Bertelsmannvrije wetenschap

Universiteiten die nu niet met de industrie samenwerken overleven het niet. Een paar studenten protesteren, maar de meesten vinden het prima als academia opleidt tot een goedbetaald baantje.

De grootste universiteit in Nederland in 2010 is een Australische: Monash-Dawkins University. Het is een commerciële universiteit, sterk in online-cursussen, maar face to face onderwijs biedt deze gigant ook. De enige Europese vestiging van Monash-Dawkins University staat in Almere. Studenten uit heel Europa wonen voor korte of langere tijd op de campus langs het IJsselmeer. De Lufthansa-Bertelsmann-Akademie is een goede tweede. De Duitse luchtvaartmaatschappij heeft van onderwijs een kernactiviteit gemaakt en werkt daarbij samen met uitgever Bertelsmann. Cursisten lezen uitsluitend boeken van Bertelsmann en ook de (virtuele) bibliotheek bevat alleen werken van deze uitgeverij. De Lufthansa-Bertelsmann-Akademie biedt alle mogelijke, vaak korte, cursussen aan vanaf mbo-niveau. De troef van de academie is goedkoop luchtvervoer zodat de beste studenten de beste docenten van Europa kunnen ontmoeten.

Dit toekomstbeeld schetst Cheps (Center for Higher Education Policy Studies), een onderzoeksinstituut en adviescentrum op het gebied van hoger onderwijsbeleid. Cheps, verbonden aan de Universiteit Twente, werkte in het rapport `De tuinen van het hoger onderwijs' drie scenario's uit in een studie naar het Nederlandse Hoger Onderwijs in 2010. Bouwstenen zijn de meningen en visies van ruim zeventig deskundigen, onder wie medewerkers van koepelorganisaties en adviesraden op hoger onderwijsgebied, van ministeries en van universiteiten en hogescholen.

Het scenario waarin de Australische universiteit en de Lufthansa-Bertelsmann-Akademie verschijnen is het meest liberale van de drie. De markt regeert, want de World Trade Organisation (WTO) heeft bescherming van eigen onderwijsstelsels verboden. Enkele tientallen hogescholen en de kleinere Nederlandse universiteiten zijn overgenomen door multinationals die er bedrijfsopleidingen van maken. Soms gaat het de bedrijven om een onderdeel. Zo is de sector gezondheidszorg van een hogeschool in de Randstad overgenomen door een regionaal ziekenhuis, terwijl een uitzendbureau de economische poot van de instelling inlijfde. Maar er zijn ook Nederlandse wereldspelers. De Hogeschool Zeeland en de Erasmus Universiteit Rotterdam veroveren gezamenlijk 's werelds grootste studentenmarkt via een fusie met de universiteiten van Hongkong en Peking.

Dit scenario heeft de grootste kans werkelijkheid te worden als de huidige universiteiten het bedrijfsleven nog langer buiten de deur houden. Deze paradoxale conclusie trekt Jeroen Huisman van Cheps: ``Als de universiteiten zich terugtrekken op hun klassieke kerntaken: fundamenteel onderzoek en onderwijs voor studenten die een loopbaan in de wetenschap ambiëren, dan zullen anderen in het gat springen dat de universiteiten openlaten.'' Er is geen weg terug, waarschuwt Huisman, want de meeste studenten zijn niet uit op een academische loopbaan. Ze kiezen een studie die uitzicht geeft op een leuke job in het bedrijfsleven. En als het onderwijs van een Lufthansa-Bertelsmann-Akademie beter aansluit bij de wensen van de werkgever in spe dan de cursussen van bijvoorbeeld de Universiteit Utrecht, dan is de keus snel gemaakt. ``Je hebt mensen die zich rot ergeren aan de huidige student. Klagen dat ze zo'n lawaai maken in de collegezaal. Ze hebben liever een student met diepgang. Maar de realiteit is dat het gros van de studenten niet in wetenschap is geïnteresseerd. Daar kun je maar beter op inspelen.''

