Het gaat over jou

Raoul Heertje speelt Lenny Bruce, als een echte acteur. Maar hij is cabaretier. En hij doet tijdens de voorstelling ook stand-up comedy: ,,Ben ik dan mijzelf of Lenny?''

,,Mijn instinct is om als het even kan een grap erin te beuken. De mensen komen toch om te lachen. Maar dat is wel link; als je het te veel dichtsmeert met grappen schept dat afstand. Het publiek moet de narigheid op het podium wel echt voelen'', zegt cabaretier Raoul Heertje. Vanaf volgende week speelt hij de hoofdrol in Lenny van het Noord Nederlands Toneel.

Lenny gaat over de legendarische Amerikaanse stand-up comedian Lenny Bruce (1924-1966), met in de hoofdrol afwisselend Raoul Heertje en Hans Sibbel, van het cabaretduo Lebbis en Jansen. Lenny is een logische stap in het werk van regisseur Koos Terpstra, die poogt om cabaret en toneel te mengen, om meer levendigheid en straatrumour in het theater te brengen en zo de maatschappelijke relevantie en het contact met het publiek te herstellen. Eerder liet hij de Driestuiversopera, Wachten op Godot en Othello deels spelen door cabaretiers.

Zoals Lenny Bruce stand-up pionier was in de Verenigde Staten, zo is Heertje (1963) dat in Nederland. Begin jaren negentig stichtte hij Comedytrain, een groep Nederlandse stand-uppers die optreedt in het Amsterdamse café Toomler. Uit de groep komen vele beroemde cabaretiers, als Hans Teeuwen, Theo Maassen en Sanne Wallis de Vries. Heertje werkt mee aan het satirische tv-programma Dit was het nieuws en is ook nog schrijver. In mei houdt uitgeverij Vassallucci `De Week van Heertje', waarin vier nieuwe boeken worden uitgebracht, met interviews en columns, en een uitgebreide uitgave van het boek over zijn kind: Het mooiste embryo van het heelal.

Verder heeft Heertje, samen met zijn vader, de econoom Arnold Heertje, een column in Het Parool, waarin hij de afgelopen weken herhaaldelijk verslag deed van zijn eerste stappen in het theater; zijn onvermogen om te acteren, en de verwarrende échte gevoelens die hij krijgt als hij de bh van zijn tegenspeelster loshaakt.

Hoe kwamen Terpstra en u erop om een toneelstuk over Lenny Bruce te spelen?

,,Samen met Richard Pryor en Woody Allen behoort Lenny Bruce tot mijn helden. Bruce was begin jaren zestig zeer populair, en gehaat. Hij maakte ongekend grove grappen over seks, drugs, religie en de rassenverhoudingen. Hij werd vaak gearresteerd en geïntimideerd door de politie, maar hij bleef compromisloos doorgaan. Dat heeft hem uiteindelijk de kop gekost. Zijn vrouw, zijn publiek, iedereen verliet hem. Hij raakte aan de drugs. Als een schim van zichzelf stierf hij in 1966.

,,Er bestond al een toneelstuk over hem, Lenny, waarop de film met Dustin Hoffman is gebaseerd. Terpstra en ik zijn het stuk gaan bekijken in Londen, maar we vonden het niet geschikt. Het wil te veel de biografie navertellen en ging daarom nergens dieper op in. Alsof het leven van Napoleon in een boekje van honderd pagina's wordt geperst. Dus heeft Koos Terpstra een geheel nieuwe tekst geschreven, waarin slechts enkele thema's eruit worden gelicht. Bruce worstelde met het oude conflict tussen aaien en schoppen, amusement en engagement, lachen en nadenken. Daar gaat het stuk over.

,,Nu lopen we tegen hetzelfde probleem op als Lenny Bruce. Het gaat over een man die niet meer grappig wil zijn, die zijn publiek de waarheid wil zeggen. En tegelijkertijd is het een toneelstuk dat niet meer grappig wil zijn en de waarheid wil zeggen. Wij gaan dat probleem niet oplossen, we laten het gevecht zien. Met het gevaar dat de mensen het niet zullen pikken: `dikke lul, het is toch stand-up? Maak me maar aan het lachen!'''

Hoe is het om als stand-up comedian te moeten acteren?

