Zelfmoord om niets

In een serie over vertaalde klassieken deze week `Afspraak in Samarra' van John O'Hara. (vertaald door Ruth Visser, inleiding Guus Luijters, Contact, 238 blz. eur. 23,95)

Geen vrouw meer, geen baan, geen geld; schrijver John O'Hara was `down and out' toen hij eind 1933 in New York aan zijn debuutroman Appointment in Samarra begon. Op zijn kamer – zo groot als een gangkast – stond geen bureau, hij schreef zittend aan zijn bed, de schrijfmachine op de dekens. Gelukkig had hij invloedrijke vrienden. Hij ging op de thee bij Dorothy Parker; hij speelde backgammon met Ira Gershwin; en F. Scott Fitzgerald moedigde hem aan door te schrijven. Toen het boek af was, schreef O'Hara de beroemde schrijver meteen een dankbrief, die hij besloot met zijn credo: `My message to the world is fuck it!'

De Iers-Amerikaanse schrijver John O'Hara (Pottsville, Pennsylvania, 1905-1970) was een veelgeprezen schrijver die miljoenen boeken verkocht. Maar na zijn dood werd hij snel vergeten. In Nederland kent bijna niemand hem – behalve fans als Karel van 't Reve, Simon Carmiggelt en Guus Luijters. De laatste verzorgde de inleiding bij Afspraak in Samarra; zijn eerste boek in Nederlandse vertaling.

De roman beschrijft de noodlottige laatste dagen van Cadillac-dealer Julian English, een charmant en gerespecteerd lid van de uppercrust in het kolenstadje Gibbsville (Pennsylvania). Op kerstavond gooit hij zonder gegronde reden een glas whiskey-soda in het gezicht van een Ierse nouveau riche. In een destructieve, door drank gevoede roes weet hij daarna iedereen tegen zich in het harnas te jagen, tot hij vrij onverwachts zelfmoord pleegt door zich te vergassen in zijn Cadillac met draaiende motor.

Afspraak in Samarra is een evocatieve kroniek van Amerika in de jaren dertig. De `gay twenties' zijn uitgelopen in een ontnuchterende beurskrach, Amerika heeft een kater. Julian English behoort tot de `hangover generation', opgegroeid in het jazztijdperk, maar te jong en geblaseerd om daarvan te hebben genoten, en door de crisis van haar rijkdom beroofd. Met een duizelingwekkende hoeveelheid details, namen van tijdgenoten, titels van populaire liedjes, merken van auto's en kleding roept O'Hara die tijd op. Hij schetst onverbloemd de Amerikaanse klassenmaatschappij, slim schakelend van het leven in de clubs van de racistische, snobistische `leisure class' naar de `speakeasies' van de onderklasse; de gangsters en de hoeren. Bovenal is O'Hara is een schrijver die mensen tot leven wekt in dialogen, die lijken op achteloze, echte gesprekken, vol niet of half uitgesproken zaken. De belangrijkste mededelingen zijn met een half woord gezegd, waardoor je drie keer moet teruglezen om te ondekken wat er gebeurde. Vooral de lange, vrijwel uitsluitend uit dialogen bestaande scène waarin English dronken achter een gangstermeisje aanzit, is memorabel.

De ijzersterke titel en het motto van het boek verwijzen naar het toneelstuk Sheppey (1934) van W. Somerset Maugham: Een koopman komt in Bagdad de Dood tegen op straat, en vlucht spoorslags naar Samarra. De Dood zegt dan: `Ik was verrast hem hier te zien in Bagdad, want vanavond heb ik met hem een afspraak in Samarra.'

De titel benadrukt het noodlottige van Julian English' ondergang. O'Hara's werk getuigt van een sterk geloof in sociaal determinisme. Het lot van de mensen ligt besloten in hun afkomst, hun klasse, hun plaats op de sociale ladder. Hij gelooft niet in de American Dream. English is verdoemd omdat hij als rijkeluiszoon charmant en geslaagd, maar leeg en nutteloos is.

Tegelijkertijd is de titel misleidend, want Julian vlucht niet voor de dood. Hij werkt uit vrije wil aan zijn eigen ondergang, die vooral tragisch is omdat hij onnodig is. De aanleiding van de zelfmoord is futiel, zijn ruzies hadden best bijgelegd kunnen worden. English wil op het laatste moment niet eens dood, maar hij mist de kracht om uit de auto te kruipen. Zijn dood is onvermijdelijk, èn enigszins willekeurig.

Jammer dat deze eerste Nederlandse kennismaking niet zo goed vertaald is. Op bijna iedere bladzijde staat wel een vertaalfout. Een `Pennsylvania Dutch family' wordt in vertaling een `familie uit Pennsylania Dutch'. En Julian English weigerde ooit het lidmaatschap van een studentenclub niet uit `boosaardigheid', maar uit wrok (`spite'). Kwalijker is dat de soepele, snelle stijl die O'Hara kenmerkt, wordt vermorzeld in lompe, omslachtige zinnen, waar vaak het Engels doorheen schijnt. Een groot stilist als O'Hara had beter verdiend.