Grote bonte specht

Als een zwart-witte flits duikt de specht op de voedertafel in de tuin. Het is de grote bonte specht, onmiskenbaar. Op zijn zwarte vleugels draagt hij witte vlekken en over de slagpennen (de puntige, krachtige veren van de vleugel) lopen witte strepen. De onderstaart is scharlakenrood, net als de achterzijde van de kop. Althans, van het mannetje. Die vurige plekken, dat geschitter van zwart en wit maken de bonte specht tot een van de meest exotische vogels in bossen en parken. En natuurlijk is daar zijn snavel, scherp en hard als een dolkmes. Hij hakt ermee zijn hol in dode plekken van een boom. Ook vindt hij voedsel met die snavel, voornamelijk onder de boombast levende insecten.

Er zijn ook nog de kleine en de middelste bonte specht. Deze zijn zeldzamer. De grote bonte is een echte hotelgast onder de vogels. Hij verblijft het liefst in slaapplaatsen die eigenlijk andere vogels toebehoren. Zoals nestkastjes van spreeuwen of boomholtes die een andere specht voor hem heeft geslagen.

freriks@nrc.nl