Militairen `als Máxima' in Kabul

Meer dan 200 Nederlandse militairen maken in Afghanistan deel uit van de vredesmacht ISAF. Samen met de Afghaanse politie patrouilleren ze door de straten van Kabul. ,,Dankzij ons komen de agenten nu soms in delen van hun district waar ze anders nooit komen, doordat wij ze een lift geven.''

,,Komt u toch vooral thee bij me drinken'', dringt het districtshoofd in het dorp Bagrami, onder de rook van Kabul, aan bij de bewapende luitenant Raymond van Veen, die een patrouille leidt in het gebied. Beleefd maar beslist slaat Van Veen, staande op een glibberig modderpad tussen lemen huisjes, de uitnodiging via een tolk af: ,,Ik wil uw tijd niet onnodig in beslag nemen.''

Waar de Nederlandse militairen van de internationale vredesmacht ISAF zich ook vertonen, vrijwel overal worden ze allerhartelijkst begroet, gisteren nog meer dan gewoonlijk, omdat het een belangrijke islamitische feestdag was. Vele honderden mensen, van volwassen mannen tot kleine kinderen, wuiven enthousiast naar de passerende millitairen van het antitankpeloton van de Nederlandse ISAF-infanteriecompagnie. De Nederlanders op hun beurt zwaaien terug zoveel ze kunnen. ,,Wij spreken wel van het Máxima-gevoel'', zegt kapitein Henk Asma schertsend.

De 221 Nederlandse militairen, van wie de meesten intussen enkele weken in Kabul verblijven, nemen de patrouilles in drie districten voor hun rekening. Twee daarvan bevinden zich in de stad en het derde is het uitgebreide gebied rond het dorp Bagrami, aan de voet van besneeuwde bergen.

De ISAF-patrouilles in de districten, die zowel overdag als 's nachts plaatshebben, geschieden gedeeltelijk in samenwerking met de lokale Afghaanse politie. De samenwerking verloopt over het algemeen tamelijk soepel, al hebben de Nederlandse militairen een totaal andere achtergrond dan hun Afghaanse collega's. Om te beginnen worden ze fatsoenlijk betaald, terwijl de Afghaanse agenten al zes maanden geen salaris hebben ontvangen. Volgens sommige berichten noopt dit de politie ertoe om 's nachts zelf het dievenpad op te gaan. Andere Afghaanse politiemensen doen zich graag te goed aan een stevige dosis drugs.

Verder beschikken de Nederlanders over goed materieel, terwijl de Afghanen het veelal zonder auto's moeten stellen. ,,Dankzij ons komen de agenten nu soms in delen van hun district waar ze anders nooit komen, doordat wij ze een lift geven'', aldus Van Veen. Veel Afghaanse politiemensen hebben ook nauwelijks enige opleiding genoten. Bij een voetbalwedstrijd met enige tienduizenden bezoekers bleek vorig weekeinde dat de Afghaanse politie op zulke evenementen in het geheel niet is berekend. ,,Zonder hulp van de ISAF zou dat een puinhoop zijn geworden'', zegt Asma. Daarom hebben de Duitsers nu het plan opgevat om een nieuwe politieacademie op te zetten. Ook willen ze de Afghaanse politie van auto's gaan voorzien.

De voornaamste taak van ISAF is, naast het bewaken van de leden van de interim-regering van premier Karzai, om de veiligheidstoestand in Kabul te bevorderen. Dat gebeurt met wisselend succes. Zo zijn de Britten al twee keer bij schietpartijen betrokken geraakt, iets wat de Nederlanders tot dusverre niet is overkomen. Niettemin geven vrijwel alle inwoners van Kabul grif toe dat de veiligheidstoestand in Kabul de afgelopen dagen zienderogen is verbeterd.

In het dorp Bagrami is de toestand bijvoorbeeld over het algemeen zeer kalm. Maar in het gebied ten zuiden daarvan kan het ondanks ISAF nog steeds zo onrustig zijn dat de mensen niet kunnen slapen van angst. ,,Je hebt daar 's nachts inbraken en gewelddadige roofovervallen'', aldus Van Veen. ,,De Afghaanse politie durft daar helemaal niet naar toe.'' De Nederlanders patrouilleren daar ook, maar zodra de Nederlandse jeeps in zicht komen, nemen de rovers de benen. ,,Hoe vaker we patrouilleren, hoe meer de veiligheidssituatie verbetert'', zegt Van Veen.

Soms komt het echter tot een pijnlijke confrontatie met de Afghaanse politie. Zo zocht een Afghaanse taxichauffeur contact met de Nederlandse ISAF-militairen, omdat hij in elkaar was geslagen door een Afghaanse politieman. Van Veen liep daarop gisteren een sjofel, lokaal politiebureau binnen om de politie op deze zaak te wijzen. Daar kreeg hij te horen dat zijn Afghaanse collega's het volledig met hem eens waren. Uiteraard was de boosdoener al disciplinair gestraft en als het nog eens zou gebeuren, zou hij zonder twijfel in de gevangenis belanden. ,,Houd de komende tijd contact met die in elkaar geslagen man'', droeg luitenant Van Veen zijn manschappen op. ,,We moeten zorgen dat er geen repressailles tegen hem plaatsvinden. Het zou een mooi succes zijn als we op die manier het vertrouwen van de bevolking kunnen winnen.''

De Nederlandse militairen hebben zich inmiddels betrekkelijk comfortabel geïnstalleerd in de vijftig tenten van hun deel van het uitgestrekte kamp, waar verder nog Duitse, Deense en Oostenrijkse ISAF-troepen zijn ondergebracht. In totaal telt ISAF, dat onder leiding staat van de Britten, achttien verschillende nationaliteiten.

Anders dan in het begin van de missie, toen het buiten bovendien achttien graden vroor, zijn de tenten nu verwarmd. Ook hoeven de soldaten niet langer van een rantsoen te eten. In de enorme, gezamenlijke eettent wordt tegenwoordig ook vers ingevlogen voedsel geserveerd.

Veel opzien bij de Afghanen wekt de enige vrouw onder de Nederlandse troepen, de oorspronkelijk uit Iran afkomstige tolk Fariba Boender. Vooral de Afghaanse vrouwen zijn erg van de vrouw in uniform onder de indruk. ,,Zet hem op, zeggen ze enthousiast tegen me'', vertelt Boender. Sommige Afghaanse mannen weten zich geen raad met dit fenomeen. ,,Sommigen dachten dat ik een homoseksueel was'', lacht ze.