Laat het bijzonder onderwijs zichzelf financieren

Burgers hebben de vrijheid hun kinderen te laten onderwijzen in een ideologie die een gruwel is in de ogen van de meeste andere burgers. Maar het ligt voor de hand dat die andere burgers dit onderwijs dan ook niet financieren, vindt August Hans den Boef.

Het gebouw van onze samenleving wordt al heel lang niet meer door zuilen gedragen. Daardoor kan een nieuwe zuil nooit meer de rol van drager vervullen, slechts die van ornament of in het ongunstigste geval, van obstakel.

Islamieten en anderen pleiten soms voor een moslimzuil als middel tot integratie in de Nederlandse samenleving en als directe consequentie daarvan voor islamitische scholen omdat bijzonder onderwijs immers de kern van de verzuilde samenleving vormde.

Interessant is daarom het recente nieuws over de fundamentalistische propaganda die volgens de BVD eenderde van de moslimscholen in Nederland zou verspreiden. Want deze berichten vestigen zowel de aandacht op het obstakel dat een nieuwe zuil voor integratie vormt als op het definitieve echec van bijzonder onderwijs in een seculiere samenleving.

De ferme reactie van staatssecretaris Adelmund – zij subsidieert het onderwijs en wil derhalve geen fundamentalistische propaganda toestaan die de integratie van moslimkinderen blokkeert – is echter gebaseerd op een verkeerde conclusie. Dat geldt ook voor de reacties van de fractieleiders Melkert (PvdA) en De Graaf (D66).

Want als de kwaliteit van het onderwijs voldoende is, moet de inspectie, c.q. de overheid een bijzondere school met rust laten. Ook al zal de inspectie nu het godsdienstonderwijs op islamitische scholen in de gaten houden, het schoolbestuur en geen andere instantie bepaalt welke religieuze opvattingen (en opvattingen over integratie) worden verspreid. Zo staat het in Artikel 23 van de Grondwet.

Adelmund heeft tegen deze situatie geen bezwaar, want ze heeft nog onlangs voorgesteld dat bijzondere scholen hun eigen godsdienstonderwijs mogen laten meetellen met de kleine examenvakken.

De fermheid van politici als Adelmund doet niet alleen daarom onwaarachtig aan. Geluiden als die van de BVD horen we de laatste jaren wel vaker. Wie luistert naar de onderwijsvakbonden, krijgt bovendien niet de indruk dat al die andere (tweederde) moslimscholen enthousiaste broedplaatsen van moderne multiculturele burgerzin vormen.

Het behoort tot de vrijheid van burgers dat zij hun kinderen kunnen laten onderwijzen in een ideologie die een gruwel is in de ogen van de meeste andere burgers. Maar het ligt voor de hand dat die andere burgers dit onderwijs dan ook niet financieren. Ik stel daarom voor dat een volgend kabinet eindelijk de tekst van Artikel 23, leden 5-7, van de Grondwet wijzigt, in die zin dat de overheid de financiering van het bijzonder onderwijs beeïndigt. Gezien de verwachte samenstelling van de Tweede Kamer is voor zo'n grondwetswijziging een voldoende meerderheid beschikbaar.

Wat vrezen politici als Adelmund nu eigenlijk? Zij weten als geen ander dat het bijzonder onderwijs zijn functie al heel lang heeft verloren. De afgelopen decennia heeft het zijn bevoorrechte positie tegenover het openbaar onderwijs letterlijk met kunst en vliegwerk weten te handhaven. Hoeveel kwijnende openbare basisscholen die onder de norm van het minimumaantal leerlingen kwamen, zijn niet gesloten ten bate van de evenzeer kwijnende christelijke of katholieke school om de hoek? Die kon het met hulp van verwante organisaties net zo lang uitzingen tot het gemeentebestuur het vonnis velde over de openbare concurrent en het volgende schooljaar de aanmeldingen weer binnenstroomden. Wie herinnert zich niet de moeite die ouders in steden als Maastricht moesten doen om er een paar openbare scholen bij te krijgen? Openbaar onderwijs hoorde niet bij de Maastreechter cultuur, meenden katholieke bestuurders.

Natuurlijk bestaan er tegenwoordig nog kleine, lokale haarden van principieel christendom op het platteland, maar daarbuiten kiezen ouders veel vaker op heel andere dan religieuze gronden voor bijzonder onderwijs. Omdat de school een goede naam heeft, omdat die wit is of in de buurt staat.

Het bijzonder onderwijs is een rudiment uit de tijd van de verzuiling. De tijd dat je zuil een geheel verzorgd pakket aanbood. Van krant, bakker, huisarts, apotheker, autorijschool, omroep, de mensen met wie je sportte of muziek maakte tot onderwijs. En mocht je per ongeluk eens een hoed kopen bij een middenstander van een andere zuil, dan kwam er altijd wel een ouderling of pastoor op bezoek om je te vermanen.

Ondanks het feit dat die verzuiling letterlijk is uitgestorven, durfde de afgelopen jaren geen enkele politieke partij voor te stellen een einde aan het bijzonder onderwijs te maken. Bang voor een nieuwe schoolstrijd en om pragmatische of politiek correcte redenen niet bereid om de nieuwe ambitie van moslimscholen te dwarsbomen?

Maar niemand wordt er toch slechter van als artikel 23 van de Grondwet wordt afgeschaft? Als ouders willen dat hun kinderen religieus worden onderricht, kan dat mooi in de vrije tijd. Zondagscholen, koranscholen, bijbelstudieclubs. Zonder pottenkijkers van de inspectie.

Fundamentalisten of orthodoxen die wel een school willen die van maandag tot vrijdag doordrenkt is met de ware religie en van vreemde smetten vrij, betalen die zelf, zonodig met steun van rijke Saoedi's. De gebroeders Baan hadden in hun gloriedagen alle reformatorische scholen tot ver buiten de Veluwe kunnen betalen.

En als zo'n bijzondere school een mooi maatschappelijk project heeft, kan zij gerust om subsidie aankloppen bij de overheid. Want die is neutraal, het maakt voor haar immers geen verschil of het zwerfvuil in een parkje wordt verwijderd door jeugdige vrijwilligers die op een openbare school zitten dan wel een met den bijbel of den koran.

August Hans den Boef is verbonden aan het Instituut voor Media en Informatie Management.