Kindergoelag

De schattingen lopen uiteen. Het ene staatsorgaan heeft het over één miljoen, het andere over vijf miljoen verwaarloosde kinderen in Rusland. In officiële opvangte- huizen krijgen ze te maken met lijfstraffen en seksuele intimidatie. Velen verkiezen daarom de vuilnisbelt.

De kinderen van de vuilnisbelt Salarjevo zijn vandaag ,,een beetje lui''. De wind snijdt tot op het bot, ze kleumen ineengedoken rondom een vuurtje in een oude badkuip. Denis en Andrej staren in de vlammen, Joelia knuffelt Andrej, Sveta kust haar puppie Boss. Sveta zegt niet zoveel, en als ze iets zegt is elk tweede woord `lul' of `neuken'. ,,Ja Sveta, zvezda mineta'', stelde deze twaalfjarige zich aan ons voor. ,,Ik ben Sveta, een ster in het pijpen.'' Nu en dan pakt ze een Danoontje en slobbert dat leeg. Uiterste verkoopdatum 11 oktober 2001, staat op de verpakking. ,,Heb je werk voor haar?'', stoot een oude zwerver me aan. Hij wijst op de camera van fotograaf Oleg: misschien zijn we op zoek naar jong talent voor kinderporno. ,,Ze is niet lelijk, maar het is beter haar eerst te wassen.''

Op elke vuilnisbelt rond Moskou vind je dit soort kinderen, Salarjevo telt er een stuk of dertig. Ze slapen in kibitki: holen in het afval, afgedekt met hout en plastic. Zo ziet hun wereld er uit: een hoogvlakte van nat karton, glasscherven, plastic zakken en etensresten. Een bochelaar port in het vuilnis, stopt iets in een zak, vloekt. Vrachtwagens zwoegen in zwarte dieselwolken de berg op en kieperen vers vuil in de modder. Nu en dan spiraalt een zwerm kraaien krijsend de wolken in. Een schilderij van Jeroen Bosch in zwart-wit.

Samen met zo'n honderd oudere jutters verzorgen de kinderen de gescheiden afvalinzameling. Glas, metaal, lompen: het levert allemaal iets op. Als ze hard werken, verdienen Sveta en haar vrienden per dag 250 roebel, beweren ze: tien euro. Dat gaat op aan wodka, sigaretten, lijm. 's Zomers roken ze liever marihuana. ,,Als het warm is en je bent knetterstoned, dan is het leven goed'', mijmert Andrej. Het eten komt uit Moskou, zojuist leverde een vuilniswagen vier pallets bedorven zuivel aan. Oom Wolodja kookt in een steelpannetje vleesresten die hij ergens in een plastic zak vond.

De kinderen kunnen zichzelf prima redden, vinden ze. Buitenstaanders die op Salarjevo komen jutten ,,slaan we op hun smoel'', snoeft Andrej. Hij heeft een oud jachtgeweer, voor noodgevallen. Sveta denkt soms terug aan school in Kaloega, aan haar vriendinnen van toen. Maar gered worden, daar zit ook zij niet op te wachten. Laatst kwam een televisieploeg filmen, de volgende dag reed een bus agenten de vuilnisberg op om de kinderen te vangen. ,,We zijn het bos in gevlucht, ze vinden ons nooit'', zegt Andrej. ,,Wij zijn vrij.''

Zwerfkinderen staan weer op de politieke agenda in Rusland, dankzij president Poetin. ,,Zwerfkinderen en jeugdmisdaad hebben een alarmerend niveau bereikt in ons land'', zei hij vorige maand. ,,Mensen brengen dat steeds weer onder mijn aandacht. Onze maatregelen zijn niet effectief.'' Van premier Kasjanov en zijn kabinet eist de president snel nieuwe voorstellen. Zo port Poetin wel vaker in de mierenhoop van de Russische bureaucratie. Het resultaat is tot zover voorspelbaar: staatsorganen vergaderen en werken aan nota's, commissies gaan op tournee langs de instellingen, politici beleggen persconferenties en iedereen denkt hard na over de vraag hoe hij hier extra budget uit kan slepen. Een onderzoek om het probleem in kaart te brengen? Een coördinerend orgaan met een nieuw hoofdkantoor en een forse staf?

