Het woord is aan de foetus

`Vooruit dan maar, ik ben de langverwachte, laat ik het maar waarmaken', zegt de vertelster in de nieuwe roman van Abdelkader Benali. Het is een mooi motto voor een boek waar inderdaad lang naar is uitgekeken. Bijna zes jaar geleden debuteerde Benali met Bruiloft aan zee, het ook stilistisch overrompelende verhaal van een Nederlandse Marokkaan die de gedeserteerde bruidegom van zijn zusje moet opsporen. De roman werd alom geprezen en kreeg de Geertjan Lubberhuizen Prijs en de Franse Prix du Premier Roman Étranger; terwijl Benali (Ighazzazen, 1975) samen met Hafid Bouazza werd uitgeroepen tot duokapitein van de `Marokkaanse garde' die de afgelopen jaren in de Nederlandse literatuur is opgekomen.

Een succesrijk debuut kan verlammend werken, en Benali heeft er geen geheim van gemaakt dat `het syndroom van Tartt' ook hem parten speelde. In het vorig jaar tijdens de Boekenweek uitgebrachte tussendoortje Berichten uit Maanzaad Stad nam hij bij wijze van grap nog een persbericht uit 1998 op waarin zijn `Definitieve Grote Marokkaanse Roman' Djinns werd aangekondigd. Dat het hem niettemin menens was, blijkt nu die roman er eindelijk is. De titel mag dan voor de derde keer (via Het jongetje met de ezelsoren en Mehdi Ajoeb gaat trouwen) gewijzigd zijn in De langverwachte – het boek is vuistdik en heeft definitieve pretentie.

Het begint al bij de manier van vertellen. Was Bruiloft aan zee nog `gewoon' in de derde persoon enkelvoud geschreven, De langverwachte geeft het woord aan een baby, of liever: aan een meisje dat op het punt staat geboren te worden in de eerste nacht van het nieuwe millennium. De associaties die dit oproept met de ik-figuren in Die Blechtrommel van Günter Grass en Midnight's Children van Salman Rushdie zijn niet toevallig, want net als zijn grote voorbeelden verpakt Benali de werkelijkheid bij voorkeur in sprookjesachtigheid. Maar hij is een Hollandse magisch-realist, en hij stelt zich in De langverwachte terughoudend op. Welke zijpaden zijn vertelster ook bewandelt en welke uitzinnige anekdotes ze debiteert, het verhaal blijft in hoge mate realistisch. Alles onder het motto `Dat is het leven: je vertelt iets waarmee je de ander wijzer maakt, terwijl je zelf steeds minder weet van wat je eigenlijk aan het vertellen bent.'

Rotterdam

De `langverwachte' is het kind van een Marokkaanse jongen en een Nederlandse moeder; het is hun biografie, inclusief die van hun ouders en naaste familieleden, die door de voorlijke millenniumbaby geschreven wordt. Heen en weer gesleept door tijd (jaren zeventig tot nu) en ruimte (agrarisch Marokko tot multicultureel Rotterdam) krijgen we een warreling aan verhalen voorgeschoteld. Over overgrootvader Omar Omar, die in Marokko is gestorven van liefdesverdriet; over grootvader Driss, die als slager naar `Ollanda is gekomen; over grootmoeder Malika, die vervuld van heimwee haar Marokkaanse theeglazen poetst; over het blonde middenklassemeisje Diana dat de eigenlijke hoofdpersoon van de roman, Mehdi Ajoeb, verleidt, en zo de moeder van de langverwachte wordt; en over tal van vrienden en kennissen die, lijdend aan het leven, rondlopen in de grote stad (`Rotterdam: gefnuikte liefdes, nooit genoeg dope, het autisme van de duiven...').

De langverwachte is een hollebollegijs van een boek. Meer dan twintig personages vechten om de aandacht van de lezer, en in de zestig hoofdstukjes (met titels als `Kerst International' en `2 plus 2 is 5') wordt voortdurend van register gewisseld: er zijn sprookjes en er is een brief, satire wordt afgewisseld met toneeldialoog, scènes uit het dagelijks leven volgen op filosofische terzijdes. Ook het proza is een potpourri van stijlen; maar anders dan in Benali's eerste roman wil het maar niet spetteren. De extreem lange zinnen waarin de schrijver overduidelijk genoegen schept (kijk eens mama, zonder handen!), met hun haakjes, hun streepjes en hun bijstellingen tussen komma's, lopen té vaak in het honderd; en de kwistig rondgestrooide metaforen zijn meer dan eens overdreven, op het mislukte af (`een dochter [die] vroeg als een bloem moet worden weggegeven, voor ze kan uitgroeien tot een sta-in-de-weg van een boom'). In De langverwachte komt een dichter voor die bij wijze van compliment wordt omschreven als een `duivelskunstenaar met losse handjes'; bij Benali hangen de handjes af en toe aan een zielig peesje.

Pudding

Natuurlijk is het talent van Benali niet ineens vervlogen, of onvindbaar geworden. De langverwachte wemelt van de mooie, vaak absurdistische oneliners als `Lastige vragen hebben het hoofd van een draak en het achterlijf van een pudding', of `Moeders vertellen de waarheid altijd op dinsdag.' Af en toe word je getroffen door een ontroerende observatie: `Als hij haar aankijkt, ziet hij een vrouw die de schrik van de reis nog in de benen heeft en wie de lange dunne stroop van heimwee nog uit het oor lekt.' Wie kan er niet grinniken om een ondernemer die besluit te gaan handelen in honderd procent halal auto's (`tweedehands wagens wier vorige eigenaar moslim was geweest'), of een nurkse barman die de vraag naar de verblijfplaats van een van zijn klanten beantwoordt met: `Zie ik eruit alsof ik een bordje stadsplattegrond boven mijn hoofd heb staan? Ben ik uw broeders wegenwacht?'

En dan zijn er de gave vignetten die door het uitwaaierende verhaal van Mehdi Ajoeb en zijn familie heengeweven zijn. Bijvoorbeeld het 15 pagina's tellende verslag van het rijexamen van Driss, die na 34 keer opgaan en 868 ingrepen bij geluk een scheidende examinator treft die zijn carrière niet wil eindigen met een gezakte kandidaat. Of de scène waarin een corpsballerige figuur midden in de nacht angstig open doet voor een (overigens uiterst beleefde) allochtoon omdat hij niet af wil gaan tegenover zijn nieuwe vriendin. Of het aangrijpende kerstverhaal van een schijnbaar hopeloze liefde in een belwinkel – toch al een locatie waar leed en weemoed welig tieren. Het zijn allemaal welkome uitweidingen in een verhaal dat ik verder met de beste wil van de wereld niet boeiend of sprankelend kan vinden.

Een Márqueziaanse familieroman, dat is ongetwijfeld wat Benali heeft willen schrijven. Tegen die taak bleek hij niet opgewassen. De Ajoebs zijn geen Buendía's, en juist de belangrijkste personages komen nauwelijks tot leven; voor vierhonderd dichtbedrukte pagina's zijn hun belevenissen zelfs aan de magere kant.

Dat zou niet erg zijn als Benali de lezer op de vleugels van zijn stijl had meegevoerd. Maar zoals de imam tegen Mehdi zegt: `Soms ben je glashelder, en soms ben je verward als modder' ook Benali's lezers moeten flink scheppen om bij het glas te komen. De langverwachte is wel een dikke, maar bij lange na geen grote roman. Je kunt ten hoogste zeggen dat er een aardige verhalenbundel in verstopt zit.

Abdelkader Benali: De langverwachte. Vassallucci, 400 blz. € 20,95