Europeanen zijn laf, lui en zelfgenoegzaam

De Europese kritiek op de uitspraken van de Amerikaanse president George W. Bush over de As van het Kwaad is onterecht.

R. James Woolsey verwijt de Europeanen dat ze het met verderfelijke regimes op een akkoordje willen gooien en hun plicht verzaken.

Parijs, Berlijn en Brussel zijn niet blij met de Amerikanen. De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hubert Védrine, heeft de aanduiding van Irak, Iran en Noord-Korea als As van het Kwaad door president George W. Bush `simplistisch' genoemd. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer heeft gezegd dat de Verenigde Staten de Europeanen als ,,satellieten'' behandelen. En de meestal verstandige Europese Commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen Chris Patten heeft de aanpak van Bush ,,absolutistisch'' en ,,overdreven eenzijdig'' genoemd.

Met uitzondering van Patten gaat het hier hoofdzakelijk om allerlei linkse leden van de Europese elite bij wie duidelijke taal in het verkeerde keelgat schiet – ze verslikten zich toen Ronald Reagan de Sovjet-Unie als Rijk van het Kwaad aanduidde en ze verslikken zich nu weer.

Het is moeilijk te begrijpen wat de Europeanen dwarszit als je kijkt naar het specifieke gedrag van de regimes die in Irak en Noord-Korea regeren met behulp van marteling en moord, en die daarnaast, in strijd met hun internationale verplichtingen, massavernietigingswapens en ballistische raketten ontwikkelen.

Er is vrijwel niets aan hen wat niet kwaad is. Iran is een ingewikkelder geval, omdat er in het land als geheel en binnen een deel van de regering een waarachtige hervormingsbeweging bestaat, maar de macht wordt in het land nog altijd uitgeoefend – en het gebruik van terrorisme ondersteund – door het groepje moordzuchtige mullahs wier gedrag niet onderdoet voor hun geestverwanten in Noord-Korea en Irak.

`As' is misschien een overdreven benaming, want Duitsland, Japan en Italië – de `as' van de Tweede Wereldoorlog – zaten wat meer op één lijn dan de huidige bende, al is er uitgesproken samenwerking op raketgebied tussen Iran en Noord-Korea en is in het verleden ook wel bij terreur samengewerkt door Iran en Irak.

En lieve hemel, zoals minister van Defensie Donald Rumsfeld zou kunnen zeggen, hoezo consulteren de Verenigde Staten niemand? Bush was net in Azië voor consultaties. De vice-president is op weg naar het Midden-Oosten voor consultaties. De minister van Buitenlandse Zaken doet niet anders dan consulteren.

Nee, de Europeanen winden zich niet zozeer op omdat de president iets onwaars heeft gezegd en ook niet omdat Amerika te weinig zijn best zou doen om collegiaal te zijn. Het probleem is hun dwarse overtuiging dat geen enkele Amerikaanse goede daad onbestraft mag blijven. Veel leden van de Europese elites – met als opvallende uitzondering de Britse premier Tony Blair en nog wat andere getrouwen – blijven vasthouden aan een blank-westers wereldbeeld dat de werkelijkheid ontkent en waarin dat alles waarover Amerika vastbesloten en geestdriftig is, op zijn best uiterst twijfelachtig is.

Voor een aanzienlijk deel komt dit voort uit de Europese keuze voor een prettig leventje, met behoud van ruimhartige sociale voorzieningen en lange vakanties, waarbij de last voor de handhaving van de wereldvrede hoofdzakelijk op de VS wordt geschoven. Er bestaat geen dédain dat zo zuur is als dédain uit schuldgevoel.

Het leven bootst hier de kunst na – en wel in het bijzonder de klassieke western van een halve eeuw geleden: High Noon.

In die film is de marshal (de politiechef) van het stadje Hadleyville, gespeeld door Cary Cooper, net afgetreden en getrouwd. Als hij met zijn nieuwe bruid, gespeeld door Grace Kelly, de stad verlaat, hoort hij dat de bendeleider die eens de stad overheerste en terroriseerde van de gouverneur van de staat gratie heeft gekregen en een uur later met de middagtrein zal aankomen om met zijn oude bende de macht weer over te nemen. Na enkele minuten van twijfel besluit de marshal ondanks de sterke bezwaren van zijn pacifistische vrouw terug naar de stad te gaan, omdat zijn opvolger pas de volgende dag zal aankomen. Hij begint een gewapende macht bijeen te brengen om het stadje te beschermen.

