Lutterzijl - Barsbeek

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week volgt ze het Zuiderzeepad langs de haven van Genemuiden.

De vroege zon smijt hard licht over de grasdijk. Het maakt de weilanden onwezenlijk groen, dat wijkt voor rechthoeken knalblauw waar de langwerpige, dooiende plassen staan. De rivieren en vaarten zijn een en al loodblauwe rimpeling. In de luwtes staat dat blauw zo strak dat de kleur van het water neigt naar blauwsel-wit.

Mijn enkels zwikken op de bevroren molshopen en verijsde schapendrollen. De dijk loopt door de Pieperpolder, waar volgens de wandelgids de kolganzen overwinteren. Ik zie er niet één. Ook geen andere gans. Niet dat het hier leeg is: er bivakkeren meeuwen, heel veel meeuwen. Meeuwen maken altijd overal een heisa van.

Het kraakt onder mijn schoen, en nog eens en nog eens. Ik trap op schelpen, het knarst hier tussen het gras als aan het strand. Overal tussen het gras weerkaatsen opengevouwen schelpen het zonlicht. Parelmoeren harten, gedoemd om te worden gebroken. Stupid Cupid. Schelpen horen hier, ik bewandel immers een stukje van het Zuiderzeepad dat 400 kilometer lang, van Enkhuizen tot Stavoren, langs de oevers van de voormalige Zuiderzee voert. En ook al strekt zich nu aan alle kanten land uit, het water is overal. Er moeten sluisjes worden gepasseerd, riviertjes sisselen en op de vele sloten smelt het ijs tot splinters.

De route zal ons via het Scheepvaartgat en het Zwolsche Diep brengen langs de haven van Genemuiden, dat knorrig berust in de verloren visserij. Maar die hobbyisten moeten wel hun plaats kennen: `Sportvissen alleen toegestaan als de vis direct levend wordt teruggezet (art. 2.4.76 APV)'.

We vorderen traag, er moet vaak worden stilgestaan, geluisterd en gekeken. Het water schurkt zich aan het nu hoge, strakke licht. Vergulde rieteilandjes knisperen met hun poederdonspluimen, de meerkoeten laten hun snotverkouden `pèp!' horen. Met fleppende voetjes rennen ze over het water, ze maken snelheid om op te kunnen stijgen. En dan is er nog een vogel die ik niet zie maar wel steeds hoor: hij maakt een tinkelend geluidje, of er een zilveren spijkertje wordt ingeslagen.

Een voormalig lichtwachtershuis, jaartal 1867, benadrukt op zijn beurt dat hier, aan het Zwarte Water, vroeger tegen de zee werd gevochten. Achter statige essen hurkt het huis op een zeewering van keien en basaltblokken. De eigenaar houdt van zijn huis en is er terecht trots op; op het peilloze uitzicht; op de muren en kozijnen met bakstenen motieven in rood en geel; op de houten sierlijst langs de dakgoten; op de achterkant die eens de voorkant was en over de golven uitzag naar de schepen die met lichtseinen gekeerd moesten worden eer ze op de wal liepen.

Soms is het weiland weer zee: ,,Vorige week stond dit nog helemaal blank. Ik heb meermalen meegemaakt dat het water hoger kwam.'' Hij gebaart naar de bovenrand van de keien net onder zijn tuinhek en kijkt dromerig. ,,Ja, dat vind ik mooi.''

En de kolganzen? De lichtwachtershuisbewaarder kijkt in de verte. ,,Er zaten er hier pas nog duizenden'', troost hij.

Kaart 58, 59, 60 (15,2 km) uit D. en J. Mönch: Zuiderzeepad. Uitg. Wandelplatfom-LAW. Uit Hasselt kan met Arriva-bus 74 naar Lutterzijl worden gereisd. Uit Barsbeek rijdt bus 71 terug naar Hasselt. Beide lijnen gaan naar Zwolle. OV-informatie: tel. 0900-9292 of www.9292ov.nl.