Adembenemend intense dans en poëtische teksten

Hoe verleid je een publiek en wanneer ontstaat zoiets als dans? Het lijkt aanvankelijk of Jirí Kylián deze basisvragen expliciet wil stellen, al kent hij het antwoord na dertig jaar dansmaken als geen ander. Nadrukkelijk atheatraal, met zes dansers op het podium die vooraf nog wat oefeningen doen gaat dit nieuwe werk van start. En even lijkt het of Kylián alsnog in de ban is geraakt van abstracte dans van Cunningham of Forsythe. Ook de titel 27'52' geeft slechts prozaïsch de lengte aan.

Maar zo is het natuurlijk niet. Als het licht is gedimd en klanken de zaal vullen, verruilen de dansers de bewegingen van de warming-up voor een danstaal die een scala aan emoties bevat, al worden die niet nader benoemd. Benen en voeten trillen na alsof ze door een veer zijn weggeschoten, armen en handen sluiten zich als waaiers, ledematen knakken bij de gewrichten of stuiteren veerkrachtig als rubberen ballen, en soms maakt een danser zijwaarts een soepele beweging die bij de kruin begint en doorkronkelt tot de hielen, als een slang.

De dans, die grotendeels uit solo's is opgebouwd, wordt begeleid door poëtische teksten: ,,ik ben slechts een spiegelbeeld, zoals de maan op het water'' en ,,in elke beweging weerspiegelt zich de kunstenaarsziel'', bespiegelende teksten die ontleend blijken aan de Dalai Lama, Tao, Baudelaire of chansonnière Barbara. Zoals eerder versmelt Kylián oosterse spiritualiteit met westerse noties. Zonder een waarachtige invulling zouden dat holle frases worden. Toch is dat niet zo, want 27'52' intrigeert elke seconde door de adembenemende intensiteit. De zaal is er stil van, wellicht ook uit bewondering voor het prachtig evenwicht dat het stuk ook in meer opzichten kenmerkt. Neem het toneelbeeld: een donkere en kale achterwand met een witte balletvloer en soms witte schermen waarop een belichting met schaduweffecten haar werk doet. Dit suggereert een meditatief niets en tegelijkertijd is dat beeld voor westerse ogen kil en onheilspellend.

De muziek is eveneens een mix van culturen. Dirk Haubrich baseerde zijn elektronische compositie op lyrische motieven van de superromanticus Mahler, wat resulteert in ijle geluidsdraden die het melancholieke slotduet omringen. Halfnaakt dansen Parvaneh Scharafali en Pierre Pontvianne om en langs elkaar heen tot ze elkaar uit het paradijs verdrijven. Aan het einde liggen ze languit tegenover elkaar op de grond, waarna zwart balletzeil hen bedekt.

Grimmig en zwartgallig is dat slot, dat boekdelen spreekt – al kun je net zo goed denken dat het simpelweg staat voor hoe het leven met de dood eindigt, of dat het een verbeelding is van de teloorgang van een liefde. De interpretatie staat iedereen vrij; Kylián reikt het publiek `slechts' zijn expressieve beelden en die beelden bewijzen onverminderd de kracht van deze diepzinnige dansmeester.

Vergeleken met dit gerijpte ballet is BeBob van Marguerite Donlon slechts kinderspel. De Ierse choreografe maakt haar Nederlandse debuut en veel indruk laat dat niet na. De vormgeving is leuk met zijn verwijzing naar het trendy loungen. Maar deze aantrekkelijke verpakking kan niet verhullen dat de choreografie weinig om het lijf heeft. Hooguit steekt Donlon grappig de draak met een modieus fenomeen. De dansers hangen nonchalant op zitzakken, roken een jointje, maken polaroids van zichzelf en dansen intussen lekker vlot, licht en puntig zoals de jonge NDT2'ers dat altijd doen.

Verder dan speels komt BeBob niet en dan kent het stuk ook nog bij begin en eind cabareteske acts die ronduit tenenkrullend gênant zijn. Voor tussen de schuifdeuren, liever niet tussen de chique gordijnen van dit theater.

NDT 2 met Drift. Premières: BeBob. Choreografie: Marguerite Donlon. 27'52'.Choreografie: Jirí Kylián. Reprise: Sad Case (Paul Lightfoot). Gezien: 21/2. Lucent Danstheater, Den Haag. Aldaar: t/m 23/2, 2 en 3/3. Tournee: t/m 22/3 . Inl.: (070) 360 9931 of www.ndt.nl