Stilte in de zaal

In geen jaren heb ik in de Nederlandse theaters zo weinig horen hoesten als tijdens de drie toneelpremières die Joop van den Ende Theaterproducties de afgelopen weken organiseerde: De huisbewaarder, Lied in de schemering en Midzomerstrandkomedie. Toch kan dat aan de voorstellingen zelf niet hebben gelegen; vooral in de eerste twee heeft de regie talloze gespannen stiltes ingebouwd, van het kwetsbare soort dat anders maar al te vaak door de zaal wordt volgehoest. Dat het niettemin muisstil was, lag aan de sponsor.

Sponsors hebben voor het publiek doorgaans geen betekenis. Het zal de gemiddelde toeschouwer een zorg zijn hoe een voorstelling is gefinancierd. Geen mens slaat acht op de logootjes op het affiche van een vrije productie; meestal worden ze als een vorm van visuele vervuiling op de onderste rand geplaatst, zodat het beeld er zo weinig mogelijk door wordt gedomineerd. Voorts maken de sponsors zich in hun advertenties in de programmaboekjes vaak belachelijk door te suggereren dat er een hechte band bestaat tussen hun eigen bedrijvigheden en het gebodene van deze avond. ,,Ook theatertalent kan niet floreren zonder een basis van zekerheid, en zekerheid is onze kracht'', aldus de verzekeringsmaatschappij. ,,Artistiek succes wordt soms via wonderlijke omwegen bereikt, maar onze wegen brengen u rechtstreeks waar u wilt zijn'', aldus het bouwbedrijf.

Zo speelde de sponsor tot dusver een rol die het publiek goeddeels ontging. Tot de fabrikant van Wybert, het ruitvormige dropje op zoethoutbasis, besloot zich dit seizoen als sponsor op te werpen van de toneelproducties van Joop van den Ende. Bij de zaalingangen zag ik monter ogende jongens en meisjes met een bak voor hun buik staan. Elke bezoeker kreeg uit die bak een mini-zakje wybertjes overhandigd. Bijna iedereen scheurde het open zodra de stoel was gevonden, terwijl het zaallicht nog aan was, en begon meteen te sabbelen. Zo, braaf sabbelend, werd de eerste helft van de voorstelling ondergaan. En toen de pauze voorbij was, stonden die jongens en meisjes daar weer. Wederom werd de aangeboden mondvoorraad dankbaar aanvaard.

Al eerder hebben diverse schouwburgen en concertzalen getracht de hoest een halt toe te roepen met hoestremmende middelen. De één vestigde op een bordje in de hal de aandacht op de snoepjes die aan de bar werden verkocht. Een ander plaatste al eens een bak met pastilles, waarin iedereen desgewenst een graai kon doen. Toch was de ideale oplossing tot dusver niet gevonden; in elk geval kon niemand de hinderlijke hoesters het zwijgen opleggen.

Maar gezien de ervaring tijdens De huisbewaarder, Lied in de schemering en Midzomerstrandkomedie moet het zo: geef elke bezoeker persoonlijk zo'n zakje sabbelgoed in handen. Ook wie in de verste verten geen hoest voelt aankomen, blijkt ervan te gaan snoepen. Het gevolg is een doodstille zaal.

Er was een sponsor nodig om tot deze ontdekking te komen, maar ook als Wybert volgend jaar besluit het promotiebudget elders te besteden – sponsors kunnen wispelturig zijn – verdient het voorbeeld navolging. Een verstandig theaterdirecteur laat voortaan bij de deuren niet alleen de kaartjes afscheuren, maar ook de verplichte anti-hoestsnoepjes uitdelen.