...en het geld

Twee gebeurtenissen bieden aanknopingspunten om de conventie over de Europese toekomst in perspectief te plaatsen. De eerste is de invoering van de euro in twaalf van de vijftien lidstaten van de EU (Straw slaagde er gisteren in om het E-woord in zijn toespraak zorgvuldig te vermijden). Deelname aan de muntunie heeft gevolgen voor het nationale economisch beleid, zoals onlangs bleek bij de gevoeligheid van de Europese waarschuwing aan Duitsland over het oplopende Duitse begrotingstekort. Ten tweede heeft de nasleep van `11 september' de kloof zichtbaar gemaakt die gaapt tussen de Europese en Amerikaanse militaire capaciteit en de hieruit voortvloeiende verschillen in buitenlandse politiek. Als de Europese Unie zich ten opzichte van de VS in financieel-economische, militaire en diplomatieke zin wil profileren, dan heeft de komende conventie een schone taak. Eenvoudig zal dat niet zijn, want de Amerikanen geven noch de dollar, noch hun militaire superioriteit vrijwillig op. Bovendien zijn de Europese landen niet dezelfde mening toegedaan als het gaat om de verhouding tot de VS. Tegenover het latente en soms openlijke anti-Amerikanisme van Frankrijk staat de pro-atlantische Britse houding en daartussen bewegen zich de overige landen.

Dwars door deze ideologische verdeeldheid lopen praktische problemen van kasgeld. Het landbouwbeleid en de structuurfondsen kunnen in hun huidige vorm niet worden gehandhaafd als nieuwe lidstaten toetreden met een omvangrijke agrarische bevolking en een veel lager welvaartspeil. Uit eigenbelang hebben de huidige lidstaten gekozen voor een strategie van `eerst uitbreiding en daarna zien we wel met de hervormingen'. Dit heeft twee gevaren: ofwel de wal keert het schip en de EU bezwijkt onder de financiële lasten van de uitbreiding als hervormingen uitblijven, ofwel de toetreders worden gedurende een lange periode als tweederangs lidstaten behandeld. Het kan niet vaak genoeg herhaald worden dat de EU parallel aan de uitbreiding de eigen hervormingen dringend ter hand moet nemen.

Nederland wordt in de conventie op regeringsniveau vertegenwoordigd door oud-D66-leider en oud-minister van Buitenlandse Zaken Hans van Mierlo. Van Mierlo's partij ontstond in de tijd dat de Franse journalist en politicus Jean-Jacques Servan-Schreiber zijn boek Le défi Americain (1967) schreef over de opmars van Amerikaanse ondernemingen en de machtige dollar waartegen Europa zich te weer diende te stellen. Dit lijkt nog altijd het handboek van Van Mierlo te zijn in zijn opvattingen over het politieke en economische alternatief dat Europa zou moeten bieden voor het Amerikaanse model. Van Mierlo vindt dat het ideaal van een sterk Europa best wat mag kosten. De Fransen zullen deze opvattingen toejuichen, maar het is onwaarschijnlijk dat Nederland hiermee ver komt op de conventie.