Chique belangenclub houdt niet van straatgevecht

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten wil geen straatvechter zijn. ,,Dat roept wraak-

gevoelens op.'' Men moet er zelf maar achterkomen dat de VNG meestal gelijk heeft.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), machtige behartiger van gemeentelijke belangen, mengt zich vrijwel nooit in openbare discussies. Is niet overheersend in de media. De reden? Een mix van stijl en strategie.

,,Een gevecht op straat winnen roept altijd wraakgevoelens op'', zegt Joop van den Berg, voorzitter van de directieraad van de VNG in Den Haag. Na een stevige trek aan zijn sigaar vervolgt hij: ,,We hebben negentig jaar ervaring met de wetenschap dat het effectiever is om in de coulissen actief te zijn.''

De VNG is geen straatvechter, heeft geen behoefte aan soundbites of oneliners. Maar, geeft Van den Berg toe: ,,Ook onder onze leden heerst het gevoel dat we iets vaker zelf op het toneel zouden moeten staan.''

Er valt even een stilte in de ruime kamer met uitzicht op een statige bomenrij naar Plein 1813. Alsof wordt nagedacht hoe dat dan zou moeten. De VNG-directeur: ,,Als gemeenten onder vuur liggen zijn wij eigenlijk niet in staat tot het produceren van effectieve contra-oneliners.'' Zijn zekerheid is dat ook de snelste verslaggever ,,na een week of zo ontdekt dat de werkelijkheid bijna altijd complexer is dan op het eerste gezicht lijkt.'' En dan volgt de inhoudelijke verdieping, waar de VNG overigens van harte ondersteuning bij zal bieden. ,,Wij hebben hier nu eenmaal zoveel specialisten in huis.''

De VNG is opgericht in 1912 met het simpele doel op te komen voor de belangen van steden en dorpen. Lid van de vereniging zijn alle 496 gemeenten, maar Aruba en de Antillen zijn er ook lid van. Verder zijn nog eens dertig gewesten lid van de VNG. De activiteiten zijn onder te brengen in drie kerntaken: belangenbehartiging, dienstverlening en het bieden van een platform. Op het niveau van de landelijke politiek is het nu eenmaal ondoenlijk met zo veel bestuurders afzonderlijk contact te onderhouden.

De vereniging is gevestigd in een aantal panden in Den Haag, tussen de buurtschap 2005 en de Archipelbuurt, het chique deel van het stadscentrum dus. Hoofdgebouw is de Willemshof aan de Nassaulaan. De ramen van deze voormalige kerk werden midden jaren zeventig bij de verbouwing tot kantoorpand gehandhaafd. Waar de kerkbanken stonden is nu het bedrijfsrestaurant De Ruif gevestigd. De inkomsten van de vereniging bedragen dit jaar bijna 35 miljoen euro. Hiervan is 14 miljoen afkomstig uit contributies van de gemeenten. De uitgaven worden geraamd op 35,5 miljoen, zodat een gering tekort in zicht komt. Enige jaren geleden moest een vacaturestop worden ingevoerd, maar dat is volgens de directie nu in het geheel niet aan de orde.

Het hoogste bestuursorgaan van de vereniging is de algemene ledenvergadering, waar de gemeentebesturen samen een keer per jaar bepalen wat er dient te gebeuren. Het bestuur van de vereniging bepaalt onder voorzitterschap van de Haagse burgemeester Wim Deetman wat de koers moet zijn. Diverse interne commissies staan hem en zijn collega's terzijde.

De bemoeienis van de VNG strekt zich uit over vier grote beleidsterreinen: de bestuurlijke en juridische zaken (openbare orde en veiligheid, juridische zaken); fysieke en economische infrastructuur (milieu, ruimtelijke ordening en verkeer en waterstaat, wonen en economie); middelen en arbeidszaken (financiën en belastingen, informatiebeleid); sociale zaken, educatie en zorg (onderwijs en cultuur, sociale zaken en werkgelegenheid, welzijn en sport).

