Drie foto-interviews

IK VIND REGEREN LEUK

Matthijs Mahler (25, wethouder van cultuur, jeugd- en jongerenbeleid en ICT in Delft). Stelt zich niet meer verkiesbaar voor de partij Studenten Techniek In Politiek (STIP).

,,Ik ben lijstduwer op 6 maart en zal niet meer in de raad komen. Het is jammer dat ik mijn werk niet kan afmaken, want klaar ben ik eigenlijk nog niet. Maar ik heb mezelf vier jaar geleden beloofd dat ik weer een studie zou oppakken na deze periode. Mijn studie bouwkunde heb ik gestaakt toen ik zitting nam in raadscommissies. Dat heb ik twee jaar gedaan om voldoende dossierkennis op te doen. Twee jaar geleden ben ik wethouder geworden.

,,Mijn voorgangster had het ijs al gebroken. Dat was gunstig, want ik hoefde niet meer op te boksen tegen het vooroordeel dat `zo'n jonge student het allemaal wel niet zal snappen'. Bestuurlijk gewicht bouw je op en natuurlijk is er een verschil in ervaring. Ik pakte minder routineus dingen op dan mijn oudere collega's, maar dat had soms als voordeel dat ik minder vooringenomen naar vraagstukken keek. Eén op de vijf keer helpt je dat vooruit, de andere vier keer word je door collega's bijgespijkerd en zie je noodzakelijke nuanceringen. Toch had ik door die twee jaar raadscommissies een heel reëel beeld van de lokale politiek. Het enige wat ik moest ontdekken is hoe mijn bestuursstijl zich zou ontwikkelen.

,,Ik denk dat ik een directe stijl heb. Dat zit hem bijvoorbeeld in het feit dat ik alle e-mails die ik krijg, dus ook van burgers, zelf beantwoord. Al zijn het er veertig per dag. Dat zorgt er voor dat je mensen het gevoel geeft dat het er iets toe doet wat ze vinden van hun straat, hun wijk en hun leven in Delft. Ik bezoek ook regelmatig jongerencentra en scholen. Ik wil er echt zijn, ik wil weten wat een jongerenwerker doet, wat de knelpunten en wensen zijn. Dat wil ik ook overbrengen aan alle lagen van het bestuursapparaat en het heeft resultaat: mensen vragen zich daadwerkelijk af welke invloed hun werk heeft op jongeren. Als ik iets moet noemen waarop ik trots ben, dan is het dat mijn voorgangster en ik die mentaliteitsverandering hebben bewerkstelligd.

,,Mijn ambities? Een afgeronde studie! Ik zal na 6 maart in elk geval niet de agendastructuur missen, die je leven indeelt in vergaderingen. Ik ben deze hele week niet voor twaalf uur 's nachts thuis geweest en dat kwam niet omdat ik lekker in de kroeg zat. Toch ben ik het contact met het studentenleven niet helemaal kwijtgeraakt. Ik ben gewoon in het studentenhuis blijven wonen en eet nog geregeld met mijn huisgenoten mee.

,,In de verre toekomst zie ik mij wel in de landelijke politiek of in het Europees Parlement. Ik heb die bestuursdrang in me, ik vind regeren leuk.''

HET KOST ONTZETTEND VEEL TIJD

Bertie Lemstra (61, wethouder van welzijn in Nijkerk). Staat op de eerste plaats voor Partij Nijkerk.

,,Ik ben al ongeveer 20 jaar actief in de lokale politiek. Eerst was ik secretaris bij de plaatselijke afdeling van de VVD. Tijdens de verkiezingen in '82 was ik voor het eerst lijsttrekker en dat ben ik vier gemeenteraadsverkiezingen gebleven. Ik had toen eigenlijk maar één grote wens: wethouder worden. Dat leek me het mooiste beroep ter wereld. Ik had vroeger een vriend die wethouder was en het leek me zó aantrekkelijk om bewust midden in de samenleving te staan en je te mogen bemoeien met het lokale reilen en zeilen.

,,Toen de VVD eenmaal genoeg zetels kreeg om een wethouder te leveren, was ik de kandidaat. Maar de onderhandelingen liepen niet goed en het wethouderschap ging naar een andere partij. Toen was het conflict geboren. Met steun van de achterban van de VVD ben ik toen als onafhankelijk liberaal in de raad gaan zitten. In 1998 kreeg ik de kans wethouder te worden voor Partij Nijkerk en die heb ik met beide handen gegrepen. In de lokale politiek sta je heel dicht bij de mensen om wie het allemaal gaat. Ik voel totaal geen aandrang actief te worden in de provinciale of landelijke politiek.

