MORMON CITY

Hey man, smile. De reservist met snor bij die eeuwige, langzaam verschrikkelijk wordende security check probeerde me met een glimlach langs de detectors te loodsen.

Had ik een kwartier in de rij staan wachten om naar binnen te mogen, moest ik ook nog eens glimlachen. Vooruit dan maar. Zo goed? Allright man, schreeuwde de man in camouflage gevechtstenue net iets te hard. Ik leegde mijn zakken, legde mijn laptoptas op de band en liep door de poortdetector. Paaah! Het geluid was verschrikkelijk. De glimlach van de reservist verdween meteen. Die van mij niet. Ik wist dat het mijn wegwerpcamera in mijn borstzak was. De reservist verwees naar een collega, een lieftallig meisje, hoewel gekleed in camouflage gevechtstenue en gewapend met een vervaarlijke metaaldetector. Nadat ik weer eens was gekieteld, toverde ik mijn cameraatje tevoorschijn. Surprise, riep ik. Het meisje kon er niet om lachen. Ze vroeg me de camera te openen. Hoezo? Dan was ik mijn foto's kwijt. Of ik dan een foto van de grond kon maken, kijken of het werkte. Kom nou! Ik had nog maar twee opnames op het rolletje. Of ik dan een foto van haar mocht maken. Nee, van de grond, please, sir. Asjeblieft zeg, never. Of ze dan het rolletje of op z'n minst de foto kon betalen? Please, sir, het meisje drong aan en de snor kwam al in mijn nek hijgen. Foto maken en snel! Ik maakte een foto van de grond. Het lukte! Dank u, sir, zei het meisje. Of ik haar adres mocht, dan kon ik de foto opsturen. Nee, of ik wilde doorlopen, sir. Misschien kon ik haar dan de rekening sturen. Ik werd pissig. Ze lachte, zowaar. Oh, wat lachte ze mooi. Ik richtte mijn camera op haar gezicht en drukte mijn laatste foto af. Wist u dat u in overtreding bent, zei het meisje. Hoezo? Waarom mag ik geen foto's van u maken. Omdat dat niet mag, zei ze. En of ik nu snel door wilde lopen. Ze zwaaide met haar metaaldetector en riep haar volgende slachtoffer. Ik wenste haar de komende dag veel plezier.