Poetin heeft iets met kinderen. Tijdens zijn verkiezingscampagne propageerde hij legerkampen om de straatjeugd in het gareel te krijgen, vorig jaar nam hij het op voor de wezen. In het boek In eerste persoon vertelde Poetin hoe hij eens van huis wegliep, in een trein stapte, verdwaalde en bijna bevroor. Een vechtersbaasje – ,,Ik was een hooligan, geen padvinder'' – dat zich thuisvoelde in ,,de jungle van de straat'' en alleen op het rechte pad bleef door de discipline van judo. Ook valt te wijzen op de kinderliefde van de KGB, waar Poetin carrière maakte. `IJzeren' Feliks Dzerzjinski, de aartsvader van de KGB, was degene die in 1921 werd belast met het probleem van de honderdduizenden zwerfkinderen, op drift geraakt door de burgeroorlog. In zijn nagedachtenis organiseren KGB-veteranen nog altijd zomerkampen voor de straatjeugd.

Ook Poetins voorganger, Boris Jeltsin, was een kampioen van de Russische jeugd. Het is een schande dat in het nieuwe Rusland meer zwerfkinderen rondlopen dan na de burgeroorlog of de Tweede Wereldoorlog, bulderde hij in 1997. Het lag aan de Doema, die geen nieuwe wetten aannam. De budgetten voor jeugdzorg moesten omhoog en gingen ook omhoog. Waarna de situatie verder verslechterde.

Syfilis

De schattingen over het aantal verwaarloosde kinderen in Rusland lopen inmiddels uiteen van één tot vijf miljoen – het is maar welk staatsorgaan men raadpleegt. Meestal hebben ze een ouderlijk huis, maar mijden ze dat als de pest. De armoede en demoralisering die de val van het communisme met zich meebracht hebben geleid tot miljoenen verwoeste gezinnen. Ouders drinken zich dood, verwaarlozen en mishandelen hun kinderen. Die vluchten de straat op, slapen in stations, portieken of treinen, houden zich in leven met bedelen, zakkenrollen of prostitutie, bedrinken zich en snuiven lijm. Onderweg lopen ze luizen op, tbc, syfilis, aids.

Niet dat de overheid stilzit. Russische rechters zetten ouders routinematig uit hun ouderlijke macht. Nu kent Rusland 650.000 wezen, van wie 95 procent als `sociale wees' te boek staat – hun ouders leven nog. Ruim 270.000 zijn ondergebracht in babytehuizen, kindertehuizen, internaten, gestichten en opvanghuizen. Inmiddels zijn er bijna tweeduizend van, jaarlijks worden er nog eens 150 bijgebouwd. Waarom dan liever bevriezen op de vuilstort dan je aan de zorgen van de staat toe te vertrouwen?

,,De Russische kinderopvang is een goelagarchipel'', schimpt Boris Altsjoeler. ,,Het is eerder het probleem dan de oplossing. Jaarlijks ontsnappen 25.000 kinderen uit tehuizen.'' Altsjoeler, een ex-dissident en kinderactivist, is niet de enige die het Russische systeem van kindertehuizen vergelijkt met stalinistische werkkampen. Human Rights Watch kwam drie jaar geleden met een schokkend rapport, sindsdien lijkt er weinig veranderd. Het ergst zijn de wezen eraan toe die op hun vierde jaar door een medische commissie in de categorieën `imbeciel', `debiel' of `idioot' zijn geplaatst – daarvoor is een hazenlip in de regel voldoende. Hen wacht een leven in klamme, schemerige holen waar ze in hun eigen uitwerpselen wegkwijnen.

Uit een onderzoek in tehuizen voor `normale' weeskinderen blijkt de situatie wat voeding en hygiëne betreft veel beter. Maar het zijn van de wereld afgekeerde bastions met een directeur die heerst als een feodaal vorst. Dat kan goed uitpakken als het een energiek en goedwillend persoon is; veel vaker blijken het sadisten of onverschillige fraudeurs.

In hun tehuizen bestaat de opvoeding uit die systematische sloop van de persoonlijkheid die veel Russen voor discipline aanzien. Het personeel bewaart de orde met lijfstraffen, seksuele intimidatie en publieke vernedering – naakt voor de klas zetten is favoriet. Onder de wezen zelf stimuleert de staf een rigide treiter-hiërarchie, vergelijkbaar met die binnen het leger. Oudere wezen mogen daarbij hun fantasie de vrije loop laten. Zo vertelt ene Grigori de `Elektrische Stoel' te hebben ondergaaan, waarbij hij door oudere wezen op een beddenspiraal werd gebonden en onder stroom gezet, en de `Russische Fascist', waarbij hij zich met een kussen tegen rondmeppende ouderen moest verweren.

