Wie morst, moet strippen

De roman in fragmenten kan een vorm van schrijversluiheid zijn. Zo zijn er schrijvers die columns uit week- of dagbladen bundelen en vervolgens `roman' op de kaft zetten. De samenhang bestaat er dan bijvoorbeeld uit dat de stukken over hetzelfde personage gaan, zoals in Hermans Kochs Dingetje, of dat ze zich afspelen in dezelfde stad, zoals Raj Khamal Jha's The Blue Bedspread, waarin Calcutta het decor vormt. Jha gaf in een radio-interview overigens te kennen dat hij andersom had gewerkt: hij had een roman opgedeeld in ultrakorte fragmenten, omdat deze vorm van literatuur volgens hem beter aansloot bij het hectische bestaan van de hedendaagse mens, die geen concentratie meer kan opbrengen voor een dikke leespil, maar wel af en toe een literair snoepje wil.

Van een dergelijke tussendoortjes-literatuur-opvatting is bij de Schot James Kelman geen sprake. De roman in fragmenten is voor hem een bewuste literaire, filosofische en politieke keuze. Met Translated Accounts, een roman in 54 fragmenten, haalde Kelman dit jaar de longlist van de Bookerprize. Een verbazingwekkende nominatie, want Translated Accounts is een volslagen ontoegankelijk boek vol gekweld proza.

Volgens het voorwoord zijn er in deze roman `drie, vier of meer individuen' aan het woord `van wie we de identiteit niet kennen'. Ze wonen in een `bezet gebied waar een staat van beleg is afgekondigd', en hun gevangenschap maakt dat ze niet een staat zijn tot een coherent verhaal: `Ik kan niet vertellen van een begin, of van beginpunten, als er al een oorzaak is, dan zie ik die niet. Er zijn gebeurtenissen, ik vertel erover, maar als ik al spreek, dan zijn het deze, als ik mag spreken'. Zelfs hun geslacht kunnen ze niet definiëren. `Zij is vrouw hij is man, ik ben hem, hij is man, is niet vrouw, we verschillen van elkaar. Ik weet het niet. Ja. Vervolgd als intiem.'

De fragmenten zijn, aldus het voorwoord, vertaald in het Engels, maar niet altijd door native-speakers van het Engels; anderen hebben ze weer ingevoerd in de computer, waardoor storingen kunnen optreden: `I pointed to the house, fateor@ifdotcomFOD o c u m e n t r | G° 3G %5´ to the house, fate famous guest\<<+<@FODocument""' Mogelijkerwijs wil Kelman zo laten zien hoe de geschiedenis wordt herschreven en verminkt in de vertaalslagen tussen mens en machine.

Zeven jaar lang werkte Kelman aan het boek. Dat komt neer op een gemiddelde van een bladzijde per week, en dat is ook ongeveer het leestempo dat je aankunt bij dit strafwerkproza. Noem het postmodern, maar daar wordt het boek niet beter van. Bij de uitreiking van de Bookerprize, die hij in 1994 ontving voor zijn roman How Late It Was, How Late, hield Kelman een fanatieke speech voor het recht om in het Glaswegian te schrijven, waarop hij van nationalisme werd beschuldigd. Kelman heeft zijn worsteling met de (talige) gevangenschap wellicht verder vorm willen geven. Gevoelens van beklemming, uitsluiting en schuld weet Kelman zeker over te brengen. Maar paradoxaal genoeg komt het loodzware proza in zijn ondefinieerbaarheid pijnlijk particulier over.

Vergeleken bij Kelmans boek is The Devil's Larder van Jim Crace een verademing. Crace, vooral bekend van zijn voor de Bookerprize genomineerde roman Quarantine (1997) en de veel gelauwerde roman Being Dead (2000), schreef 64 fragmenten met als thema voedsel. `Ik wilde voor eten doen wat Italo Calvino voor de stad heeft gedaan', zei Crace in een interview. Net als Calvino's De Onzichtbare Steden, een verzameling teksten over fictieve steden die je in willekeurige volgorde kan lezen, is ook The Devil's Larder (`de provisiekast van de duivel') niet gebonden aan chronologie; de meeste gerechten zijn bovendien ontsproten aan de fantasie van de schrijver, zoals de `manac beans' of de Roystonea labia, een plant met `liefdesbladeren'.

Voor Crace gaan eten, erotiek en de dood hand in hand. Mooi is bijvoorbeeld de kaasfondue-fantasie. Een aantal stellen is bij elkaar gekomen voor een diner. Omdat de kaasfondue niet goed gebonden is, wordt er nogal gemorst. Aanvankelijk probeert men de kleverige boel weg te poetsen met een servet, totdat de regel ontstaat dat iedereen die morst voor straf een kledingstuk moet uittrekken. Wanneer iedereen uitgestript is, komt er spontaan een regel bij. Wie morst, moet door een ander worden schoongelikt, liefst niet door de partner. Het morsen wordt nu een buitengewoon aantrekkelijke, doch pijnlijke aangelegenheid. De klodders kaas veroorzaken brandwonden en blaren. Het fragment eindigt met de gedachte dat de verlokking voor een nieuw diner met andere mensen op de loer ligt en dat het verlangen naar verse verwondingen is aangewakkerd.

Crace houdt van het banale en het plastische. Voedsel stoppen we in onze mond en het komt er ook weer uit. Uitwerpselen kunnen op hun beurt weer voedsel zijn. Stel, je drijft zonder voedsel en drinken al dagen op een vlot in zee. Wat zou je drinken? Zeewater of urine? Mannen kiezen voor het zeewater, maar de vrouwen overleven, want zij drinken eerst hun eigen urine en daarna dat van hun man, zo suggereert Crace in een van zijn vertellingen.

Crace schrijft bij vlagen prachtig, bizar en verbeeldingsrijk proza waar ook om te grinniken valt. Na het lezen van de zwart-erotische eetsprookjes in The Devil's Larder zal men de mogelijkheden van de wortel (bemest met de uitwerpselen van de buurman), de omelet (waarin gemasturbeerd kan worden) en de mossel (waarin een jonge vrouw urineert) met een geheel nieuwe blik bekijken. Eetlust krijg je er niet van, leeshonger wel. De 64 appetizers van Crace moeten echter wel enigszins worden gedoseerd. Wanneer men ze achter elkaar consumeert, dan begint het hongergevoel op den duur te knagen en wordt het verlangen naar één copieuze hoofdmaaltijd sterker. Die komt er binnenkort aan. Crace heeft, zoals hij vaker doet, de voorlopige titel van nieuw werk al aangekondigd, en deze suggereert meer duivels-erotische kost: The Pest House, Original Sins.

James Kelman: Translated Accounts. A Novel. Vintage, 324 blz. € 22,95

Jim Crace: The Devil's Larder. Viking, 194 blz. € 23,54