Gekopieerde kat

Een rijke zakenman in Amerika heeft een manier gevonden om huisdieren te kopiëren. Niet onder het kopieerapparaat, maar door te klonen. John Sperling, want zo heet die man, is zelf de baas van Misty. Zij is een husky: zo'n grijs met witte sledehond. Als Misty doodgaat, wil John Sperling weer precies dezelfde hond terug. En met klonen kan dat nu, denkt hij.

Vijf jaar geleden hoorde John Sperling dat er in Schotland een vrouwtjesschaap was gekloond: ze was precies hetzelfde als haar moeder. John Sperling gaf toen drieënhalf miljoen dollar aan een Amerikaanse universiteit. Met dat geld konden onderzoekers uitzoeken of ze ook een hond konden klonen. Want wetenschappers hebben sinds het schaap al wel muizen, geiten, varkens en koeien gekloond, maar nog geen hond. Maar het lukte de Amerikaanse onderzoekers niet. Wel konden ze een kat kopiëren: twee maanden geleden werd de eerste gekloonde poes geboren. Ze heet CC.

Hoe maak je nou een kattenkloon? Krolse poezen en schreeuwende katers komen er in elk geval niet aan te pas. Want als ze paren, worden hun eigenschappen gemixt om een kind te maken. Een kloon moet juist geen mix zijn: die krijgt alle eigenschappen van één ouder. Om CC te maken, was er dus alleen een moederpoes nodig om te kopiëren, plus een laboratorium en twee extra poezen voor de hulp: drie poezen in totaal dus.

De Amerikaanse universiteit sneed om te beginnen een heel klein stukje uit een eierstok van de moederpoes, een lapjeskat. In dat kleine stukje moederpoes zit alle informatie over die poes: hoe groot ze is, welke kleur ogen ze heeft en hoeveel snorharen. Die informatie heb je nodig als je een goed lijkende kloon wilt maken. Dus de wetenschappers haalden alle informatie uit het stukje poes, en stopten het in een eicel (een soort eitje) van hulppoes nummer 1. In de buik van hulppoes nummer 2 groeide de eicel tot een babypoes: CC.

John Sperling is blij met het resultaat, want misschien kan zijn husky Misty nu ook gekloond worden. Bovendien wordt hij waarschijnlijk nog rijker, want hij had een goed idee: hij richtte een bedrijf op waar mensen hun poes of hond kunnen laten klonen. Het kost 895 dollar als Sperlings bedrijf een stukje van jouw kat bewaart. Als het bedrijf er later echt een kloon van gaat maken, moet je nog extra betalen.

Dan is het te hopen dat het klonen lukt, want dat blijft moeilijk. Met honden gaat het nog helemaal niet en toen CC gekloond werd, mislukten er eerst 86 katjes. Bovendien zijn veel klonen een beetje gehandicapt: meestal zijn hun longen, hart of nieren niet goed. Klonen worden ook sneller ziek en gaan eerder dood dan gewone dieren. En als je gekloonde kat wel gelukt is, hoeft hij niet eens een precieze kopie te zijn. CC heeft bijvoorbeeld niet helemaal dezelfde lapjes als haar moeder. Wetenschappers weten niet precies hoe dat komt. Dus in plaats van een dure kloon te bestellen als je eigen kat dood gaat, kun je beter een poes uit het asiel halen.