon kunt vertrouwen. Onbewust houden onze hersens zich bezig met de vraag of iemand betrouwbaar is. Het wetenschappelijke tijdschrift Nature Neuroscience publiceert binnenkort onderzoek waaruit dat blijkt.

Britse neurowetenschappers lieten proefpersonen foto's van jonge mannen zien. Tijdens het beantwoorden van een willekeurige vraag over hen die niets met betrouwbaarheid te maken had (`is deze jongen scholier of student?'), werd de hersenactiviteit van de proefpersonen gemeten. Die bleek af te hangen van de mate waarin ze de jongeman op de foto betrouwbaar vonden (wat achteraf werd gevraagd). Bij foto's van `onbetrouwbare' jongens was een bepaald deel van de hersenen actiever dan bij foto's van `betrouwbare' jongens.

Bij het beantwoorden van de expliciete vraag `hoe betrouwbaar is deze persoon', was een ander deel van de hersenen actief. Als we ons zelf afvragen hoe betrouwbaar iemand is, doen we dat kennelijk op een andere plek in ons hoofd dan wanneer onze hersens dat onbewust voor ons doen.

Dat de hersenen actiever zijn bij `onbetrouwbare types' is in overeenstemming met onderzoek uit de sociale psychologie. Al langer is bekend dat mensen alert zijn op negatieve eigenschappen als onbetrouwbaarheid en dat ze slechte ervaringen met anderen uitstekend onthouden. Allemaal heel handig; slechteriken waar je last van kunt hebben, moet je immers proberen uit je omgeving te weren. De door de neurowetenschappers gevonden onbewuste check op onbetrouwbaarheid past precies in die gedachte.

Alleen: klopt zo'n oordeel op basis van uiterlijk wel?

Om te beginnen zorgen mensen er in niet al te extreme gevallen vaak zelf voor dat het klopt. Als je iemand vertrouwt, zal diegene dat vertrouwen liever niet beschamen, en als je iemand wantrouwt, kan die zich ongemakkelijk en verdacht gaan gedragen. Zo kunnen twee mensen verschillende opvattingen hebben over wie betrouwbaar is, terwijl die ideeën in de praktijk voor allebei `werken'. Over mensen met een babyface (grote, dicht bij elkaar staande ogen, rond gezicht) zijn we het trouwens eens: die komen betrouwbaar over omdat we ze met onschuldige kinderen associëren.

En juist bij hen moeten we oppassen, ontdekte een Amerikaanse psycholoog enkele jaren geleden. Jongetjes met een babyface uit lagere sociale klassen komen nogal eens in opstand tegen de kinderlijke indruk die ze op anderen maken; ze vertonen relatief vaker crimineel gedrag. Kortom, het uiterlijk zegt ook niet alles – al denken onze hersenen daar anders over.