Maar naarmate het middaguur nadert, wordt steeds duidelijker dat de brave burgers van Hadleyville, die een aantal jaren eerder de politiechef hadden geholpen met het schoonvegen van de stad, nu alleen maar met een overvloed aan excuses kunnen komen: ,,Als de marshal er niet is, komen er geen moeilijkheden - het is alleen maar persoonlijke ellende tussen hem en Miller (de bendeleider).'' ,,De politici uit het Noorden hebben de ellende veroorzaakt - laat die het maar uitzoeken.'' ,,Wat zullen ze (de potentiële investeerders) wel denken als ze over schietpartijen op straat lezen?'' ,,Ik ben geen politieagent, ik woon hier alleen maar.''

Het schrijnendste is de scène tussen de marshal en een oude trouwe hulpsheriff, die als het middaguur nadert afhaakt omdat hij zich zorgen maakt om zijn jonge kinderen. ,,Ga jij maar naar je kinderen, Herb,'' zegt de politiechef, en hij gaat naar buiten om het alleen tegen de bende op te nemen.

Alleen de vrouw van de marshal, die hem eerst had verlaten, komt op het laatste ogenblik terug en zij helpt hem, tegen alle waarschijnlijkheid in, aan de overwinning – voor een kleine Quaker-dame met een afkeer van wapens doet ze het niet slecht: één kill en één assist.

Als de bewoners van het stadje beseffen dat hij heeft gewonnen en uit hun schuilplaats komen om hem geluk te wensen, kijkt de marshal hen ernstig aan en gooit zijn penning in het stof, waarna hij met zijn vrouw wegrijdt.

In de versie van dit verhaal die op dit moment de voorpagina's haalt, is het werk aan massavernietigingswapens door staten die het terrorisme steunen de middagtrein die onstuitbaar dichterbij komt. Zekere Oscarwinnaars zijn de Franse regering en de Franse oliemaatschappijen als de hotelklerk in de film die alleen maar denkt aan de goede zaken voor de saloon zodra de bende weer in de stad is.

Veel andere Europeanen zullen in de film voortreffelijke voorbeelden vinden om hun excuses voor hun afzijdigheid en hun misprijzen jegens hun beschermer te vervolmaken. Fred Zinneman, regisseur van High Noon, kende zijn morele territorium heel goed – als vluchteling uit Midden-Europa had hij alle technieken gezien om de appeasement (afkopingspolitiek) te rationaliseren, en ook de fatale gevolgen als boosaardige regimes niet worden aangepakt voordat ze dood en verderf kunnen zaaien.

`Aha,' zullen de anti-Amerikaanse Europeanen die vandaag dit stukje lezen waarschijnlijk antwoorden: `Zie je nou wel dat de Amerikanen de impulsieve wildwestcowboy met zijn eenzijdige aanpak van de wereld verheerlijken? Wat naïef toch. Wat mal.'

Laat ik daar vlug twee dingen op zeggen. Cowboys zijn gewone mensen – sommigen zijn impulsief, sommigen zijn loners, sommigen zijn geen van beide. Maar wat jullie afwijzen is geen hedendaagse cowboy maar veeleer een hedendaagse marshal, en marshals zijn anders. Zij en hun gelijken, zoals Amerikaanse soldaten, hebben gekozen voor een leven waarin ze anderen beschermen, ongeacht de prijs. Dat is niet impulsief – het is het besluit herder in plaats van schaap te zijn. Ten tweede doen de VS bij hun huidige optreden tegen de as, net als de politiechef in High Noon, hun uiterste best om multilateraal te zijn - hij wilde wanhopig een gewapende macht mobiliseren. Hij vond alleen geen liefhebbers. Alleen was de marshal niet bereid zijn plicht te verzaken omdat verder iedereen excuses had om buiten de strijd te blijven.

Gaan jullie maar naar je kinderen, Europeanen. En ga maar bidden dat wij als het voorbij is, onze penning niet in het stof gooien.

R. James Woolsey was van 1993 tot 1995 directeur van de Amerikaanse CIA.