,,Ik kan helemaal niet acteren. Terpstra heeft het geschreven met de beperkingen van Sibbel en mij in zijn achterhoofd. Ik speel dan wel Lenny Bruce, maar ik ben het ook zelf. Ik kan alleen maar iemand spelen die heel dichtbij me staat. Een homoseksuele man van éénenzestig die net door zijn vriend is verlaten zou ik niet kunnen spelen.

,,Ik ben hiervoor nog nooit geregisseerd. Ik zie niet wat ik doe. Ik begrijp de theaterwetten niet. Ik begrijp een zaal die luistert naar een komiek. Maar ik begrijp niet: tien mensen op een podium, en eentje loopt van links naar rechts. Wat voelt het publiek dan? Ik begrijp niet hoe het overkomt.''

In het stuk moet een der actrices ook een stand-up act doen. Tijdens de repetities stond Lotje van Lunteren met een rood hoofd en spiekbrief te schutteren. Leren jullie zo van elkaars vak?

,,Alle acteurs moesten tijdens de repetities een stand-up doen. Ze zweetten van angst; ik heb nog nooit zo'n drama meegemaakt. Met alles wat ze kunnen, zijn ze niet gewend om als zichzélf op het podium te staan. Ik kon ze wel de basis uitleggen: je moet je concentreren op wat je wil vertellen, en niet naar de grap toewerken. Er is niets ergers dan een komiek die van de ene naar de andere grap rent.

,,Een goed acteur kan natuurlijk spelen alsof hij een stand-up comedian is, maar dat wil Koos Terpstra niet. Hij wil dat het echt is, hij wil dat rode hoofd zien. Als het goed gaat is het geweldig, als het niet goed gaat, is het ook mooi.''

In de tekst heeft Terpstra grote stukken opengelaten waarin stand-up comedy van u moet komen. Daar hangt veel vanaf want daaruit moet blijken wie Lenny Bruce is, en waarom hij zo geweldig en zo schokkend was. Hoe gaat u dat aanpakken?

,,Een van de problemen is: ben ik tijdens die stand-ups mijzelf of Lenny? Ik moet mijzelf zijn, anders is het niet geloofwaardig. Mensen als Hans Teeuwen en Theo Maassen kunnen acteren als het moet. Dat zijn theatermakers. Ik kan niet spelen dus ik heb geen keus. Bovendien, bij stand-up moet je jezelf zijn, dat is de deal.

,,Maar ik moet tijdens die stand-up scènes ook Lenny zijn, anders sluiten ze niet aan bij de rest van het stuk. Als ik in de vorige scène ben mishandeld op het politiebureau, moet ik dat gevoel meenemen in mijn act, en daar niet gaan staan als de vrolijke Raoul Heertje. Momenteel schuif ik door het niemandsland tussen Lenny Bruce en mijzelf.

,,Lenny Bruce' eigen teksten zijn te gedateerd. Wat schokkend was voor Amerika in die tijd, doet ons niets meer. Ik moet daar dus een equivalent voor vinden. Ik kan nog grovere woorden gaan gebruiken, maar ik gebruik zelf nooit vieze woorden. Bovendien zou ik dan choqueren om het choqueren, en zo was Lenny Bruce niet. Ik heb ook gedacht aan een schokkende uiteenzetting over het wereldleed, om de mensen daarmee om de oren te slaan. Maar ik ben en blijf een aapje op het podium waar de mensen allang niet meer van schrikken. Iemand die tekeergaat tegen de maatschappij, dat kennen ze allang.

,,In de tijd van Lenny Bruce mochten heel veel dingen niet gezegd worden. Dus voor hem lag er een gebied vrij, genoeg taboes om te doorbreken. Het probleem met Nederland nu is dat je het overal over mag hebben, maar dat niemand er meer van opkijkt. De mensen hebben zich ingekapseld.

,,Neem nu het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander. Die heeft vreselijke dingen gezegd om zijn foute Argentijnse schoonvader te beschermen. Bijvoorbeeld dat die vader drie verdwenen mensen kende en dat die alledrie weer zijn teruggekomen. Wie zoiets zegt, is een mongool. Maar hoe reageert Nederland, met premier Kok voorop: We willen het niet meer horen, we willen nu gewoon een leuk feestje bouwen.