Spandoek

Geschiedenisstudent aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) Jurjen van den Bergh herkent zich niet in het studentbeeld van Huisman. Van den Bergh is een van de veertig studenten, verenigd in het Collectief van Bezorgde Studenten, die afgelopen september kortstondig de aula van het Groningse academiegebouw bezetten. Op de dag van de opening van het academisch jaar riepen ze andere studenten en het universiteitspersoneel op zich te verzetten tegen marktwerking in het academisch onderwijs. Voor het academiegebouw hingen ze een spandoek op met de tekst `Onze universiteit is niet te koop'.

``Het gaat de verkeerde kant op'', licht Van den Bergh een half jaar later toe. ``We hadden hier een overleg van docenten en studenten over de invoering van de masteropleiding bij geschiedenis. Daarbij opperde een docent om een nieuw vak te introduceren samen met een historische uitgeverij. Dat voorstel heeft het niet gehaald, maar je ziet die denktrant wel sluiperenderwijs de universiteit binnenkomen: dat we het bedrijfsleven nodig hebben om goed onderwijs aan te bieden.''

Op hetzelfde moment dat het Collectief van Bezorgde Studenten het academiegebouw binnendrong, hield minister Jorritsma aan de Universiteit Utrecht een pleidooi voor meer samenwerking tussen universiteit en bedrijfsleven. Universiteiten springen nog te weinig in op kennisvragen van bedrijven, stelde ze. ``Belachelijk natuurlijk'', zegt Brian Droop, student natuurkunde en filosofie aan de Universiteit Utrecht. ``Wetenschap moet op zoek gaan naar waarheden, hoe relatief die ook zijn. Daar hoort het bedrijfsleven geen invloed op te hebben.'' Ook het onderwijs op de universiteit behoort de oren niet naar het bedrijfsleven te laten hangen, zegt Kornee van der Haven, die in Utrecht literatuurwetenschap en Duits studeert. ``Je moet als universiteit in de eerste plaats kritische geesten afleveren. Of ze daarnaast geschikt zijn voor het bedrijfsleven is minder belangrijk.'' Maar dat laatste ziet de universiteit anders, denkt Marieke Groenewegen, student taal- en cultuurstudies. ``Bij steeds meer studies word je verplicht om stage te lopen. Ook bij mijn studie. Terwijl ik liever een keuze had gehad: stage lopen of onderzoek doen.''

Droop, Van der Haven en Groenewegen maken deel uit van Kritische Studenten Utrecht, een groep van twintig studenten van de Universiteit Utrecht die vinden dat hun onderwijsinstelling te veel gaat lijken op een bedrijf. Ze stuurden het bestuur van hun universiteit een brandbrief: ``Als groep bezorgde studenten tegen universitaire commercialisering willen we het college van bestuur en de universiteitsraad oproepen aan de Nederlandse regering duidelijk te maken dat (...) we als universiteit geen bedrijf wensen te zijn, maar een publieke instelling gericht op het opleiden van kritische mensen en een onafhankelijk en wetenschappelijk denken hoog wensen te houden.''

De Utrechtse groep bestaat vooral uit letterenstudenten. Dat is ook de hoek waar de afgelopen jaren harde klappen zijn gevallen. Marieke Groenewegen: ``Neem muziekwetenschap. Als je ziet hoe dat onderwijsprogramma is uitgekleed. De keuzemogelijkheid van studenten is de laatste jaren alleen maar achteruitgegaan.'' Kornee van der Haven heeft een soortgelijke ervaring met zijn studie Duits. ``Je kunt je binnen Duits op dit moment niet eens meer specialiseren. Als je bijvoorbeeld wilt afstuderen in Duitse taalkunde, ben je gedwongen vooral vakken te volgen bij Nederlands en Engels. Bij Duits bieden ze in de laatste twee jaar nog maar één vak taalkunde aan.'' Bij talen als Portugees en Arabisch is het volgens hem hetzelfde verhaal. ``En als je dan kijkt wat ervoor in de plaats is gekomen: communicatiewetenschap. Daar is het natuurlijk makkelijk samenwerken met het bedrijfsleven: je hebt legio stageplekken, je kunt makkelijk duale trajecten opzetten. Maar in feite past communicatiewetenschap helemaal niet binnen de letterenfaculteit.''

