Kaalslag van de Wadden

Zeldzaam helder was het zicht die dag. De zee met zonlicht overgoten, de hemel smetteloos blauw, de horizon een kerf in de wereld. Er stond een ijzige wind. Ja, in de wind waaide nog wel iets van winter mee.

Theunis Piersma en ik op de noordpunt van Texel. We liepen de dijk af, het wad op. Rotganzen, goudplevieren, nu en dan het bedeesde roepje van een tureluur. En Theunis zou Theunis niet zijn geweest, als er niet ook een stel kanoeten gezeten had.

Met de kijker ontdekte hij er twee met kleurige ringetjes aan hun poten, met de telescoop slaagde hij erin die af te lezen – en een paar dagen later zou hij me opbellen om te vertellen dat de ene gevangen was op 24 april 2001 en vrijgelaten op 30 mei 2001, en de andere gevangen op 6 november 1994 en vrijgelaten op 13 juni 2001; deze laatste dus vooral relevant voor de vraag of de dieren na zo'n lange gevangenschap nog wel mee kunnen in de natuur.

Theunis nam de telescoop weer op zijn schouder. We liepen nog een eindje door en kwamen in een veld met Japanse oesters terecht, knoestige uitwassen in het slik. Hadden er mossels of kokkels gelegen, dan zou het hier gewemeld hebben van de fouragerende vogels. Maar Japanse oesters. Er leeft in onze streken geen beest dat er wat aan heeft.

Doods en zinloos strekt zo'n veld zich uit, een vleugje Lanzarote in de Waddenzee. Net als andere exoten die op het wad om zich heengrijpen, de Amerikaanse zwaardschede en het eveneens Amerikaanse slakje Marenzelleria, wijzen deze vreemde oesters alleen maar op narigheid. ,,De Wadden zijn óp'', zei Theunis.

Alleen in het virtuele landschap van de politiek geldt de Waddenzee nog als het best beschermde wetland ter wereld. In werkelijkheid begeef je je, als je de dijk afgaat en het wad oploopt, in een ecosysteem dat volledig is aangetast door roofbouw. Kijk maar naar die ene eidereend, die zich strompelend uit de voeten probeert te maken. Het is niet eens nodig dat Theunis een nieuwe sterftegolf onder deze vogels voorspelt, je kunt hier sowieso al geen eidereend meer zien zonder te denken dat het beest zit dood te gaan van de honger. Zo diep is de Waddenzee inmiddels gezonken.

Toen we in Het Torentje iets warms hadden besteld, toen ik mijn boekje op tafel legde om aantekeningen te maken van een goed gesprek, begon ik over de opwarming van de aarde, de rijzing van de zeespiegel, de dreigende verdrinking van de wadden – de omwegen die de mens bewandelt en de tol die dieren daarvoor betalen.

,,Jaja'', zei Theunis, ,,maar voorlopig maak ik mij geen zorgen over de oppervlakte van het wad, ik maak me vooral zorgen over de kwaliteit van het wad.''

Ik wist het! Ik weet al tien jaar dat hij zich vooral zorgen maakt over de kwaliteit van het wad. Ik had alleen niet verwacht dat dat zo snel weer aan de orde zou komen.

Theunis werkt sinds 1980 aan kanoeten en dit werk, ik zeg het er maar even bij, krijgt over de hele wereld waardering; het heeft al veel kanoetengeheimen ontsluierd.

Wólken kanoeten zaten er in de Waddenzee. In augustus, nog in prachtkleed, kleurden ze het hele landschap rood. Theunis was daar lyrisch over – hij zou het me weleens laten zien. In '92 gingen we naar Griend. We zetten daar voet aan land en ik keek om me heen, ik dacht: nou, dit is dan Griend, en Theunis keek om zich heen, maar hij dacht iets heel anders.

,,Ik zal'', zei ik in Het Torentje, ,,dat beteuterde gezicht van je nooit vergeten.''

,,Het was verschrikkelijk'', zei Theunis. ,,Het was toen al een paar jaar gaande, maar ik wou het nooit zien, Koos. Maar op dat moment: geen kanoet te bekennen. Ze zaten er niet en het was logisch dat ze er niet zaten, er was niks te vreten voor ze – alleen, hoe ze dat zo gauw in de gaten hadden, dat is me ook achteraf nog een raadsel.''

