Hoezo een Van Gogh?

Bouwe Jans, een voormalige textielfabrikant en nu kunsthandelaar in Londen, overkwam waar menig kunstliefhebber van droomt. Op een Groningse veiling ontdekte hij in 1993 een vies schilderij dat thematisch en stilistisch gezien een vroege Van Gogh kon zijn. De met `Vincent' gesigneerde olieverfschets (47 bij 61 cm) – afgeslagen op 9.000 gulden – laat ruggelings twee landarbeiders zien die in uitwaaierend zonlicht met een schep de zompige aarde omwoelen. Vaak zou Van Gogh (1853-1890) in potlood en verf een dergelijk tafereel hebben uitgewerkt, maar zo'n vroege versie (ca. 1882) was zeldzaam.

In Artquakes doet Jans stapje voor stapje verslag van zijn onderzoek naar herkomst en authenticiteit van het doek, dat jarenlang op een Bredase zolder zou hebben gelegen. Het werk komt overeen met Vincents beschrijvingen in diens brieven; in Breda zijn toevallig nogal wat vroege Van Goghs verhandeld; en het thema moet Van Gogh hebben afgekeken van de door hem bewonderde `boerenbedrijfschilder' Jean-François Millet. Redenen genoeg om de experts te consulteren.

Dat voornemen resulteert in acht jaar ronddolen. Het ene museum weet het niet, het andere museum twijfelt, veilinghuis Sotheby's verwijst Jans, evenals de geraadpleegde kunsthistorische instituten, door naar onafhankelijke experts, restaurateurs en buitenlandse handelaren, begiftigd met `gut feeling'. En die wijzen het doek resoluut af, of feliciteren hem juist met zijn vondst. Pigment-, signatuur- en infraroodonderzoek suggereren dat het om een echte, vroege Van Gogh gaat, maar Zwitserse relaties van het Van Gogh Museum in Amsterdam geloven er geen snars van.

Het Van Gogh Museum houdt Jans eerst van het lijf, om dan na acht maanden het werk op basis van foto's af te wijzen: stijl, kleurgebruik, (ongezien) linnen – niets deugt. Later, op basis van het échte doek, vallen sommige argumenten weg, maar toch krijgt Jans het advies om af te zien van verder onderzoek. Maar Jans houdt niet op, hij reist tentoonstellingen na; bestudeert de rellen rond de mogelijk valse versies van De Zonnebloemen en De Tuin in Auvers, en keert na zes jaar speurwerk terug bij het Van Gogh Museum, waar hij – nu rijker gedocumenteerd – opnieuw een schriftelijke afwijzing krijgt. De Nederlandse Van Gogh-deskundige Jan Hulsker is intussen overtuigd van de echtheid van De Gravers, maar museale zekerheid is er nog steeds niet.

Artquakes is een goed gedocumenteerde aanklacht tegen het `Van Gogh-establishment', dat confrontaties met `leken' uit de weg gaat en deze nogal arrogant en vooringenomen bejegent. Waarom doen ze dat? Misschien om dit type vroege Van Goghs te ontkennen, zoals de familie Van Gogh ook heeft gedaan, aldus de complottheorie van Jans. Na lezing wens je in elk geval je ergste vijand nog niet toe dat die iets vroegs van Van Gogh op de kop tikt.

Bouwe Jans: Artquakes and Vincent van Gogh. Pillar Publications. 202 blz, geill. € 25,–