Opgezette pinguïns

Scholen worden steeds meer gedwongen hun resultaten meetbaar te maken. Dat is niet in het belang van de leerlingen, zegt John MacBeath, hoogleraar onderwijskunde in Cambridge.

Macbeath is een populair denker over onderwijs, ook in Nederland. VVO, de Nederlandse vereniging van schoolleiders, organiseert studiereizen naar Cambridge, vooral om MacBeath te horen spreken.

``Er is een wereldwijde beweging vanuit de politiek om scholen verantwoording te laten afleggen, om de resultaten van de school meetbaar te maken. Hoe kunnen we als leraren weerstand bieden aan die trend?'' Vraagt hij zich af. ``Hoe kunnen leraren vasthouden aan de dingen die zij belangrijk vinden. Hoe kunnen we onze stem laten klinken tegen deze benauwende top-down-ideologie van de markt en de overtuiging dat onderwijs als business moet worden bekeken.''

Als leraar natuurkunde leerde ik hem kennen tijdens een indrukwekkende presentatie op de University of Cambridge School of Education voor Nederlandse schoolleiders-in-opleiding. Hij wekt het gevoel een ontdekkingsreiziger te zijn, die ergens is waar het mooi en fijn is en die dan zegt: `Kom, laten we gaan, daar verderop is het veel leuker.' Nu heb ik hem opgezocht in zijn woonplaats Glasgow.

Zijn levensloop verklaart veel van zijn onderwijsideeën. MacBeath is geboren in Belgisch Congo en bracht een deel van zijn jeugd door in Canada. Later keerde hij met zijn familie terug naar het land van herkomst, Schotland. ``In Toronto ging ik naar een heel liberale school, maar terug in Schotland kwam ik in het midden van de jaren '50 op een autoritaire traditionele elite jongensschool. Ik was 15. Het was een cultuurschok. Sindsdien kan ik niet accepteren dat onderwijs zo moet zijn.'' Het onderwijs heeft kennelijk het meest aan mensen die in hun jeugd de goed en slecht onderwijs hebben leren onderscheiden.

Na een talenstudie in Glasgow gaf hij een aantal jaren les in Frankrijk en werd toen lerarenopleider aan zijn oude universiteit. In 1971 ging hij als exchange professor naar New York. ``Ik reisde rond in de Verenigde Staten en bezocht er al die interessante alternatieve scholen. Eén daarvan was de Parkway in Philadelphia, de school zonder muren. Er waren alleen leraren en leerlingen, maar er is geen schoolgebouw. Het curriculum was ontwikkeld rond de Parkway, de hoofdstraat door Philadelphia.''

Terug in Schotland experimenteerde hij met het Parkway-idee. ``We haalden een groep van 30 kinderen gedurende twee kwartalen uit school om te zien of een school-zonder-muren ook in Glasgow zou werken. Ik ontwierp lesmateriaal gebaseerd op de stad. Ik vroeg de kinderen wat ze wilden leren. Ze zeiden: aardrijkskunde, geschiedenis en wiskunde. Denk daar nog eens over na, zei ik. En toen kwamen ze met: we willen weten hoe een orkest werkt, we willen naar de sterren kijken, werken met dieren. Eén jongen wilde tijgers opzetten. Een ander wilde weten hoe geweren werken. Diepzeeduiken was er ook bij. Ik nam de Gouden Gids en belde om te beginnen de AA (De Engelse ANWB, red.). De AA zei: `Dat is interessant. We regelen dat iedere maandagmorgen een kind op pad kan met de wegenwacht.' Voor de jongen die tijgers wilde opzetten ging ik naar het museum. Daar zei men: `We hebben hier geen tijgers om op te zetten maar wel pinguïns.' Dus ging de jongen op woensdag van 9 tot 12 pinguïns opzetten.''

MacBeath werd in de jaren daarna een achtenswaardig hoogleraar in Glasgow, zo achtenswaardig dat hij ruim een jaar geleden werd uitgenodigd in Cambridge te komen doceren. (``Eén van de voordelen hier is het recht op gratis sherry.'') Het is een boeiende ontwikkeling: walging over zijn schooltijd in de puberteit, revolutionair als jongeman en dan gelouterd, achtenswaardig maar nog steeds vol vuur.