,,De keerzijde van het werk is dat het zo ontzettend veel tijd kost. Het is echt een heel grote opgave en je moet leren leven met negatieve reacties die je soms krijgt op beslissingen. Toen ik net wethouder was, kreeg ik te maken met alle sportverenigingen binnen de gemeente. Het college had een tarievennota voor hen vastgesteld waaraan de verenigingen naar eigen zeggen ten onder zouden gaan. De raad was er echter mee akkoord en werkelijk iedereen was boos. De onderhandelingen hebben drieënhalf jaar geduurd. Het was het moeilijkste dat ik heb meegemaakt, maar ook het mooiste, want ik leerde: als je maar een lange adem hebt, kom je er samen uit. Dat was een enorme voldoening.

,,Van vrienden en familie heb ik de afgelopen vier jaar veel gevraagd, want ik heb mijn sociale contacten moeten verwaarlozen. Ik realiseer me nu pas dat het maar goed is dat ik de kans wethouder te worden niet kreeg toen mijn kinderen nog thuis woonden. Het zou niet te combineren zijn geweest en ik zou er een groot schuldgevoel aan hebben overgehouden. Mijn kleinkinderen vragen me wel eens: waarom moet jij altijd werken en andere oma's niet? Ze moeten nog heel even geduld hebben, ik doe nog één periode mee. Pas dan kan ik zeggen: het is goed zo, nu is een ander aan de beurt.''

IK BEN ER NIET SPECIAAL VOOR JONGEREN

Kees Adelerhof (17, zesdejaars vwo-leerling, woont in Spijkenisse). Plaats 7 op de lijst van Spijkenisse Leeft, een partij die voor het eerst meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen.

,,Nee, ik wil niet speculeren. Op 6 maart wordt pas duidelijk of ik in de raad kom. In de politiek moet je niet op de zaken vooruitlopen, dat is onverstandig. Wel wil ik kwijt dat een goede communicatie van een partij met burgers en andere politieke partijen voor mij een belangrijk aandachtspunt is. Ik hoop dat, of ik nu gekozen word of niet, Spijkenisse Leeft daarin zal slagen.

,,Ik zat bij de VVD toen ik het gerucht hoorde dat er een nieuwe lokale partij zou komen. Een leraar die bij mij op school werkt, bleek een van de oprichters, dus ben ik eens met hem gaan praten. Ik was op zoek naar een partij met een jongere uitstraling, een partij die geen blad voor de mond neemt en fris tegen de zaken aankijkt. In Spijkenisse Leeft vind ik dat. Het opbouwen van een partij-imago heeft nu de prioriteit. Mijn eigen imago? Nee, daar werk ik niet bewust aan, dat is meer van belang voor mensen die op een hoge verkiesbare plaats staan.

,,Het ligt wellicht voor de hand dat ik er ben om de jonge kiezers te trekken, maar ik identificeer me niet met jongeren die elk weekeinde van 11 uur 's avonds tot 5 uur 's morgens in het café hangen. Ik heb andere interesses dan uitgaan, namelijk milieu, groenvoorziening en de optimalisering van de banden tussen het ambtelijk apparaat, de politiek en de burgers. Natuurlijk kijk ik ook naar voorzieningen voor jongeren, maar ik ben er niet speciaal voor hen.

,,Mijn interesse in politiek is gewekt toen ik een jaar of zestien was en er een voetbalcomplex in mijn woonomgeving kwam. De gemeente beloofde dat er geen overlast zou komen, maar de drukke aanvoerroute naar het complex bleek langs onze woning te lopen. De behoefte iets te doen, inspraak te hebben, bracht mij bij de lokale politiek.

,,Mijn ambities zijn tweezijdig: in eerste instantie wil ik volgend jaar aan een vervolgopleiding beginnen en dat beperkt mijn mogelijkheden in de lokale politiek de komende vier jaar. Daarom sta ik ook niet op een hoge verkiesbare plaats. Bij de volgende verkiezingen en na afronding van mijn opleiding sta ik open voor een verkiesbare plaats. Uiteraard heb ik ook ambities richting de landelijke politiek, al wil ik daar nog niet te veel over zeggen. Zelf een lokale partij oprichten? Ook dat behoort, mocht het met Spijkenisse Leeft helemaal niets worden, tot de mogelijkheden.''