Daarnaast verrichten zelfstandige onderdelen tal van diensten, bijvoorbeeld de drukkerij, de onderzoeksafdeling en het congresbureau. Op dit vlak verricht de VNG ook werkzaamheden voor niet-gemeentelijke organisaties. De communicatie tussen bestuur en leden verloopt via het VNG Magazine een uitgave van de eigen uitgeverij, waar regelmatig allerlei publicaties verschijnen die verband houden met de eerdergenoemde beleidsterreinen. Een bijzondere activiteit van de laatste tijd is de internationale afdeling. De VNG bemoeide zich vorig jaar in 25 landen met het lokale bestuur door bijvoorbeeld cursussen en managementtrainingen te geven aan politici en ambtenaren. De vereniging stuurde honderd specialisten uit de eigen organisatie naar met name voormalige oostbloklanden.

In Nederland kunnen wethouders en ambtenaren in het gemeentelijke apparaat met ingewikkelde vragen direct terecht bij de zogenoemde frontoffices in het VNG-hoofdkantoor. Daar zitten specialisten die de vragen ofwel direct kunnen beantwoorden dan wel binnen redelijke tijd (vijf dagen, eventueel korter) het juiste antwoord geven. Sinds eind vorig jaar kan hiervoor ook de eigen digitale snelweg (VNG-net) voor worden gebruikt.

Zoals de doelstelling aangeeft, de VNG komt in de eerste plaats op voor de belangen van de grote en kleine gemeenten. Op allerlei terreinen. ,,Ik durf te zeggen dat wij eerder over regeringsvoornemens worden ingelicht dan ieder ander'', zegt Van den Berg.

Niettemin hebben de vier grote steden in de Randstad al geruime tijd hun eigen organisatie (G-4) en vormen ook de middelgrote provinciesteden een eigen verband (de G-21). De VNG-directeur tilt er niet zo zwaar aan: ,,Het kwam zeven, acht jaar geleden op en toen was er zeker wat spanning. Ze werken nu goed met ons samen, maar wij bepalen niet de agenda, dat is juist.'' De oprichting van die eigen organisaties berustte volgens Van den Berg gedeeltelijk op een misverstand: ,,Men zag ons als de grote vergeler, dacht dat wij niet op zouden komen voor de specifieke belangen van steden afzonderlijk of een aantal in een bijzondere positie. Daar is men nu wel achter.'' Medewerkers van de VNG zitten wel bij de vergaderingen van deze clubs en als de G-4 en de G-21 samen overleggen gebeurt dat onder auspiciën van de VNG.

Bij de vereniging neemt men de laatste jaren een tendens waar om allerlei zaken weer centraal te regelen. Recentralisatie wordt dat genoemd. ,,Regering en parlement proberen hun positie terug te veroveren. Het aandeel van ministers en ambtenaren daarin valt nog wel mee, het is vooral de Tweede Kamer die actief is op dit vlak. De steden hebben daar flink last van, want als er nou iets verkokerd is dan toch zeker de Kamer'', aldus Van den Berg. ,,Kamerleden moeten gewoon aanvaarden dat sommige dingen nu eenmaal beter op lokaal of regionaal niveau kunnen worden georganiseerd''. Als voorbeeld beschrijft hij de gang van zaken met de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG), waar de uitvoering aanvankelijk werd overgelaten aan de gemeentebesturen, maar na protestacties uit het veld over te grote onderlinge verschillen maakt de Tweede Kamer daar nu een eind aan. Er komen weer landelijke regels in de vorm van een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). ,,Ook wij verliezen het in contact met de Kamer wel eens. De behoefte om te scoren is kennelijk groot'', zegt de VNG-directeur. Zuur vindt hij het dat gemeenten niet de tijd wordt gegund deskundigheid bij de ambtenaren te bevorderen om de wet beter te kunnen uitvoeren.

In het voorwoord van het jaarverslag over 2000 zegt de voorzitter van de directieraad: ,,In het kader van de heroriëntatie die de VNG heeft doorgemaakt en nog voortzet, krijgt de aandacht voor het doen en laten van Europa steeds stelselmatiger ruimte. De Europese Unie is immers tot vierde binnenlandse bestuurslaag geworden.''

De VNG is daarom vorig jaar begonnen met een project-Europa om een antwoord te vinden op de groeiende invloed van Brussel op de gemeenten. Van den Berg: ,,Europa speelt meer dan de gemeenten wel in de gaten hebben. Wat afkomstig lijkt van het rijk is in werkelijkheid vaak ontleend aan een Europese richtlijn.''