Gemangeld maar niet gebroken

Met de operatie Mani Pulite, schone handen, verklaarde openbaar aanklager Antonio di Pietro tien jaar geleden de oorlog aan de corruptie. Maar Italië is die jungle gebleven waar misdaad loont, constateert Europarlementariër Di Pietro (51) nu. `De furbi, de slimmeriken, die komen vooruit.'

De held van vroeger zit achter een gammel tafeltje op de markt. Bij het kraampje links van hem staan grote bakken met rucola en andere soorten sla. Rechts kan je olijven kopen, aubergines, courgettes. Op het tafeltje voor hem ligt een stapeltje folders. Affiches hangen aan de voorkant van de tafel naar beneden.

Een paar jaar terug zou er een politiekordon nodig zijn geweest. De man zou zijn belaagd door een enthousiaste menigte mensen die een handtekening van hem wilden of alleen maar tegen vrienden wilden kunnen zeggen: `Ik heb hem gezien, ik heb hem aangeraakt.' Maar op de markt van piazza San Giovanni di Dio, vorig najaar in een middenklassewijk in Rome, krijgt een willekeurige marktkoopman meer aandacht dan Antonio Di Pietro – eens de man die Italië zou veranderen, nu een marginale figuur aan wie voornamelijk vragen over vroeger worden gesteld.

Het was 1992 toen Di Pietro als eenvoudig officier van justitie in Milaan een politieke lawine op gang bracht met een reeks smeergeldonderzoeken. Hij beloofde een revolutie. Harde maatregelen tegen corruptie. Politieke verantwoordelijkheid. Recht. Hij was David die de strijd was aangegaan met Goliath en hij leek te winnen. Binnen een paar maanden bezweek het machtsblok van christen-democraten en socialisten dat een halve eeuw stand had gehouden onder de corruptie- en maffiaschandalen.

Maar Di Pietro zit met lege handen achter zijn kraampje. Hij is in 1997 de politiek ingegaan om zijn strijd voor legalità, voor handhaven en respecteren van het recht, voort te zetten. De grote schoonmaak is niet gekomen; maatregelen tegen corruptie zijn uitgebleven; bijna geen van de schuldigen is echt bestraft. De macht is nu in handen van de man die symbool staat voor alles waar Di Pietro tegen heeft gevochten: mediamagnaat Silvio Berlusconi, verdachte in een aantal corruptie- en fraudezaken. Di Pietro staat alleen, gemangeld en verraden. Maar niet gebroken, zegt hij. Hij is nu 51 jaar en voelt er niets voor om onder het juk van Berlusconi door te gaan. ,,Ik ben niet iemand die zich overgeeft, per definitie niet'', zegt hij. ,,Ik wil ervoor zorgen dat de kaarsen van de hoop aanblijven, dat onder de as van de verwoesting die Berlusconi en zijn vrienden hebben aangericht, het vuur van het recht nog blijft smeulen. Een achterhoedegevecht? Zo zie ik dat niet. Ik geloof dat het mijn functie is om mensen te stimuleren de strijd niet op te geven. Je leeft maar één keer. Dan kan je beter als leeuw leven dan als lam.''

Rechtse vrienden van weleer hebben snel afstand genomen van Di Pietro toen Berlusconi de sleutels naar de kamers van de macht voor hun ogen heen en weer zwaaide. Zijn linkse bondgenoten van een paar jaar terug halen hun neus op voor een man die regelmatig fouten maakt in grammatica, iets wegheeft van een populistische volkstribuun, en ongezouten kritiek levert op de benepen hokjesgeest, de dubbele moraal en het opportunisme van grote en kleine centrum-linkse partijen.