MacBeath is tegen controle door de overheid om door middel van landelijke toetsen voor taal- en rekenvaardigheid kwaliteit af te dwingen, een trend die ook in Nederland sterk is. In Engeland werd in 1988 met de invoering van het National Curriculum en de Education Reform Act voor het onderwijs van zes- tot zestienjarigen een systeem van overheidstesten (de beruchte key stages) ingesteld een testbatterij vele malen groter dan de hier mislukte basisvormingtoetsen. Ik zag er zelf ooit een leraar zijn leerlingen geduldig uitleggen hoe zij deze gestandaardiseerde testformulieren dienden in te vullen. `Ach', zei die docent later, `die test is er alleen om vast te stellen hoe de school functioneert, naar de resultaten van individuele kinderen wordt niet gekeken'.

tabellen

MacBeath: ``Logisch. Je kunt geen testen met twee verschillende functies hebben. Ze kunnen niet van nut zijn voor leraren, leerlingen en ouders, en tegelijkertijd geschikt zijn voor de politiek om scholen ter verantwoording te kunnen roepen. De key-stage-testen dienen het laatste doel. Ze leiden tot tabellen waaruit blijkt welke scholen goed en welke slecht zijn. Dat is de belangrijkste functie. Deze ontwikkeling vindt overal plaats, steeds meer landen gaan dit soort testen uitvoeren. Het wordt gestimuleerd door organisaties als Unesco, OECD, Europese commissie, Eurostat. TIMSS (Third International Mathematics and Science Study) vergelijkt om de paar jaar de resultaten van vele landen het statistische werk hiervoor wordt gedaan in Twente. De informatie gaat naar politici, beleidsmakers en die concluderen bijvoorbeeld: `Ons land staat 29ste in de wereld, een nationale schande. Dus moet er meer tijd worden besteed aan wiskunde en science.' Er is geen tijd meer voor muziek, beeldende kunst, dans, toneel.''

Is wiskunde- en science-onderwijs dan niet nuttig? ``Er zijn twee meningsverschillen. De één handelt over de principiële vraag of onderwijs meer een morele dan wel een meer zakelijke onderneming is. Maar er is ook een zakelijk discussie. En hier geldt: er is geen enkel bewijs dat je kinderen, als je ze traint op het goed uitvoeren van wiskundetests, beter voorbereidt op de concurrerende economie. Zelfs het tegendeel is het geval. Naarmate zij meer `test driven' zijn, zijn zij minder creatief, minder goed in staat om de dingen te doen die werkgevers belangrijk vinden.'' Ook de Nederlandse basisschoolleerlingen zijn in groep acht door `de test' bevangen. De CITO-toets die zij moeten maken heeft als belangrijkste functie de kinderen onderling te kunnen vergelijken. Maar tegelijkertijd wordt de uitslag van de CITO-toetsen per groep van basisscholen nu gebruikt om er bijvoorbeeld de resultaten van allochtone en autochtone scholen mee te vergelijken. Zou de CITO-toets ons basisonderwijs nadelig beïnvloeden?

In plaats van externe beoordelingen en ingrepen propageert MacBeath het instrument van zelf-evaluatie. Hij ontwikkelde een methode waarbij scholen zich in een grondig proces van zelfreflectie storten aan de hand van het 'school zelf-evaluatie profiel'. Dit profiel wordt opgesteld door vertegenwoordigers van alle geledingen: leerlingen, docenten, schoolleiding, ouders, onder begeleiding van een critical friend. Al jaren begeleidt MacBeath scholen als critical friend. De laatste en grootste onderneming was een Europees project met 101 scholen (waaronder 5 Nederlandse) in 18 landen.

Self-evaluation in European schools, dat hij erover schreef, is een bijzonder boek, geen wetenschappelijk verslag. Het eerste deel beschrijft per hoofdstuk de gedachten en reacties van deelnemers aan het proces van zelf-evaluatie, een leerling, een docent en anderen. Het tweede deel beschrijft de instrumenten, technieken, vragenlijsten die worden toegepast.

Aan deze methode van zelf-evaluatie ligt een belangrijke notie ten grondslag. De oude rot MacBeath heeft zijn eigen ideeën over hoe de school zou moeten worden ingericht. Maar je kunt die ideeën niet zomaar aan mensen overdragen. Ze moeten het zelf ontdekken. De mensen die er werken moeten deze veranderingen zelf bewerkstelligen en dragen, zegt MacBeath. Het is een notie in regelneverig Nederland nauwelijks bestaat.

Er zijn twee Nederlandse projecten die veel overeenkomst vertonen met de ideeën van MacBeath. Het bureau Interstudie begeleidde 18 Limburgse scholen eind jaren '90 in een proces van visitatie en zelf-evaluatie, maar daar stopte het proces ook. En organisatieadviesbureau De Beuk ontwikkelde in opdracht van het ministerie bij invoering van de lumpsumregeling het elektronisch zelfevaluatie programma SMA, dat op de plank bleef liggen. Het probleem bij deze projecten was dat Nederlandse onderwijs nauwelijks bereid is tot zelf-reflectie. Dus resteert de vraag: als scholen niet veranderd willen worden van buitenaf door het ministerie, hoe krijg je het onderwijs dan zover dat het zichzelf aanpast aan een veranderende wereld?

Op de site van het Engelse parlement www.parliament.the-stationery-office.co.uk staat een memorandum van MacBeath waarin hij gehakt maakt van OFSTED, de gevreesde Engelse schoolinspectie.

John MacBeath: Self-evaluation in European Schools, ISBN 0-415-23014-4, uitg. RoutledgeFalmer 2000.