Weglopen geldt als abnormaal gedrag, dat bestraft wordt met opname in een psychiatrisch gesticht. Geen wonder dat van de wezen die op hun achttiende op straat staan na drie jaar 40 procent dakloos is, 30 procent een misdrijf heeft begaan en 10 procent zelfmoord pleegt. Altsjoeler: ,,Tehuizen maken kinderen niet geschikt voor de maatschappij, maar hooguit voor de onderwereld.''

De kindergoelag streeft altijd naar verse aanvoer. De eerste reacties van de jeugdzorg op de kritiek van Poetin is typerend. Vice-premier Valentina Matvijenko, de hoogste verantwoordelijke, stelt voor om falende ouders geen toelage meer te geven. Dat geld gaat toch maar op aan wodka en kan beter besteed worden aan tehuizen. Altsjoeler denkt dat de jeugdzorg niet uitgebreid, maar grondig hervormd dient te worden. Het gezin moet centraal staan. ,,Pikt de politie een kind van straat op, dan wordt het domweg thuis afgeleverd en loopt weer weg. Als er wordt ingegrepen, douwt men het kind in de tunnel van de weeshuizen. Adoptie en pleegouderschap stellen nog weinig voor, tijdelijke plaatsing bestaat niet, het is éénrichtingsverkeer. De ouders draaien nog een fles wodka open en maken er een kind bij.'' De oude dissident moet erkennen dat het er in de Sovjet-Unie beter voorstond. ,,Toen had je op poliklinieken nog een jurist die mishandelde kinderen op een lijst zette, waarna de ouders door sociale werkers onder druk werden gezet.''

Het Kremlin ziet ook in dat meer geld geen oplossing is, denkt Altsjoeler. ,,Vroeger was Poetins mantra `discipline, legerkampen', nu is het `familie, familie'.'' Adviseurs van de president overleggen met pleitbezorgers van kinderrechten om nieuwe ideeën op te doen, buiten de bureaucratie om. Onlangs kondigde Poetin een amnestie voor gedetineerde moeders aan, ongeacht hun misdrijf. Daardoor komen 23.000 moeders op vrije voeten.

Pederast

Op straat bemoeit niemand zich met zwerfkinderen. Tot 1999 was dat de taak van de politie, die de hele Russische jeugdzorg onder haar supervisie had. Ook dit was een erfenis van Feliks Dzerzjinski, die in 1921 wilde bewijzen dat de bolsjewistische staat een veel betere opvoeder was dan het bourgeoisgezin. Onder zijn leiding werden kinderen met honderdduizenden tegelijk opgepakt en in kampementen geplaatst. Daar groeiden ze op in een geest van arbeid, discipline en marxistisch onderricht. En daar werd de basis gelegd voor de kindergoelag.

Anno 1999 hield de politie zich alleen nog bezig met het opvegen van zwerfkinderen en de eerste opvang, tehuizen vielen inmiddels onder andere ministeries. Veel werk, lage budgetten, weinig gebouwen of staf: als elke weldenkende bureaucratie wilde de politie graag van die ondankbare taken af. Dus stelde de Doema in 1999 per wet vast dat wijkagenten voortaan geen kinderen meer van straat mogen plukken, tenzij die een misdrijf begaan. En omdat de Doema zich in een xenofobe fase bevond, verbood zij tevens buitenlandse hulpverleners contact te zoeken met de zwerfjeugd – vrijwel de enigen die in het nieuwe Rusland nog iets aan straatwerk deden.

De zorg voor zwerfkinderen is nu over een aantal ministeries en lokale autoriteiten verspreid – over iedereen en dus niemand. In Moskou wordt hun aantal op dertig- tot vijftigduizend geschat, 94 procent komt van buiten de stad. We bezoeken `Kinderen van de Straat', de organisatie die sinds 1998 met het probleem is belast. Directrice Svetlana Volkova heeft het er druk mee. Na drie jaar zijn slechts zeven van de tien geplande wijkcentra in werking, klaagt ze, de strijd om kantoorruimte is in volle gang. In die centra zitten bekwame administrateurs en vakkundige psychologen, maar geen kinderen. Het personeel blijft binnen. Volkova: ,,Onze salarissen zijn te laag, we kunnen geen personeel vinden voor straatwerk. We zijn bezig stagiaires te trainen om contact met zwerfkinderen te maken.''