Wat resteert van het grote smeergeldonderzoek Mani Pulite (schone handen) zijn boeken met plaatjes en verhalen. Hoofdverdachte Bettino Craxi, de socialistische voormalig premier, die bijna wordt gelyncht. Politici die gewend waren dat mensen voor hen door het stof kruipen, die zwetend door Di Pietro worden ondervraagd of vol afschuw vertellen over de dagen dat ze vastzaten in de San Vittore gevangenis in Milaan. Administratief secretaris van de socialisten Sergio Moroni die uit schaamte zelfmoord pleegt. Hij schrijft in zijn afscheidsbrief: `Een sluier van hypocrisie (door iedereen gedeeld) heeft jarenlang het optreden van de partijen en de manier waarop zij zich financieren bedekt.' Twee van de machtigste ondernemers van Italië, Gabriele Cagliari van het staatsbedrijf Eni en Raul Gardini van de Ferruzzi-groep, die kort na elkaar zelfmoord plegen als de miljoenenfraude aan het licht komt die deze twee bedrijven samen hebben opgezet. De eindeloze rij politici, hoge ambtenaren en ondernemers die in opspraak komen omdat ook zij hebben meegedraaid in een corrupt systeem waarin bedrijven smeergeld betaalden aan politici en een hogere rekening mochten indienen voor opdrachten van de overheid. Volgens het economische instituut Centro Einaudi was begin jaren negentig ongeveer vijftien procent van het begrotingstekort, toen een bedrag van ongeveer dertig miljard gulden, terug te voeren op dit corrupte systeem.

Maar Mani Pulite is voorbij. Geschiedenis. Net niet voltooid verleden tijd, want Berlusconi probeert het smeergeldonderzoek te herinterpreteren als een politiek wapen dat tegen hem wordt ingezet, in een groteske poging om de geschiedenis te herschrijven. De strijd is gestreden, en verloren. De Romeinen op de markt, met in hun genen het cynisme van mensen die eeuwenlang pausen hebben zien komen en gaan, weten dat. Bijna schouderophalend lopen ze langs het kraampje waarmee Di Pietro steun zoekt voor zijn partijtje L'Italia dei Valori, het Italië van de waarden. Bij de visboer staan huisvrouwen te dringen voor verse ringen inktvis. Maar bij Di Pietro is het rustig. Hij verkoopt `waarden'. En daar is in het Italië van Berlusconi minder vraag naar.

Midden jaren negentig zwermden alle partijen om Di Pietro heen. Hij stond bovenaan in de populariteitspeilingen, en iedereen probeerde hem achter zijn vaandel te krijgen. Nu zit hij zelfs niet meer in het Italiaanse parlement. Zijn partijtje haalde vorig jaar net niet de kiesdrempel van vier procent. Di Pietro organiseert nu als lid van de liberale fractie van het Europees parlement debatten over justitie in Italië. Omdat het op de levendige markt in Rome te onrustig was en er te weinig tijd was, praten we verder in Brussel, in zijn steriele kantoor op de tiende verdieping van het gebouw van het Europese parlement – het is de etage van de liberalen, voor Di Pietro het zoveelste bewijs dat Berlusconi onzin verkoopt als hij weer eens roept dat rode, communistische rechters een burgeroorlog hebben proberen te ontketenen in Italië door politici aan te klagen wegens corruptie.

,,We voelen hier in Brussel de weerslag van wat er nu in Italië gebeurt'', zegt hij. ,,Begin jaren negentig kon je als Italiaan in het buitenland trots zijn. Wij hadden de corruptie ontdekt, er was een rebellie aan de gang tegen de rot in het bestel. Die trots is verdwenen. We hebben nu een premier die in andere landen kwaadspreekt over de rechters in zijn eigen land. Een signore met een enorm belangenconflict. Dat is vernederend. In het buitenland beginnen wij ons daarom te schamen als Italianen.''

Pontius Pilatus

Wat is nu, precies tien jaar later, de balans van Mani Pulite? Dat er ruim 1.200 veroordelingen zijn uitgesproken, zegt niet veel zolang bijna niemand gevangen is gezet. Veel verdachten zijn erin geslaagd hun zaak te rekken totdat die was verjaard. Anderen hebben geprofiteerd van omzetting van hun gevangenisstraf in een geldboete. Het beeld dat blijft hangen is: als je smeergeld betaalt of ontvangt kan je problemen krijgen, maar wie een beetje handig is komt daar wel uit. ,,Politiek gezien is het een buitengewoon zware nederlaag'', erkent Di Pietro. ,,De corrupte praktijken bestaan nog steeds, de mensen die het deden zijn er nog, en er zijn geen wetten opgesteld om te proberen corruptie in de toekomst tegen te gaan.''

