Grondlegger van de popjournalistiek

Bij interviews had je pech als je na Jip kwam. In de hotelkamer trof je dan een afgepeigerde artiest, die nog uit zat te puffen van een enerverend gesprek. ,,Wie was die man?'' vroeg een muzikant mij een keer nadat Jip de kamer had verlaten, ,,hij had zo veel te vertellen dat ik er niet tussen kwam.'' Dat was Jip Golsteijn ten voeten uit: een verhalenverteller, levensgenieter, warme persoonlijkheid met een groot gevoel voor humor. Kenner en liefhebber van films, boeken en popmuziek zoals híj vond dat ze gemaakt moesten worden. Gelegenheidsmuzikant en songschrijver. Als hij de kans kreeg, speelde hij mee op zijn mondharmonica.

Jip Golsteijn, die in de nacht van donderdag op vrijdag plotseling overleed in zijn woonplaats Amsterdam, was de grondlegger van de Nederlandse popjournalistiek. Het krantenvak zat hem in de vingers, nadat hij was begonnen als loopjongen bij het Algemeen Handelsblad en stenograaf bij De Telegraaf. Sinds 1968 maakte hij voor die krant zijn Popscore-pagina en publiceerde hij gezaghebbende interviews met alle grote sterren uit de rock-, pop- en countrywereld. Zijn flamboyante persoonlijkheid en zijn achtergrond als gisse Amsterdamse jongen stelden hem in staat om op voet van gelijkheid te communiceren met sterren als John Lennon, Mick Jagger, Frank Zappa en zelfs Elvis Presley, die hij kortstondig ontmoette. Althans dat beweerde hij, want Jip kon van de kleinste anekdote een boeiend verhaal maken.

Behalve bundels met interviews publiceerde Golsteijn romans en korte verhalen, die vaak aansloten bij de Americana-sfeer van zijn favoriete muziek. Zijn voorkeur ging uit naar doorleefde countryzangers als Willie Nelson, Kris Kristofferson en Waylon Jennings: ,,blanke arbeidersmuziek van treurige Texaanse baritons.'' Als insider van de Volendamse muziekwereld was hij nauw betrokken bij de muziek van zanger Specs Hildebrand met wie hij onder meer in 1989 het album I Cast Myself To Play The Lead (In The Story Of My Life) maakte.

Hij reisde veel en deed daarvan verslag in columns en interviews met schrijvers, filmmakers en muzikanten. Als Golsteijn mee ging op een busreis naar een buitenlands concert van Bruce Springsteen of Madonna, was hij de gangmaker van het journalistengezelschap. Hoewel hij geen recensies schreef, omdat hij zijn smaak niet wilde laten prevaleren boven die van het publiek, had hij altijd een scherp oordeel over muzikanten die niet aan zijn elementaire rock & roll-criteria voldeden. Van de straat, moest het zijn, en zeker niet te intellectueel.

Twee weken geleden sprak ik hem voor het laatst. Hij drukte me ferm de hand en feliciteerde me met het feit dat ik was toegetreden tot het uiterst selecte clubje van Nederlandse popjournalisten die Bob Dylan hadden ontmoet. Verdomme Jip, ik had nog een doos sigaren voor je liggen.