Drie foto-interviews

WIELRENNEN MET DE BURGEMEESTER

Martin Agterberg (57), 32 jaar bode voor de gemeente Schipluiden.

,,Ik heb van mijn werk mijn hobby gemaakt, dus ik ga altijd fluitend naar mijn werk. Als onderdeel van de interne dienst breng ik de smeerolie voor de hele organisatie: de koffie. Dat is heel belangrijk want zonder koffie is een mens nergens.

,,Hoe ik bode geworden ben? Ik trouwde met de dochter van de Kamerbewaarder van Delft. Hij was hoofdbode, zeg maar. Dat leek me een machtig mooi beroep. Toen kwam er een baan vrij bij de gemeente Schipluiden en ik dacht: dat ga ik doen.

,,Met de diverse burgemeesters had ik altijd goed contact. Natuurlijk, met de een meer dan met de ander, maar dat is altijd. Met burgemeester Waaijer, de derde burgemeester die ik meemaakte, ging ik mee als hij ging wielrennen. Hij hield ontzettend van die sport en hoorde dat ik goed kon masseren. Hij vroeg of ik in het weekeind mee wilde als zijn persoonlijk begeleider, z'n masseur. Dat deed ik en dan krijg je toch een andere band met zo'n man. Dat duurde een seizoen of twee. Echt hartstikke leuk.

,,Maar de grootste hobby die ik aan dit beroep heb overgehouden is de bodebus. Een soort eremedaille die door de bode gedragen wordt. Tijdens een jaarlijks uitje voor bodes dat ik organiseerde, ontdekte ik de bodebus. Er waren bodes uit het hele land en veel van hen droegen een bodebus. Ik vond ze machtig interessant. Ik heb ze stuk voor stuk met verwondering bekeken. Niet veel later was het een nieuwe hobby en ben ik me er echt in gaan verdiepen. Dat begon een beetje uit de hand te lopen. Ik heb er ondertussen vier boekjes over gepubliceerd en een aantal tentoonstellingen georganiseerd. In elke provincie één. Telkens met een collectie bodebussen uit de omgeving.

,,Zelf heb ik een kopie van de bodebus van Schipluiden. Draag hem iedere dag. Ik heb hem laten namaken omdat het origineel te veel waard is om zomaar mee rond te lopen. Die ligt in de kluis van de gemeente.'

NIET ALTIJD WEET JE ALLES

Ate Hotze Zijlstra (52). Zeventien jaar bode bij de gemeente Harlingen.

,,Mijn werk is heel afwisselend. Naast de dagelijkse taken als koffie rondbrengen en de afwas in de machine zetten zijn er de bijzondere dingen die het werk zo leuk maken. Bijvoorbeeld het vertrouwen dat ze in je hebben. Zoals burgemeester Steenbeek, de eerste burgemeester die ik meemaakte. Hij vroeg me op een maandagavond naar zijn kantoor te komen. `Wat ik je nu ga vertellen, weet verder niemand, alleen mijn vrouw', zei hij. De burgemeester vertelde me dat hij de volgende dag een telefoontje zou krijgen van de Kamer van Koophandel en hij waarschijnlijk hun secretaris zou worden. Als dat zo was, moest ik de volgende dag zijn auto nemen en een aantal brieven bij de raadsleden bezorgen. Dan zouden zij het nieuws niet via de pers horen, maar van de burgemeester zelf.

,,Nou, de volgende dag was het zover. De telefoon ging. Ik hoorde hem `ja' zeggen en ik wist wat me te doen stond. Hij hing op, ik kreeg zijn autosleutels en de enveloppen. Bijzonder is het wel, dat je zoiets als eerste weet, maar dat is een deel van het beroep. Je hoort wat en men gaat ervan uit dat je je mond houdt. Toch is het niet zo dat je altijd alles weet. Soms duurt het weken, maanden voordat je de puzzel in je kop compleet hebt. Dat je denkt: ach natuurlijk, dat zit zo.

,,Een leuke privé-kant van het beroep was dat mevrouw Jansma, de vrouw van de tweede burgemeester, vroeg of ik met haar zoon wilde gaan vliegen. Hij studeerde al jaren voor piloot. Ik zei, op aandringen van mijn vrouw, dat ik dat wel wilde. En zo ging ik de zaterdag erop met de burgemeester naar Eelde, bij Groningen. Ik had de zenuwen hoor! Had nog nooit gevlogen. We stapten in en maakten een vlucht van Eelde naar Rotterdam, van Rotterdam naar Beek en toen weer terug. Dat was mooi.

,,Het afscheid van deze burgemeester was ook bijzonder. Steenbeek wilde dat ik een rol in dat afscheid zou vervullen. Hij droeg zijn ambtsketen aan mij over en niet aan de loco-burgemeester, zoals eigenlijk hoort. Dat voelde heel bijzonder.'

BLIJ DAT IK NIET DE KOU IN HOEFDE

Ad van Hintum, (58), twintig jaar bode bij de gemeente Oss.

,,Vier burgemeesters heb ik meegemaakt. Stuk voor stuk waren ze even spontaan. Met de één kon ik het beter vinden dan met de ander, maar dat is altijd. Het beste contact had ik met de vorige burgemeester, Dijkstra. Ging vaak even zijn kamer binnen voor een praatje. In mijn vrije tijd zing ik, zie je. Daar hadden we het dan over. Of over de stad of zijn kinderen. Ook met Dijkstra's voorganger, Van Veldhuizen, kon ik het goed vinden. Ik mocht nog voor hem zingen bij zijn afscheid. `He did it his way.' Dat was wel heel mooi om te doen.

,,Het leuke is aan bode zijn, is dat je weet wat er speelt voor het in de krant staat. Want als bode zit je bij de raadsvergaderingen, als er belangrijke beslissingen genomen worden. Of het college opstapt. Dan weet ik het als een van de eersten. Sinds ik hier werk is het college drie keer opgestapt. Dat is natuurlijk niet leuk, maar wel heel spannend. Je bent erbij als het gebeurt en je ziet ook dat het uiteindelijk goed komt, met een ander college. De laatste keer dat het gebeurde, besefte ik het niet meteen. Ik dacht dat ze met z'n allen even naar de wc gingen of zo. Maar ze bleven weg. Ze waren opgestapt.

,,Het meest aangrijpende dat ik hier heb meegemaakt, was dat een wethouder tijdens een vergadering in tranen uitbarstte. Dat was jaren geleden. Doodstil was het. En die man maar snikken. Zijn gezin werd bedreigd. Een heel drama. Ik had te doen met die man.

,,Voor ik hier bode werd, werkte ik een aantal jaren bij de reinigingsdienst. Op 28 november 1982 werd ik gevraagd tijdelijk bode te worden. Er waren zieken en ze hadden iemand nodig. Het werd winter en ik was blij dat ik binnen mocht werken en niet de kou in hoefde. Na een tijdje mocht ik blijven. Ik was wel trots, want het is een mooi baantje.'