,,De bouwfraude; een restaurant van Van der Valk stort in door gesjoemel met de vergunningen; vliegtuigen vallen uit de lucht door het gebruik van oude onderdelen; het glycerine-schandaal. We weten het allemaal, maar we willen liever belazerd worden. We hebben bedacht: dat gebeurt niet in Nederland, wij zijn niet zo, en dat houden we vol. Iedereen denkt: in mijn beperkte wereld wil ik het leuk houden. Wie overal schijt aan heeft, heeft een makkelijker leven.

,,Als er dan iemand opstaat die wel iets heel ergs zegt, is het een drammer, een zonderling of een gek, met `ook maar een mening'. Kijk bijvoorbeeld naar Willem Oltmans. Je zou toch niet denken dat er in Nederland op regeringsniveau wordt bedacht: we gaan die man kapotmaken. Maar het is wel gebeurd. En iedereen, collega's, vrienden en media, keerde zijn rug naar Oltmans. Als je zoals hij uitkomt voor je denkbeelden, word je door iedereen in de steek gelaten. Daar gaat Lenny ook over.''

Maar hoe gaat u het publiek dan wel bij de haren grijpen?

,,De mensen in de zaal denken altijd dat het over hun buurman gaat, niet over hen. Dat wil ik doorbreken. Aanvankelijk wilde ik het toneelstuk stilzetten, en in mijn stand-up expliciet zeggen: `Je denkt dat dit gewoon een verhaaltje over een mannetje is, je gaat straks fijn naar huis, en als je geluk hebt, mag je met je vrouw wippen. Maar het gaat over jou.'

,,Maar dat is te link, want daarmee haal ik het toneelstuk onderuit. Om te zorgen dat het pijn doet, dat het je echt grijpt, wil ik thuis beginnen. Ik bedoel dat niet op een veilige manier, zo van: `laatst was ik bij Albert Heijn en het is me wat met die bonuskaart.' Nee, om te beginnen ga ik het over mijn eigen thuis hebben, mijn liefdesleven, mijn angsten. Want hoe eerlijker ik ben, des te erger schrikt de toehoorder. Mijn angst is zijn angst, mijn eerlijkheid is zijn eerlijkheid.''

U bent ooit begonnen met Comedytrain in cafés te spelen om een alternatief te bieden aan het gezapige theater. Nu staat u er zelf.

,,Comedytrain is nooit bedoeld om ons af te zetten tegen het cabaret en theater. Stand-uppen leek me gewoon de leukste manier van op een podium staan. En ik wilde dat doen op een plek die niet ongevaarlijk was, het moest me moeilijk gemaakt worden. Het theater is ongevaarlijk, dus spelen we in cafés. En omgekeerd, als je in een café staat, kom je al snel op de stand-up vorm uit. Het moet zo min mogelijk kunstmatig zijn, niet te ingewikkeld van vorm. Daar hebben de bezoekers geen geduld voor. Als het even saai is, gaan ze erdoorheen praten. Ik kan wel een gek petje opzetten en zeggen: ik ben Peppi. Maar de mensen zitten zo dicht op me, dat ze zullen denken: nee hoor, dat is Raoul Heertje met een verkeerd petje op.

,,Veel stand-uppers stromen door naar het reguliere theatercircuit. Maar ik ben niet geïnteresseerd in theater. Het lijkt me vreselijk om me bezig te houden met spanningsbogen enzo en om iedere dag in een Chinees in Drachten te moeten eten. Bovendien kan ik het gewoon niet. Wat dat betreft is Lenny echt eenmalig.

,,Jammer genoeg begint ons eigen café Toomler door het succes nu ook steeds meer op een ongevaarlijk theater te lijken. De mensen reserveren, kopen een kaartje, zijn muisstil tijdens de optredens, en enthousiast na afloop. Het wordt ons te gemakkelijk gemaakt, daardoor dreigen we gezapig te worden. We zijn op elkaar aangewezen om onszelf scherp te houden. Van het publiek krijgen we weinig terug.''

`Lenny' van het Noord Nederlands Toneel; 27 febr. t/m 3 maart in de Stadsschouwburg Groningen. Tournee t/m 7 mei. Inl. 050-311 3399 of www.nnt.nl.