Multicultureel

Bas Heijne roept de politiek in NRC Handelsblad van 16 februari op om in het kader van de discussie over de zogenaamde multiculturele samenleving een praktisch ideaal te formuleren dat realisme paart aan een visie die verder reikt dan een handvol ongetoetste clichés. Hoe je in de praktijk tot zo'n door hem beoogd ideaal komt, is nog niet zo'n eenvoudige opgave.

In de eerste plaats is het nodig te erkennen dàt een multi-etnische samenleving huizenhoge problemen oplevert, zoals Heijne ook stelt. Een goed inburgeringsbeleid voor nieuwkomers en oudkomers is noodzakelijk, maar lost een aantal problemen niet op. Te vaak en te gemakkelijk wordt de multiculturele samenleving door politici en beleidsmakers voorgesteld als iets geweldig positiefs. Door vele burgers, zowel autochtoon als allochtoon, wordt het echter lang niet altijd als zodanig ervaren. Opportunistisch beleid en het buiten de orde verklaren van problemen die het vormgeven van een multiculturele samenleving met zich meebrengt, verkleinen de inzet die nodig is om er samen aan te gaan staan. Bovendien hebben mensen zowel autochtonen als allochtonen de neiging in eigen kring te verkeren. Hierdoor is er onvoldoende basis in de informele sfeer om elkaar op vermeende denkbeelden en gedrag aan te spreken en tot gezamenlijk gewenst denken en gedrag te komen.

Ook minister Van Boxtel, verantwoordelijk voor het minderhedenbeleid, maakt zich goedbedoelend schuldig aan de terreur van de dooddoener, zoals Heijne dat terecht noemt. Van Boxtels onlangs gepresenteerde nota `Integratie in perspectief van immigratie' kan worden geïnterpreteerd als een voorbeeld van het door Heijne gesignaleerde ,,door en door zelfgenoegzaam idealisme waarin de complexe sociale realiteit gesmoord wordt''. In de nota zijn immigratie en integratie nadrukkelijk aan elkaar gekoppeld. Er wordt gekozen voor voortzetting van een restrictief toelatingsbeleid en voor een meer en meer verplichtend inburgeringsbeleid. De voorstellen in de nota bevestigen en verstevigen de gekozen beleidslijn, maar sluiten nog onvoldoende aan bij de hiervoor geschetste hardnekkige realiteit. Een aantal problemen kunnen met de voorgestelde maatregelen wellicht beter beheerst worden, maar de echt diepgaande scheidslijnen en spanningen in de maatschappij worden er niet mee opgelost. Noch geruststellende clichés noch harde woorden bieden een reële en duurzame oplossing. Het lijkt mij dan ook reëler, de multiculturele samenleving als opgaaf te formuleren in de zin van: we zijn tot elkaar veroordeeld en we moeten er daarom met elkaar maar het beste van zien te maken.