Vera Barbisjeva van `Kinderen van de Straat' zegt contact te hebben met de zwerfkinderen op de stations van Moskou. Deze blonde matrone in bontjas rijdt voor in een behaaglijk warm busje van Unicef. Het probleem, zo steekt ze van wal, is de consumptiegeest van de huidige jeugd. ,,Wij moeten hun leren dat ze ook een verplichting aan de samenleving hebben. Wie geld wil verdienen moet een vak leren en hard werken.''

Vervolg op pagina 24

Kindergoelag

Vervolg van pagina 23

Gewapend met deze filosofie benen Vera en haar vriendin Ljoeba even later met ferme pas door de schemerige hal van het Kazanstation, spiedend naar de doelgroep. Op de wachtstoelen dommelen zwervers, oudjes en shuttlehandelaars met bergen tassen. Helemaal achterin, bij een rij spelcomputers, ontwaren de dames de kleine Maksim Boltajev, een smoezelig dwergje in een veel te grote winterjas. Verbeten speelt hij het vechtspel Tekken 3, vermorzelt hij met vreselijke slagen monsters en bodybuilders. Maksim wil best wat eten, dus staart hij even later over zijn frietjes met worst stuurs naar de bontjassen tegenover hem. Vera en Ljoeba vuren vragen, goede raad en vermaningen op hem af. Maksim antwoordt `ja', `nee' of `ik weet niet', als de dames al de tijd nemen zijn antwoord af te wachten. Wanneer hun hakken weer over het graniet wegklikken, begint Maksim schokschouderend te huilen. Hij wil niet zeggen waarom.

,,Maksim is vorige week met een pederast meegegaan'', verklaart zijn vriend Kostja. ,,Die gaf hem iets te eten. Daarna heeft hij hem in zijn kont geneukt. Aan het eind van perron vijf.'' De veertienjarige Kostja beschermt Maksim een beetje. Het Kazanstation is zijn koninkrijk. De politie heeft hem al een paar keer naar het stadje Podolsk teruggestuurd, hij kwam steeds terug. ,,We hebben allemaal een zielig verhaal'', zegt Kostja koeltjes. ,,Bij mij is het een geschifte broer van 22 jaar die me elke dag in elkaar slaat.''

Maar in Moskou ligt het geld op straat. Kostja: ,,Er is een schaal van oneerlijk naar eerlijk. Oneerlijk is tasjes jatten, een dronkelap leegschudden, een kippetje stelen bij een kiosk of bedelen. Eerlijk is tassen dragen voor handelaars, de straat vegen, fruit selecteren op de markt.'' Kostja heeft het allemaal gedaan. Wat verder? Soms word je bestolen door een skinhead of een `zwarte' (Kaukasiër), soms slaan ze met z'n allen een zwerver halfdood. Meestal slentert Kostja wat rond met zijn vriendjes, drinkt bier, snuift lijm, slaapt in de boemeltrein naar Rjazan. Deze ochtend heeft hij twee flinke snuiven `Moment Superlijm' genomen; onderdrukt honger en kou en geeft leuke hallucinaties. ,,Al ben ik geen junkie, ik snuif geen benzine of oplosmiddelen.''

Met de politie heeft Kostja slechte ervaringen. Ze beroven hem, of erger. Hij trekt vier lagen groezelige T-shirts omhoog en toont een vuurrood litteken dat als een ritssluiting over zijn buik loopt. ,,Een agent heeft me vorig jaar zo verrot geslagen dat mijn milt scheurde. Ik had een grote mond. In het ziekenhuis vertelde ik dat ik met andere jongens had gevochten. Nu mag die agent me wel, hij is blij dat ik hem niet heb aangegeven.''

Sadisme

Boris Altsjoeler kent de verhalen over sadisme, botheid en corruptie binnen de politie. Hij vult ze desgevraagd aan met eigen anekdotes. Maar toch: meer dan de politie is er niet. Zij moet haar oude taak terugkrijgen: zwerfjeugd van straat vegen. ,,Rusland bevindt zich in een unieke positie: het enige land ter wereld waar een agent een kind van elf in de metro ziet bedelen of lijm snuiven en hem niet in veiligheid mag brengen.''

