Lijfwacht van leugens

Zou het waar zijn of is het een leugen? Volgens The New York Times heeft het Amerikaanse ministerie van Defensie een eigen leugenfabriek opgericht, het Bureau voor Strategische Beïnvloeding, dat onder leiding van een generaal is belast met, onder meer, de wereldwijde verspreiding van valse informatie. Niet om de vijand, maar om de eigen burgers te misleiden.

Het zou grappig zijn als dit nieuwe bureau zichzelf zou hebben verzonnen om de journalistiek scherp te houden: een imaginair bureau dat imaginaire informatie verspreidt via imiginaire nieuwskanalen. Stel, de redacties krijgen nieuws binnen over terrorisme. We beginnen met dat niet te geloven: het zou wel eens afkomstig kunnen zijn van het Bureau voor Strategische Beïnvloeding. Niet toevallig stond onder het verhaal op de voorpagina van deze krant waarin het bestaan van zo'n bureau werd gemeld: ,,Of bovenstaand bericht, afkomstig van het Witte Huis en het Pentagon, nog volledig betrouwbaar is, valt niet na te gaan.''

Het valt te overwegen voortaan onder elk bericht diezelfde tekst af te drukken. Of, om moeite te besparen, onder de dagbladtitel op de voorpagina routineus te vermelden: van niets wat in deze krant staat valt de volledige betrouwbaarheid na te gaan. Het zou wel eens een leugen van de overheid kunnen betreffen.

Alsof strategische beïnvloeding iets nieuws is. Orwells Ministry of Truth was geen verzinsel. Desinformatie, psychologische oorlogvoering en propaganda behoren al sinds mensenheugenis tot het arsenaal van alle oorlogvoerende partijen. En van alle regeringen. Het is waarachtig niet zo dat Goebbels (die heeft gezegd dat een leugen vanzelf een waarheid wordt als je haar maar vaak genoeg herhaalt) de uitvinder is van propagandistische desinformatie. Van niemand minder dan Churchill is de beroemde uitspraak dat in een oorlog de waarheid dermate waardevol is, dat men haar moet beschermen met een lijfwacht van leugens.

Vertellen generaals ooit de waarheid? Wat is er dan eigenlijk bijzonder aan het nieuw opgerichte bureau van het Pentagon? Volgens de Amerikaanse pers betreft het een geheime operatie die de autoriteiten in Washington juist in de gelegenheid moet stellen minder opzichtig onwaarheden te vertellen dan voorheen. Door allerlei tussenpersonen in het buitenland in te schakelen die elders ingestoken berichten op het internet zetten, gaat de valse informatie als het ware een eigen leven leiden. Vervolgens komt de internationaal rondgepompte desinformatie dan weer terecht bij het Amerikaanse publiek, zonder dat de autoriteiten zichzelf aan strafbare misleiding in eigen land schuldig maken. Voor officiële regeringspropaganda geldt in de VS namelijk, evenals in Nederland, de regel dat van overheidswege verstrekte feiten juist moeten zijn. Om deze regel te ontduiken heeft het Pentagon het particuliere adviesbureau Rendon ingehuurd, dat al eerder voor de CIA werkte en voor een klein bedragje (100.000 dollar per maand) zorgt voor verzonnen verhalen en misleidend pseudonieuws.

Intussen lijkt het er op dat propaganda en desinformatie met de komst van internet een nieuwe dimensie hebben gekregen. De waarheid zwerft als vluchteling in de virtuele ruimte tussen de krijgsheren van de leugen; in plaats van de democratische participatie van de individuele burger in de informatiestromen te bevorderen, bewerkstelligt de nieuwe informatietechnologie dat die burger zich machteloos en wanhopig ziet rondwaden in een moeras van onsamenhangende, elkaar tegensprekende, oncontroleerbare mededelingen over een nu ook als virtueel ervaren werkelijkheid. Een werkelijkheid waar hij geen enkele greep op kan krijgen. De burger wordt zo een speelbal, niet alleen van de informatie- en amusementsindustrie, maar ook van als voorlichting verpakte propaganda en indoctrinatie van overheidswege.

Alle winst is verlies, om met Ter Braak te spreken. Winst is de absolute vrijheid – van meningsuiting, van nieuwsgaring, van uitwisseling van visies op de werkelijkheid, van voorlichting, reclame en pr, kortom: absolute vrijheid van communicatie waar geen censor, voorlichter of politieagent aan te pas komt. Maar er dreigt ook vrijheid verloren te gaan in de informatiemaatschappij als gevolg van de tendens, waar het Bureau voor Strategische Beïnvloeding me een symptoom van lijkt, naar een totalitaire poging tot manipulatie van het publiek, dat omkomt in niet te onderscheiden informatie en pseudo-informatie.

Zelfs oprechte pogingen om de bureaucratie toegankelijker en inzichtelijker te maken, bijvoorbeeld door zoveel mogelijk overheidsdocumenten op internet te publiceren, hebben hun tegenhanger in pogingen van overheidswege om de informatiestromen zodanig te sturen dat de onafhankelijke journalistiek zoveel mogelijk buitenspel komt te staan.

In Nederland heeft de Commissie Toekomst Overheidscommunicatie (de commissie-Wallage) behalve voorstellen om de actieve openbaarheid te bevorderen, kritiek geuit op de journalistieke media. Zij zouden in hun jachtigheid de kwaliteit van de informatie over de overheid aantasten, gericht als zij zijn op conflicten in plaats van op de inhoud van het beleid. De Voorlichtingsraad (een vereniging van voorlichters van ministeries en tevens adviesorgaan van de minister-president) betoogt dat journalisten zich steeds meer richten op relletjes, personen en `mediahypes', waardoor journalistieke normen als hoor en wederhoor, check en dubbelcheck, steeds minder worden toegepast. En deze week beklaagt minister van Binnenlandse Zaken Klaas de Vries zich in Vrij Nederland over de journalistiek die niet geïnteresseerd zou zijn in ,,beleidssuccessen en toekomstvisies'', maar des te meer in ,,persoonlijke ruzies, kleine schandaaltjes en onbenullige incidenten''.

,,De mensen hebben geen benul van wat er op de politieke agenda staat en dat ligt aan de oppervlakkigheid van de media'', doceert de minister. Moet de overheid dan maar op de stoel van journalisten gaan zitten of hen langs slinkse wegen voeden met berichten zonder afzender, die bij nader inzien van adviesbureaus en pr-instellingen afkomstig zijn? Het is omineus dat het Amsterdamse gemeentebestuur een Ton Elias inhuurt om van belastinggeld een politieke visie op de privaterisering van het gemeentelijk vervoerbedrijf uit te dragen.

Natuurlijk is Elias geen Rendon en het Amsterdamse stadsbestuur geen Pentagon. Maar de Bureaus voor Strategische Beïnvloeding zijn volop aan de slag, ook hier. En al is de journalistiek allesbehalve onfeilbaar, zij is nog steeds het belangrijkste bastion tegen overheidsmanipulatie en desinformatie. Het Amerikaanse voorbeeld laat zien dat de taak van journalisten, de waarheid achter de overheidsvoorlichting uitzoeken en onthullen, actueler en noodzakelijker is dan ooit tevoren. Geloof het, of niet.