Nog altijd nat van de regen

Als morgen in Kuala Lumpur het WK hockey begint, zal oud-international Ties Kruize (49) terugdenken aan de door regen geteisterde editie van 1975 in datzelfde Maleisië, waar Nederland op de negende plaats eindigde. ,,De concurrentie lag krom van het lachen.''

In het statige pand aan de Javastraat, waar hij tegenwoordig een makelaars- en assurantiënkantoor bestiert, herinnert niets aan zijn roemrijke hockeyloopbaan. Maar laat het woord `Maleisië' vallen en in een handomdraai zet Ties Kruize de klok 27 jaar terug. Slechts twee woorden heeft hij nodig om zijn voornaamste herinnering aan dat krankzinnige wereldkampioenschap tot leven te wekken: ,,Een afgang.''

Niet dat het voormalige strafcornerkanon dagelijks terugdenkt aan de desastreus verlopen titelstrijd. Maar als morgen in datzelfde Kuala Lumpur het tiende WK begint, zal de voorzitter van HCKZ ongetwijfeld even stilstaan bij de door tropische stortregens geteisterde editie van 1975, toen Nederland na een doldwaas avontuur op de teleurstellende negende plaats eindigde.

Dat was, en Kruize (49) is de eerste om dat te erkennen, een hard gelag voor de ploeg die achttien maanden eerder in Amstelveen na een zenuwslopende strafballenreeks tegen India nog de wereldtitel had opgeëist. ,,We kwamen als de nummer één en gingen als de nummer negen'', grijnst Kruize. ,,Via de nooduitgang, nadat we bij aankomst nog met slingers waren onthaald. De concurrentie lag krom van het lachen, zo diep zakten wij daar door onze hoeven. Zelf heb ik dat toernooi vrij snel van me afgezet, wetende dat er nog vele kansen zouden volgen om een en ander recht te zetten. Maar voor een aantal jongens was het hun eerste en naar later bleek ook enige WK. Ik kan me voorstellen dat die nog altijd balen als een stekker.''

Alle ellende begint al op de openingsdag, wanneer het duel tegen Spanje wegens overvloedige regen wordt afgelast. Het is het begin van een oneindig geschuif met wedstrijden voor de selectie die nog vijf spelers (André Bolhuis, Wouter Leefers, Ron Steens, Maarten Sikking, Ties Kruize) uit de kampioensploeg van '73 telt. Goed komt het niet meer, ondanks de inzet van helikopters die het veld proberen droog te blazen. Halverwege het toernooi zegt bondscoach Cees Tania dat ,,de ploeg die hier kan blijven lachen wereldkampioen wordt''. Kruize: ,,Alle landen hadden last van die regen, maar wij het meest. Dat is geen excuus, maar feit is wel dat wij twee, drie keer om acht uur 's ochtends moesten spelen omdat het speelschema in de war was gestuurd. Dat brak ons op.''

Bovendien haperde de strafcorner, het gevreesde wapen van de beroemdste van de drie hockeyende zoons (Hans, Hidde en Ties) van de Haagse oud-international Roepie Kruize. In de vijf groepduels mocht de topschutter met de loodzware stick (De Bijl) eenentwintig keer aanleggen vanaf de rand van de cirkel. Slechts één keer schoot hij raak. Kruize, zuchtend: ,,Die corner liep voor geen meter en vraag me niet waarom. Alle specialisten hebben dat zo nu en dan. Wat je ook doet of probeert, het wil niet. Geen ritme, geen vertrouwen en dus geen doelpunten. Het was toen alleen des te vervelender omdat ook onze tweede corner, die van Patty Mundt, het liet afweten.''

Zelfs voor de lokale bevolking kwam de aanhoudende neerslag als een verrassing. Velen ontwaarden de hand van de kennelijk ontstemde regengod Bomoh. Zo groot was de paniek dat de organisatie na een paar dagen alsnog overwoog in te gaan op de – naar verluidt forse – financiële eisen van een plaatselijke medicijnman, die zich uitgaf voor Bomoh en regelmatig in het Merdeka-stadion opdook. Zelfs de in allerijl opgetrommelde regenbezweerders boden geen uitkomst, constateerde de verslaggever van deze krant. `Ze snijden uien doormidden, roepen de geesten aan, maar het regende gisteren wel een halve dag', luidde zijn sombere rapport.