Ook de stad Moskou lijkt dat te beseffen, zeker nu de televisie avond aan avond straatjongetjes toont. Slecht voor het imago, dus is als stoplap vorige week een avondklok ingesteld. Kinderen jonger dan zestien mogen na elf uur 's nachts niet meer op straat. Dat geeft agenten een handvat om ze op te pakken. Bij een rijdende soepkeuken bij het Koerskstation treffen we slechts één dronken zwerver. ,,De politie heeft alle kinderen meegenomen'', zegt een hulpverlener schouderophalend.

Eenmaal in handen van de politie belandden de kinderen in de `Isolator', een barakkencomplex in het noorden van Moskou. Bij aankomst worden ze daar gewassen, ontluisd, medisch onderzocht en eventueel naar een ziekenhuis doorgestuurd. Een maand mogen ze blijven, in die tijd wordt uitgezocht wat er met ze moet gebeuren: tuchtschool, weeshuis of terug naar huis. Tot 1999 belandden jaarlijks zesduizend kinderen in de Isolator, nu tweeduizend – de politie mag immers alleen jonge criminelen oppakken. Een deel van het complex moest de politie onlangs aan de stad Moskou afstaan, die daar haar eigen opvangtehuis wil beginnen. Daar zijn miljoenen ingestoken. Komende lente gaat het open, belooft het stadsbestuur al sinds 1999.

In de Isolator gaat het leven zijn dagelijkse gang. Een politieman geeft les aan dertig kaalgeschoren moslimjongens, kindhoertjes wonen een orthodoxe mis bij. Er is een museumpje met een buste van Dzerzjinski, waar een hele vitrine is gewijd aan Tsjikatilo, het `monster van Rostov' dat in de jaren tachtig meer dan honderd zwerfkinderen doodstak om boven hun ontzielde lichaam te masturberen. Ter lering van de jeugd. Daarnaast een vitrine met religieuze lectuur – orthodox én islamitisch, zegt rondleidster Olga trots.

Een medewerker geeft tussen neus en lippen toe dat agenten soms een kind een misdaad aansmeren die hij niet heeft begaan om te voorkomen dat hij bevriest of sterft aan een ziekte. Ideaal is dat niet: het kind heeft dan een strafblad. Commandant Aleksander Nazarov hoopt van zijn kant dat de politie snel haar sociale functie terugkrijgt. ,,Wij zijn de enigen met ervaring'', zegt hij. ,,Desnoods vallen we straks onder Volksgezondheid en noem je mij hoofdarts in plaats van commandant.''

Een persconferentie over de zwerfjeugd. Een politicus en een ambtenaar hengelen naar geld en aandacht. Dan krijgt de pers het woord. ,,Ik zie nooit meer dan tien, twintig zwerfkinderen, hoe komen jullie erbij dat het er zoveel zijn?'' ,,De spoorwegen vervoeren die kinderen gratis naar Moskou, waarom betalen zij niet voor de schade?'' ,,Opvoeding betekent dwang, moeten we niet harder straffen om ze meer collectief gevoel te geven?'' ,,Als Moskou betere opvang regelt, trekt dat meer tuig van buiten aan.''

Het klinkt harteloos en dat is het ook. Voor veel Russen zijn zwerfkinderen een plaag, een teken van moreel verval. Ne svoi, niet van mij, dus disciplineren, opsluiten, opruimen. En de kinderen weten dat. ,,Op straat ontlenen kinderen een gevoel van macht aan het feit dat ze voor zichzelf kunnen zorgen'', zegt Clementine Fujimura, een Amerikaanse die al jaren onderzoek doet naar de Russische zwerfjeugd. ,,Volwassenen zijn geen alternatief, hooguit een onderdak waar men bij hoge nood gebruik van maakt.'' De jongens willen maffiosi worden, de meisjes prostituee. ,,Russische zwerfkinderen zijn in zekere zin in staat van oorlog met de wereld van de volwassenen.''

De veertienjarige veteraan Kostja zal die oorlog wel overleven. ,,Mijn moeder is een teef, mijn broer is gek, mijn vader wil me niet hebben'', vat hij zijn situatie samen. Maar Kostja heeft een busje pepperspray, twee vuisten en een rappe tong. ,,Ik klets me overal uit.'' Voor zijn beschermeling Maksim is de strijd pas begonnen. Zijn ambities zijn bescheiden. ,,Ik zou graag machinist van een tram willen zijn'', zegt hij timide. ,,Die zijn makkelijk te besturen.''