Hij legt de schuld daarvoor niet alleen bij Berlusconi en zijn vrienden. Alle politieke partijen hebben boter op hun hoofd, zegt hij. ,,Iedereen negeert de questione morale, het vraagstuk van de moraliteit in de politiek. Ze hebben allemaal in hun eigen gelederen iets te verbergen. Allemaal. Centrum-links heeft zich gedragen als Pontius Pilatus. Ze zijn vijf jaar aan de macht geweest, maar hebben geen maatregelen genomen, net gedaan of ze niets zagen. Centrum-rechts gedraagt zich als Herodes die zegt: `Het is nu nog een klein kind, laten we het meteen vermoorden.' Daarom komt de regering nu met wetten om het voor de magistraten moeilijker te maken corruptie te bestrijden.'' Alles wordt voor Berlusconi en zijn vertrouwelingen op maat geschreven zolang ze problemen hebben met justitie. Neem de wet die de internationale uitwisseling van informatie moeilijker moet maken; de wet die de sancties op fraude in de boekhouding verlaagt; het vage wetsvoorstel over belangenconflicten. Justitie heeft minder mogelijkheden dan tien jaar geleden om corruptie en financiële fraude te vervolgen.

De vraag rijst waar het is misgegaan. Hoe is Di Pietro met zijn oproep voor een grote schoonmaak op een zijspoor balden? Heeft de hoop op nieuwe tijden plaatsgemaakt voor berusting? Een aantal zaken loopt hierbij door elkaar: het sluwe optreden van Berlusconi, het onvermogen van centrum-links, en de beperkingen van een officier van justitie uit de provincie die ineens in de rol kreeg die misschien wel een maatje te groot voor hem was.

Aanvankelijk probeerde Berlusconi Di Pietro in te lijven. Nadat hij in 1994 de verkiezingen had gewonnen, polste hij Di Pietro voor een ministerschap. Di Pietro weigerde. Hij ging verder met zijn smeergeldonderzoeken en stuitte daarbij op Berlusconi's houdstermaatschappij Fininvest. Toen kwam er onder regie van Berlusconi een lastercampagne op gang die zijn weerga niet kent in de Italiaanse geschiedenis. Die resulteerde in een reeks justitiële onderzoeken naar de man die het had gewaagd de corruptie bloot te leggen. Di Pietro werd van alles en nog wat beschuldigd. ,,Justitie heeft 27 verschillende onderzoeken tegen me geopend'', vertelt Di Pietro. ,,Maar geen rechter heeft me ooit veroordeeld. Ze hebben niets gevonden. Intussen heb ik wel vijf jaar van mijn leven verloren om me te verdedigen tegen al die laster.''

In december 1994 legde hij zijn functie als openbaar aanklager neer om te voorkomen dat de persoonlijke aanvallen op hem het grote corruptie-onderzoek in gevaar zouden brengen. En twee jaar later, toen hij na de verkiezingsoverwinning van centrum-links minister van Openbare Werken was geworden in het kabinet-Prodi, trad hij na een paar maanden weer af om zich helemaal te kunnen wijden aan de processen tegen de mediamagnaat die politicus werd. ,,Dat zou Berlusconi nou ook eens moeten doen,'' zegt Di Pietro.

Via zijn drie commerciële tv-zenders, zijn familiekrant en zijn weekbladen verspreidde Berlusconi bovendien het idee dat het openbaar ministerie van Milaan bij de smeergeldonderzoeken buiten zijn boekje is gegaan. De ex-communistische partij zou zijn ontzien. Sommige verdachten zouden op ongeoorloofde manier onder druk zijn gezet om te bekennen. En: de magistraten uit Milaan zouden proberen zich boven de politiek te stellen.

Er blijft altijd wat hangen van zo'n intimiderende campagne. Ook bij een aantal politici en aanhangers van centrum-links vatte het idee post dat rechten van verdachten waren geschonden – iets wat, ondanks vele beschuldigingen, nooit voor een rechter is bewezen. Anderen vonden dat Di Pietro en zijn collega's te veel op het aambeeld van straf en boete bleven hameren. Kort door de bocht vragen ze zich af waarom die magistraten hen nog steeds voor de voeten lopen: politiek is toch compromissen sluiten?