Het was toen al een paar jaar gaande, ja. In augustus 1988 had hij op het wad bij Griend dichtheden van schelpdieren gemeten en bodemmonsters genomen. Deze gegevens vormen nog steeds zijn ijkpunt. Was hij een jaar later geweest, sterker nog: was hij een maand later geweest, dan had hij geen poot gehad om op te staan. ,,Want dat najaar'', zei hij in Het Torentje, ,,is daar de klap gevallen.''

Eerst werden overal in de Waddenzee de mosselbanken opgeruimd, en toen kwamen de kokkelvissers. Eidereenden en scholeksters werden domweg van hun voedsel beroofd. Maar de indirecte effecten waren misschien nog wel ingrijpender. De bodem wordt bij dit soort visserij grondig overhoop gehaald. Het sediment verandert en er kunnen zich dan vrijwel helemaal geen bodemdiertjes meer vestigen – ook geen nonnetjes meer, het stapelvoedsel van kanoeten.

Wólken van deze vogels zie je nooit meer. In kleinere groepen, steeds onvoorspelbaarder ook, jakkeren ze door het hele waddengebied heen en weer op zoek naar geschikte fourageerterreinen. ,,Nu krijgen we de slag eindelijk te pakken'', zei Theunis, ,,nu weten we steeds beter wat we van ze willen weten, en nu zijn ze steeds moeilijker te vinden.''

Er zijn kanoeten uit Groenland die in de Waddenzee overwinteren en er zijn kanoeten uit Siberië die in Afrika overwinteren en de Waddenzee gebruiken als pleisterplaats. Beide populaties waren grofweg 500.000 dieren groot, beide zijn inmiddels ongeveer gehalveerd. Je kunt niet zeggen dat dat alleen aan de voedselsituatle in de Waddenzee ligt, je kunt wel zeggen dat de voedselsituatie in de Waddenzee het enige is wat je zelf in de hand hebt.

Simpel, de overheid hoeft alleen maar haar eigen wetgeving te respecteren, ze hoeft alleen maar de natuur voorrang te geven boven andere belangen, ze hoeft de fictie van het best beschermde wetland ter wereld alleen maar in werkelijkheid te veranderen.

,,In plaats daarvan willen ze nog een onderzoekje zus en een onderzoekje zo'', zei Theunis. ,,En al die onderzoekjes worden natuurlijk uiterst integer gedaan, maar intussen houden ze de boel voortdurend op.''

In '92 heeft hij meteen aan de bel getrokken en hij is aan de bel blijven trekken, en de vissers zijn blijven vissen, steeds intensiever zelfs.

,,Ze maken een actievoerder van je'', zei hij, en als wetenschapper moet je dan op je hoede zijn. Als je de steun van je baas verliest, als het instituut waaraan je verbonden bent zich aan je begint te storen, dan sta je zo op een zijspoor.

,,En dat komt ook'', zei Theunis, ,,doordat de echte actievoerders het laten afweten. De Waddenvereniging. Zíj hadden het voortouw moeten nemen, dan hadden wij ze kunnen voeden met de feiten. Nu staan wij in de frontlinie en houden zij zich op de vlakte. Zij zien het als een zaak van lange adem. Over een jaar of tien, dan zal het wel geregeld zijn. Maar die tijd hebben we helemaal niet. Het wad wordt onherstelbaar beschadigd.''

Hij is overal op de wereld geweest, althans overal waar kanoeten komen, en hij is steeds dieper onder de indruk geraakt van onze eigen Waddenzee, haar onvervangbare betekenis voor trekvogels.

,,In feite'', zei Theunis, ,,loop je op tegen je solidariteit met de dieren waaraan je werkt. Maar dat is een verdacht motief, ook onder biologen. Weet je wat je moet zeggen? Dat de kaalslag van de Wadden je onderzoek frustreert, dát accepteren ze meteen.''

,,Natuurlijk'', zei ik. ,,Belangeloosheid is altijd een belediging voor je medemensen.''

Rest mij nog te melden dat we, rijdend naar het zuiden van het eiland, getuige waren van een werkelijk adembenemende zonsondergang. Onvergetelijk rood kleurde het landschap, maar niet van de kanoeten.