De gekloonde kat

CC wordt ze genoemd, carbon copy, alias copy cat, en ze is genetisch een kopie van haar moeder. Ze is een nieuwe ontwikkeling in de biogenetische revolutie. Voor het eerst, zo werd vorige week bekend, zijn wetenschappers er in geslaagd om een poes te klonen. Het beestje is ontstaan uit een celkern van een donorpoes die is geïnjecteerd in een eicel waaruit de kern is gehaald en die na versmelting is ingebracht bij een draagmoeder. Uit 87 aldus gekloonde embryo's is er eentje tot wasdom gekomen. Dit poesje, dat op 22 december ter wereld kwam, is volgens de onderzoekers van de Texas A&M University levenslustig en lijkt volkomen normaal.

Succesvolle kloonexperimenten, die technisch op een vergelijkbare manier plaatsvinden, zijn eerder met schapen (te beginnen in 1997 het schaap Dolly), muizen, runderen, geiten en varkens gedaan. Met een poes komt klonen naar de huiskamer. Poezen zijn huisdieren waaraan mensen zich emotioneel hechten. Ze hebben een hoge aaibaarheidsfactor en daarmee wordt klonen voor het gevoel gewoner. Het was toeval, maar kort voor de bekendmaking van het bestaan van CC berichtte een Amerikaanse krant dat een omstreden wetenschapper in Kentucky aangekondigd heeft nog dit jaar – buiten de VS – een mens te gaan klonen.

De gekloonde kat is het werk van een hoogbejaarde Amerikaanse ondernemer die een bedrijf heeft opgericht waarmee hij de kloonexperimenten van de Texaanse universiteit financiert. Zijn doel is om lievelingsdieren van mensen en uitgestorven of met uitsterven bedreigde dieren te kunnen klonen. Commercieel lijkt het een veelbelovend project: de kloonmarkt voor gestorven honden en katten waaraan baasjes gehecht zijn, is ongetwijfeld groot. Ook al waarschuwde de veterinaire wetenschapper die CC heeft gekloond: ,,Hier is sprake van voortplanting, niet van wederopstanding.''

De grenzen van de technische mogelijkheden verschuiven snel, al zijn de gezondheidsrisico's op termijn onbekend en bestaat er onzekerheid over de levensverwachtingen van gekloonde dieren – nog afgezien van het lage slagingspercentage van kloonexperimenten. Deze zijn niet voor niets vergeleken met ,,een schot in het duister''.

De gekloonde kat brengt vooral ethische vragen dichterbij over de grens tussen mens en dier. Als een kloon van een beweend huisdier wordt geaccepteerd, wat weerhoudt technici dan van experimenten met het maken van een kloon van een betreurd overleden familielid? Of klonering als toekomstige techniek voor mensen die langs geen andere weg hun eigen nageslacht kunnen verwekken?

Er tekent zich een krachtige consensus af dat dit een stap te ver is, en niet alleen vanwege de gezondheidsrisico's die ook aan een mogelijk succesvolle reproductieve kloon inherent zijn. Met het aardig ogende poesje CC is de geest al weer wat verder uit de fles. Maar het is niet te laat voor een wereldwijd moratorium op het kloneren van mensen. Zo'n verbod houdt wetenschappelijk onderzoek niet tegen. Dat moet ook niet vanwege de evidente en beheersbare therapeutische mogelijkheden. Deze zijn echter fundamenteel iets anders dan reproductie. Juist het goede therapeutische doel is een reden te voorkomen dat een gevaarlijke, ethisch onaanvaardbare grens wordt overschreden voordat het te laat is. Hoe aaibaar CC ook is.