Een glimlach glijdt over het gezicht van Kruize zodra hij wordt herinnerd aan de tropische stortbuien. Eenzelfde scenario is ditmaal niet uitgesloten, het toernooi valt in dezelfde periode. ,,Met dat verschil dat wij toen op natuurgras speelden en de afwatering om te janken was. Binnen een mum van tijd stond het veld blank. En niet een paar plassen. Nee, het was een zwembad waarin je kon waterpoloën.''

Eén keer week de ploeg uit naar het 250 kilometer verderop gelegen Ipoh voor het groepsduel tegen Maleisië. ,,Om het hockey in de binnenlanden te promoten'', herinnert Kruize zich. ,,Na een slopende busreis speelden we onze beste wedstrijd van het toernooi. Maar na tien minuten begint het me te stortregenen, niet normaal meer. Konden we de bus weer in en moest het duel opnieuw worden gespeeld. Niet in Ipoh, maar weer in Kuala Lumpur. Daar verloren we (2-1, red.) waardoor we de halve finales konden vergeten.''

Dankzij drie nederlagen (Nieuw Zeeland, Polen en Maleisië), een gelijkspel (Pakistan) en een overwinning (Spanje) eindigt Nederland op de laatste plaats in groep A. In de verliezersronde wordt dan nog wel van Argentinië (5-0) en Polen (3-1) gewonnen, maar de negende plaats betekent een historisch dieptepunt in de geschiedenis van het Nederlandse hockey. Na afloop volgt een indringende zoektocht naar oorzaak en verklaringen.

`Het Nederlandse hockey heeft op zijn weg naar de wereldtop een belangrijke fase in de ontwikkeling van het spel overgeslagen, te weten het simpele stoppen en slaan van de bal', schreef de verslaggever van NRC Handelsblad. Ook de zelfdiscipline stond ter discussie. Zo zou de selectie niet bestand zijn geweest tegen de ongekende gastvrijheid van de Maleisische gastheren. ,,De verleiding van de massagetafel was te groot'', grinnikte radioverslaggever en ooggetuige Geerhard de Grooth, toen hij kortgeleden de vraag kreeg voorgelegd waarom de ploeg faalde.

Kruize kent die geluiden. Hoofdschuddend: ,,Klinkt allemaal leuk en aardig, maar die verhalen berusten niet op waarheid. Teleurstelling vanuit de tweede lijn, want zo noem ik het maar, blijkt in de sport elke keer opnieuw een ideale voedingsbodem voor een hoop nonsens. Na afloop werd ons ook verweten dat we te veel en te vaak in de zon zouden hebben gezeten, en onze energie zouden hebben verspeeld in het zwembad. Onzin! Door die regen was de organisatie gedwongen te improviseren. Vaak kwamen we 's avonds laat bekaf aan in het hotel na een wedstrijd die al dan niet was afgebroken. Dan ging om vijf uur de wekker, omdat we een paar keer om acht uur 's ochtends moesten spelen. Daar kwam ook die hitte nog eens bij, met die hoge vochtigheidsgraad waardoor je slecht sliep en helemaal uitgewoond van het veld stapte. Vergeet niet: destijds mocht nog niet onbeperkt gewisseld worden. Een wedstrijd van zeventig minuten was een aanslag op je lichaam.''

In de nasleep van het door India gewonnen toernooi schoof Kruize samen met aanvoerder Bolhuis aan bij bondsvoorzitter Koos Idenburg voor een evaluatiegesprek. Beiden drongen aan op het vertrek van bondscoach Tania. ,,Niet omdat hij niet deugde, maar omdat het wederzijdse vertrouwen weg was. Met die beslissing werd een beetje gesuggereerd alsof Tania de hoofdschuldige was, terwijl wij dat natuurlijk waren: de spelers die niet hadden gepresteerd.''