Inderdaad denken steeds meer managers op de universiteit commercieel. En dat is niet gunstig voor studies als muziekwetenschap, zegt Kwee Him Yong, al ruim dertig jaar docent bij muziekwetenschap. ``Wij hebben relatief veel studenten met een grote inhoudelijke interesse in het onderwerp van hun studie. Maar dat is voor ons niet gunstig. Studenten moeten studiepunten produceren. Wij hebben bijvoorbeeld nogal wat oudere studenten die studeren naast een baan of die na hun werkzame leven hun droom volgen en muziekwetenschap gaan studeren. Die studeren lang niet altijd af. Waarom zouden ze ook? Maar wij worden er wel op afgerekend. Dat heet dan verlies van rendement.''

Ruim een maand geleden plakte Kritische Studenten Utrecht reclameborden af op de universiteit. Ook de prikborden in de zogenaamde carrièrecorners, waar bedrijven zich kunnen presenteren, werden onleesbaar gemaakt. Net als die in Utrecht, storen ook Groningse kritische studenten zich mateloos aan wat ze noemen `symbolen van de toenemende invloed van het bedrijfsleven op de universiteit'. Sinds dit studiejaar staat in de universiteitsbibliotheek van de RUG een tv-zuil waarop een kleine dertig Nederlandse bedrijven zich presenteren. ``De bieb moet een plek zijn waar je kennis opdoet, waar je een academisch denken ontwikkelt'', zegt Maina van der Zwan, student geschiedenis en filosofie aan de RUG. ``En dan staat daar nu zo'n zuil waar bedrijven de hele dag promotiepraatjes houden. Elke keer als je binnenkomt, krijg je nog even de boodschap mee: jij studeert hier omdat je straks bij ons komt werken.''

Dat de studenten nu in actie komen, heeft ook te maken met de invoering van de bachelor/masterstructuur. Universiteiten grijpen die vernieuwing aan om een heleboel veranderingen door te voeren. En de studenten vrezen dat die niet gunstig voor hen uitpakken. De Utrechtse filosofiedocent Menno Lievers kan zich de bezorgdheid van de studenten wel voorstellen. ``Er heeft nooit een universiteitsbrede discussie plaatsgevonden over het bachelor/mastersysteem. Terwijl het gaat om een enorm ingrijpende wijziging. De invloed van bedrijven en ministeries op ons onderzoek is al even geruisloos gegroeid. Op dit moment is bijna twintig procent van het Utrechtse onderzoek derde-geldstroomonderzoek. Dat is wèl een op de vijf onderzoeken.''

Filosofie

Brian Droop heeft de indruk dat juist die vakgebieden het moeten ontgelden die voor een academische vorming belangrijk zijn. ``Wij hebben bij filosofie opeens een nieuw vak: filosofie in bedrijven'', zegt hij. ``Is dat ingevoerd omdat dat filosofisch interessante vraagstukken behandelt? Welnee. Puur om filosofen klaar te stomen voor het bedrijfsleven. Terwijl dat op de universiteit geen grond zou moeten zijn voor de invoering van een nieuw vak.'' Droop en Van der Haven weten ook dat de universiteit juist op verzoek van studenten meer beroepsgericht onderwijs aanbiedt. ``De meerderheid denkt bij de keuze van een studie: kan ik daar leuk werk mee krijgen. Maar er zijn ook studenten die puur voor hun eigen ontwikkeling studeren. En die moet je ook de ruimte bieden'', zegt Droop. Van der Haven knikt. ``Ik vind dat het alle twee mogelijk moet zijn: communicatiewetenschap studeren en je in Duitse taalkunde specialiseren. Maar dat kan op dit moment niet. Als je de markt z'n werk laat doen, dan verdwijnt Duits nog.''

