Om de macht...

Jack Straw, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, gaf gisteren in Den Haag de officieuze aftrap voor de conventie over de toekomst van de Europese Unie, die volgende week officieel begint. Straw had naar eigen zeggen geen `blauwdruk' voor een toekomstig Europa. Wel diende hij namens zijn land een paar ideeën in over een democratischer Unie, die ,,effectiever'' werkt en door haar bevolking ,,beter begrepen'' wordt. Het belangrijkste uit Straws betoog is het gevoelige punt van een Europese grondwet. Dit taboe is voor de Britten bespreekbaar als het een ,,beginselverklaring'' wordt genoemd – een doorbraak in hun meningsvorming. Andere Britse kernpunten zijn: een bescheidener rol voor de Europese Commissie, meer macht voor de Raad van Ministers en afschaffing van het roulerende halfjaarlijkse voorzitterschap.

Op de conventie over Europa zal onder leiding van de Franse oud-president Giscard d'Estaing een gezelschap van meer dan honderd deelnemers zich buigen over kwesties als het ontwerp van een Europese grondwet en de verdeling van bevoegdheden over nationale en communautaire instellingen. Europese en nationale parlementariërs, alsmede vertegenwoordigers van regeringen en de Europese Commissie moeten met voorstellen komen voor hervorming van de EU, voorstellen die uiteindelijk de basis zijn van onderhandelingen over een nieuw Europees verdrag. De gesprekken hierover moeten in 2004 zijn afgerond.

Het nobele streven om de EU democratischer en doorzichtiger te maken kan niet verdoezelen dat de opzet van de conventie in feite een schaamlap is voor jarenlang falen van de Europese leiders. Zij zijn er niet in geslaagd om de Unie dichter bij de burger te brengen of te hervormen vóór de uitbreiding. Nu gaat de tijd dringen. Na 2004 zitten er geen 15 lidstaten aan tafel, maar mogelijk 25. De invloed van de nieuwkomers wordt steeds groter. De onderhandelingen die moeten worden gevoerd gaan dan ook in feite over de macht van de individuele lidstaten. Grote landen als Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittanië vrezen machtsverlies in een uitgebreide EU.

In dit harde licht moeten de woorden van Straw worden gezien, hoe hoffelijk hij in zijn Haagse toespraak ook was. Ongetwijfeld is hij begaan met het onbegrip van de burger jegens Europa. Maar het hemd is nader dan de rok. De gedachtevorming over machtsverdeling in de toekomstige Europese Unie is nu begonnen. En zoals altijd verschillen de belangen van grote en kleine lidstaten sterk. Zo vindt Straw dat de Europese Commissie een bescheidener rol moet spelen. Dat hoeft niet te verbazen, omdat de Commissie de grote lidstaten, als het er op aan komt, alleen maar in de weg zit. Nederland pleit juist voor een sterkere Commissie, getuige de kabinetsnotitie `De toekomst van de Europese Unie', die op 8 juni vorig jaar naar de Tweede Kamer werd gestuurd. Daaruit blijkt tevens dat Nederland voor directe verkiezing van de Commissievoorzitter is, een gedachte die Straw onacceptabel vindt (,,I don't buy that'', zei hij gisteren). Het zijn maar enkele van de vele punten waarop de belangen uiteenlopen. De grote lidstaten zien de eenwording en uitbreiding van de Unie als een politiek (lees: machts-) proces. De kleinere partners proberen dit uit lijfsbehoud juist te depolitiseren en hun prioriteiten veilig te stellen door ,,voortzetting en versterking van de communautaire methode als beproefd fundament van de EU'', aldus het Nederlandse standpunt.

De conventie over Europa komt er aan. Hoe omstreden ook, en hoe groot de kans ook is op een zelfs voor Europese begrippen ongekende kakofonie – het moment is belangrijk. Engeland heeft dat begrepen. Het land gaat als grote voorop in het debat over Europa's toekomst. Wie volgt en spreekt namens de kleinere lidstaten?