Sinds zijn afscheid in 1986 volgt de 202-voudig international (167 doelpunten) het (inter)nationale hockey vanaf de zijlijn. Niettemin duikt zijn naam gelijk Johan Cruijff in het voetbal steevast op zodra een nieuwe bondscoach wordt gezocht. Zo was het tien jaar geleden, na de vierde plaats bij de Spelen in Barcelona, zo was het na de Spelen in Sydney, toen Maurits Hendriks ondanks het miraculeuze goud gedwongen werd op te stappen. Kruize, na enig aandringen: ,,Kort daarop ben ik inderdaad gebeld door de bond. Met de vraag of ik, in wat voor constructie dan ook, bereid was me met het Nederlands elftal te bemoeien. Diep in mijn hart had ik het graag gedaan, maar ik kwam tot de conclusie dat het onbegonnen werk was. Ik heb mijn eigen bedrijf en was op dat moment sinds anderhalf jaar voorzitter van KZ. Na zo'n korte tijd kon ik het niet maken om te zeggen: ik kap ermee.''

Na het afhaken van Kruize viel de keuze op diens ,,zeer goede vriend'' Joost Bellaart, onder wiens leiding HCKZ de aanzet gaf tot een succesvolle periode (acht landstitels in de periode 1977-'84). Het was een omstreden benoeming, niet in de laatste plaats omdat ,,het een keuze voor het verleden'' zou zijn, betoogden de critici. Een die bovendien was ingegeven door een duistere lobby van wat een oud-coach van HGC (Mark Bouwman) cynisch ,,het Old Boys Network'' noemde.

Met ingehouden woede nam Kruize kennis van de kritische kanttekeningen. ,,Het is zo Nederlands om meteen met een mening klaar te staan. Laatst ook weer, toen hij Bovelander meenam naar een trainingskamp in Egypte. Werd er geroepen dat Joost zichzelf een brevet van onvermogen gaf. Onzin! Joost is een teamspeler, iemand die zich niet te groot voelt wat van anderen te leren om uiteindelijk het team daar beter van te laten worden. Dat is zijn grootste kracht. Hij heeft bovendien `ja' gezegd op een moment dat hij meer te verliezen dan te winnen heeft, nu de ploeg de laatste jaren zo'n beetje alles heeft gewonnen wat er te winnen viel. Joost durft zijn nek uit te steken. Dat siert hem.''

Ambities om ooit in Bellaarts voetsporen te treden, zegt Kruize nog altijd te hebben, ook al ontbreekt het hem momenteel aan tijd. ,,Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. In hockeyland heb ik nu vrijwel alles gedaan. Van speler tot coach (eind jaren tachtig bij KZ, red.), maar bondscoach ben ik nog nooit geweest. Het lijkt mij fantastisch om met een groep talentvolle kerels aan de slag te gaan.'' Vraag is of hij het geduld kan opbrengen. ,,Mijn `probleem' is dat ik iets één keer wil uitleggen, een tweede keer ook nog wel, maar een derde keer, dan denk ik: als je het nu nog niet begrijpt, dan zul je het nooit begrijpen.''

Over de huidige generatie heeft hij niet te klagen. Of toch? Aarzelend: ,,Wat ik soms mis, is een eigen mening. Als een coach bij wijze van spreken zegt: je moet op handen en voeten lopen om kampioen te worden, zullen er een paar zijn die dat serieus overwegen. Ik hou van spelers die verantwoordelijkheid nemen, van spelers die uitkomen voor hun mening, met de bedoeling het team te verbeteren. Neem Paul Litjens. Hij was een persoonlijkheid, zowel binnen als buiten de lijnen. Hij nam zelden of nooit een blad voor de mond. Tom van 't Hek, Ronald Jansen, idem dito. Zulke figuren mis ik soms.''

Zelf nam Kruize drie maanden terug naar verluidt ook geen blad voor de mond als toeschouwer bij Amsterdam-HCKZ. Zoveel verbaal geweld produceerde de groep rondom de oud-international dat een van de scheidsrechters de wedstrijd tijdelijk stillegde. Kruize heeft de beschuldigingen altijd ontkend en wil, nu de bond tot een berisping heeft besloten, geen woord meer vuil maken aan de affaire. ,,Daar is al genoeg over gezegd.''