Welnee, reageert directeur onderwijs Erwin Vermeulen van het centraal bureau van de Universiteit Utrecht. ``Duits trekt maar een handjevol eerstejaars, muziekwetenschap idem dito. Uit Den Haag krijgen we er dus weinig geld voor. We betalen de tekorten bij die studies uit eigen zak.'' Hij verzekert dat ook in de nieuwe onderwijsstructuur geld wordt uitgetrokken voor studies als Duits en muziekwetenschap.

Vermeulen kent de mening van Kritische Studenten Utrecht. En hij is het ermee eens dat de universiteit studenten een academische denk- en werkwijze moet aanleren. ``Dat is ook de doelstelling van de bachelorfase. Maar het is niet van deze tijd om te zeggen: `wat een student na z'n studie doet is onze zaak niet'. Een van de makken van het universitair onderwijs is juist dat er nogal wat sectoren zijn waar studenten geen beroepsperspectief hebben.''

Dat een stage er bij steeds meer studies standaard bij hoort, vindt Vermeulen een goede zaak. ``Bij een opleiding als bestuur- en organisatiewetenschap lopen studenten het eerste jaar al stage bij een ministerie of een RIAGG. Dat doen ze omdat je organisaties nu eenmaal niet puur theoretisch kunt bestuderen. Daar zit dus een goede gedachte achter.'' Met een toenadering tot het bedrijfsleven heeft het niets te maken, zegt Vermeulen. ``Er komen toch niet massaal mensen uit het bedrijfsleven bij ons lesgeven?''

De studenten zijn bang dat de universiteit wel die kant op gaat. Hun spookbeeld: `Een Rabobankuniversiteit waar Shell college geeft over ontwikkelingssamenwerking in Nigeria en Philip Morris onderzoek naar longkanker betaalt'.

Zover gaat zelfs het meest liberale scenario van Cheps niet. De kleine wetenschapsgebieden overleven wel, voorspelt Huisman. Ook, of misschien zelfs juist, bij een universiteit die buiten de eigen poorten kijkt. ``Op een klassieke universiteit, gefinancierd door de overheid, blijven kleine wetenschapsgebieden kwetsbaar. Op universiteiten die meer samenwerken met het bedrijfsleven, kunnen tekorten van die kleine wetenschapsgebieden gedekt worden.''

Beroepsgericht

Maar de Amsterdamse economiehoogleraar Henriëtte Maassen van den Brink, die onderzoek doet naar de relatie tussen onderwijs, arbeidsmarkt en economische ontwikkeling, vindt het verhaal van Huisman niet geloofwaardig. Buitenlandse beroepsopleidingen vormen volgens haar geen bedreiging voor de Nederlandse universiteiten. Huisman, denkt ze, verwart de universiteit met de hogeschool. Op de hogeschool zijn studenten sterk beroepsgericht en veel hbo-bestuurders hebben ook een baan in het bedrijfsleven. ``Een dergelijke ontwikkeling op de universiteiten is in het geheel niet wenselijk. De primaire taken van de universiteit zijn wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Dat moeten we zo houden. Het gaat eigenlijk al te ver dat steeds meer onderzoekers toegepaste projecten moeten uitvoeren om extra geld binnen te halen.''

Toch is de student die de medewerkers van Cheps schetsen geen verzinsel. De Groningse rector-magnificus schaarde zich achter de studenten die af willen van de zuil met tv-spotjes in de universiteitsbibliotheek. Maar de zuil staat er nog steeds. Het was de studentenraad die het voorstel verwierp.