Links heeft Di Pietro en zijn kruistocht nooit volledig willen en durven omarmen. Hij werd in november 1997 gekozen als senator voor de centrum-linkse Olijfcoalitie, maar iedereen weet dat zijn hart als man van recht en orde eerder rechts dan links klopt. Bovendien bleef Di Pietro maar praten over de questione morale terwijl een linkse leider als oud-premier Massimo D'Alema vond dat `de hogere politiek' er meer mee gediend was Berlusconi niet frontaal aan te vallen. Di Pietro's oproepen tot een zuivering waren lastig, want ook links telt mensen met een verleden. ,,De organisatorisch coördinator van de Margherita (een groep kleine centrum-linkse partijen, red.) is tot twee jaar veroordeeld'', vertelt hij. ,,Ik weet dat de politiek vraagt om compromissen. Maar zulke kleine Berlusconi's kan ik toch niet accepteren?'' Vorig jaar kwam het tot een breuk, toen Di Pietro weigerde om zijn steun te geven aan het nieuwe centrum-linkse kabinet van Giuliano Amato. Hij werd uit de partij gezet die hij samen met Romano Prodi had opgericht, de Democraten, en ging als een eenzame strijder de verkiezingen in.

Spijkerbroek

Eerder deze maand publiceerde het katholieke blad Famiglia Cristiana een onderzoek waarin driekwart van de ondervraagden zich uitspreekt vóór een nieuw en omvangrijk smeergeldonderzoek. Veel mensen hebben nog wel sympathie en respect voor Di Pietro. Maar ondanks zijn kwaliteiten als officier van justitie blonk hij niet uit als politicus. Zijn korte ministerschap, waarin hij in spijkerbroek en met de hand in de zak het parlement toesprak, werd geen succes. Volgens politiek analisten zit hij voor een politiek leider in een gepolariseerd bestel te veel gebonden aan één thema, hoe belangrijk ook. Bovendien hebben veel kiezers, uit teleurstelling over het uitblijven van verandering of uit enthousiasme voor Berlusconi's beloftes van minder belastingen en minder bureaucratie, de moraliteit in de politiek een stuk lager op hun agenda gezet. L'Italia dei valori kwam niet verder dan één zetel in de Senaat.

Di Pietro erkent die persoonlijke beperkingen maar hij peinst er niet over om op te geven. ,,Ik blijf mijn boodschap uitdragen. Ik doe drie scholen en drie partijbijeenkomsten per week. Ik zit steeds in de auto, en als ik een plein oversteek doe ik dat met een megafoon in mijn hand.'' Zijn programma heeft drie hoofdpunten. Ten eerste: politici die zijn veroordeeld wegens corruptie en een aantal andere misdrijven mogen geen kandidaat zijn. Ten tweede: wie is aangeklaagd voor misdrijven tegen het openbaar bestuur mag geen functie aannemen of blijven vervullen in het lokale of landelijke bestuur. En tenslotte: de kandidaten bij verkiezingen moeten in voorrondes door de kiezers worden aangewezen, en niet door het partijbestuur. ,,Deze punten hebben één duidelijke boodschap voor de politiek: als je parlementslid wil zijn, mag je niet stelen.''

Di Pietro keert zich fel tegen elke suggestie dat Italianen per definitie een hogere tolerantiegrens hebben voor corruptie. ,,De socioloog Dahrendorf zei het al: van degenen die worden bestuurd kan je niet een correcter gedrag verwachten dan van hun bestuurders. Zonder veranderingen aan de top krijg je nooit een culturele, ethische omslag.'' Maar dat er in de praktijk veel mis is, staat ook deze maand weer in de krant. Drieduizend advocaten blijken bij een sollicitatie-examen allemaal bij elkaar te hebben afgekeken. Maffiosi regelen stemmen op kandidaten waarvan ze hulp verwachten. Een ziekenhuisbestuurder vraagt steekpenningen omdat hij zo graag staatssecretaris wil worden en weet dat je daarvoor veel geld moet binnenbrengen bij je partij. ,,Italië is in veel opzichten een jungle waar misdaad loont'', verzucht Di Pietro. ,,De politiek wordt verziekt door vriendjespolitiek en de lottizazzione (afspraken om de `buit' van de macht te verdelen, red.). De furbi, de slimmeriken, die komen vooruit.''

Di Pietro's secretaresse is tijdens het gesprek al een aantal keren binnengelopen omdat we de overvolle agenda niet respecteren. Nu houdt ze het niet meer, Di Pietro moet verder.

Maar eerst hangt er nog een woedende Italiaanse Europarlementariër aan de lijn. Die begrijpt niet waarom Di Pietro kritiek had op de kandidatuur van iemand die is veroordeeld wegens corruptie. ,,De man die me belt is een vriend'', zegt Di Pietro terwijl hij bij het afscheid in de telefoonhoorn wijst. ,,Maar hij begrijpt nog steeds niet dat er echt iets moet veranderen in de Italiaanse politiek.''