JSF op de hielen gezeten door vliegende robots

De Kamer beslist in april of de JSF vanaf 2010 de F-16 vervangt. Maar hoe modern is het bemande jachtvliegtuig nog over twintig jaar?

Onbemande gevechtsvliegtuigen, vliegende gevechtsrobots. Toekomstmuziek of realiteit? Bij de presentatie van het besluit om deel te nemen in de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter (JSF), hield minister De Grave (Defensie) het onlangs nog op het eerste. En toch is die toekomst bij de strijd in Afghanistan, al realiteit gebleken. Daar waren onbemande vliegtuigen al zeer actief. Alleen daarom al zal de ontwikkeling van deze `UCAV's', Unmanned Combat Aerial Vehicles, de komende weken een dicussiepunt worden als de Tweede Kamer zich buigt over het kabinetsbesluit om de F-16 te gaan vervangen. De regering wil dat Nederland 800 miljoen dollar investeert in deelname van de ontwikkeling van de Amerikaanse Joint Strike Fighter (JSF). Op termijn zal dat ook de aanschaf van het toestel betekenen. De twijfels over het project concentreerden zich tot nu toe vooral op de vraag of dit een financieel verantwoord besluit is en hoe zeker het is dat het bedrijfsleven de investering zal terugbetalen. Maar het parlement zal zich óók buigen over verschillende militair-strategische aspecten. Met name de ontwikkeling van ombemande vliegtuigen, die veel sneller verloopt dan verwacht, roept vragen op. Is de JSF, in de periode dat het toestel wordt ingevoerd, niet alweer verouderd? En is het dus niet verstandiger om het overheidsgeld voor het risicovolle ontwikkelingsproject in de zak te houden? Dan kan, zoals onder andere D66 bepleit, over enkele jaren een opvolger voor de F-16 kant en klaar `van de plank' worden gekocht, op een moment dat er meer duidelijkheid is over de onbemande toestellen.

Het kabinet denkt niet dat vóór 2030 deze UCAV's ,,voor specifieke gevechtstaken, zoals aanvallen van bewegende gronddoelen'' worden ingezet, zo valt op te maken uit de brief over de JSF-beslissing die onlangs naar de Kamer werd gestuurd. Toch gebeurde precies dát – het aanvallen van een gronddoel – in november vorig jaar in Afghanistan. Een onbemand Amerikaans Predator verkenningsvliegtuigje, uitgerust met `Hellfire' anti-tankraketten, circelde net zo lang rond totdat het zijn doel had gevonden. Een konvooi werd in de as gelegd.

De toekomst van de onbemande gevechtsvliegtuigen staat uitgebreid beschreven in enkele niet openbare rapporten. Ze maken deel uit van een grote hoeveelheid vertrouwelijke documenten die Defensie voor Kamerleden ter inzage heeft gelegd. Ambtelijke stukken en rapporten van enkele onderzoeksinstellingen gaan veel dieper op de JSF-beslissing in dan de brief van het kabinet. Een groot deel gaat over de toekomst van het onbemande vliegtuig. De stelling van het kabinet dat deze wapens vóór 2030 niet kunnen worden ingezet, wordt genuanceerd.

TNO stelt bijvoorbeeld in een studie van 2000 dat ,,UCAV's ten behoeve van de bestrijding van luchtverdediging al in 2010'' technisch haalbaar zijn en dat in 2020 aan ,,zwaarwegende belemmeringen (...) verregaand is tegemoet gekomen.'' Het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratiorium (NLR) concludeerde in datzelfde jaar dat ,,bewapende UAV's voor lucht- grondgebruik (...) nu al'' kunnen worden gebouwd. ,,Afhankelijk van de operationele en politieke druk'' zal de ontwikkeling van deze technologie nog ,,10 à 15 jaar'' vergen.

Ook het verslag van een `interdepartementale stuurgroep' die de vervanging van de F-16 voorbereidde, stelt dat onbemande vliegtuigen een steeds belangrijkere rol zullen gaan spelen. In 2015, als de eerste JSF's worden afgeleverd, zal het jachtvliegtuig nog ,,het geschikste platform'' zijn, stelt de stuurgroep waarin ook luchtmachtbevelhebber Berlijn zat. Maar voor de bestrijding van strategische doelen is misschien dan al ,,een rol weggelegd voor UCAV's.''

In de periode tot 2025/2030 – wanneer de laatste JSF's worden ingevoerd – verschuift de tendens volgens de stuurgroep ,,naar verwachting verder richting onbemand'', al laten onzekerheden ,,slechts een beperkte analyse toe.'' De stuurgroep concludeert in een aanvullend rapport (januari 2002) dan ook dat ,,de ervaringen met en de ontwikkelingen in onbemande systemen in de komende vijf tot tien jaar een aantal onzekerheden zal wegnemen.''

D66 woordvoerder Van `t Riet noemt ,,dit het uitgelezen argument om nu juist niet in het JSF-project te stappen.'' Volgens haar kan over een paar jaar, als er meer bekend is over de onbemande vliegtuigen, een verantwoorder besluit worden genomen.

Uit de stukken blijkt dat invoering van de JSF's een zwaar beslag op de luchtmachtbegroting zal gaan leggen. In het zogenaamde `B/C-document', waarin de verschillende kandidaat-opvolgers van de F-16 onder de loep worden genomen, staat dat de komende kwart eeuw ,,ongeveer tweederde van het voorziene investeringsbudget'' opgaat aan de vervanging van de F-16. Voor ,,investeringen in andere wapensystemen in de periode 2010-2025'' – zoals bijvoorbeeld helikopters – resteren ,,beperkte budgetten''. Dat is slecht nieuws voor de luchtmobiele brigade van de landmacht, wiens heli's door de luchtmacht worden gevlogen. En ook grote investeringen voor de luchtmacht zelf, zoals in transportvliegtuigen die nodig zijn om de EU-defensiemacht handen en voeten te geven, zijn onmogelijk. Maar, zo meldt het stuk: ,,In het licht van het belang van de jachtvliegtuigtaken wordt dit verantwoord geacht.''