`Eén oorlog tegelijk'

Hedendaagse cabaretiers staren steeds vaker naar hun persoonlijke zielenroerselen. Maar dat er geen engagement meer bestaat, is aantoonbare kletspraat.

Het zag er idioot uit: drie Freek de Jonges naast elkaar, althans drie jongens die Freek de Jonge nadeden – met zijn hoekige motoriek, de hand steeds aan de bril en die galmende pathetiek, maar dan driestemmig. En net zoals de gelouterde cabaretier dat vaak doet, zongen de Vliegende Panters in hun laatste theaterprogramma over een actueel dilemma: het verschil tussen zinloos en zinvol geweld. Het nummer begon in alle ernst met vier regels die de vraag duidelijk opwierpen. ,,De dictatuur die in martelkamers haar oppositie velt/ dat noemen wij hier doorgaans zinloos geweld/ maar als diezelfde oppositie de koppen van de leiders snelt/ dan noemen wij dat opeens zinvol geweld?'' Maar daarna kwam er, opnieuw geheel volgens het grote voorbeeld, een woordspelige kwinkslag: ,,Wanneer je oma van de trap duwt en je bent op haar gesteld/ dan lijkt mij sprake van zinloos geweld/ of als rozijnen liggen te wellen terwijl het recept krenten vermeldt/ hebben die rozijnen dan zinloos geweld?''

Op de tentoonstelling Dringende kwesties in het Theater Instituut Nederland is de scène met de drie Freek de Jonges te zien in de afdeling die aan het thema `arm en rijk' is gewijd. Ik vraag me af waarom. Van de tegenstelling tussen arm en rijk valt in dit nummer immers niets te herkennen. Wel van allerlei andere zaken. Want het lijkt me dat hier méér aan de hand is dan alleen een hilarische parodie van drie eind-twintigers op het engagement van een eind-vijftiger. In de vrolijke verpakking schuilt, denk ik, wel degelijk eigen engagement. De vraag of er naast zinloos geweld ook zoiets als zinvol geweld bestaat, blijft – hoe dan ook – van belang. Niemand zou daaraan hebben getwijfeld als Freek de Jonge het nummer zelf had uitgevoerd.

Dringende kwesties is vooral een zap-tentoonstelling. De samenstellers hebben in de benedenzalen van het museum een doolhofachtige opstelling gemaakt, met attributen als het pastoorsboordje van Wim Sonneveld als de zingende Frater Venantius en de Oranje-uitdossing van Corry Vonk, en allerlei bezienswaardige paperassen (zoals een bedankbriefje van prinses Beatrix aan Max Tailleur, die haar in 1968 een bundeltje met schuine moppen stuurde: ,,Veel dank voor uw kostelijke boekje, Alexander loopt er gnuivend mee rond – een vroege rijpheid!'' Maar belangrijker zijn de vele geluids- en videofragmenten uit een eeuw cabaret, die op thema bij elkaar staan en per nummer kunnen worden afgedraaid.

En het mooie is, dat daarmee vooral de indruk van continuïteit wordt gewekt. Terwijl de heersende mening luidt dat het cabaret van tegenwoordig nooit meer de vuisten balt, laat Dringende kwesties duidelijk zien en horen dat er na honderd jaar nog onverminderd wordt gemorreld aan thema's als God, het Oranjehuis, seks, arm en rijk, oorlog en de multiculturele maatschappij. Mensch durf te leven van Dirk Witte (1917) getuigt van dezelfde vrijdenkersmentaliteit als Niemand weet hoe laat het is van Youp van 't Hek (1989). Het negentiende-eeuwse Gebed van de onwetende van Multatuli verschilt niet wezenlijk van Red mij niet, waarmee Maarten van Roozendaal vorig jaar de Annie M.G. Schmidt-prijs voor het beste theaterlied van het seizoen won.

Babyzeehondjes

Wel is de toon veranderd. Geen enkele cabaretier zou zich nu meer wagen aan een aanval op de paus. Die tijd is voorbij. Dat artiest en publiek tegen de paus zijn, behoeft geen betoog meer. Dat ze de oorlog afwijzen, en het doodknuppelen van babyzeehondjes geen warm hart toedragen, evenmin. Voor het eenvoudige pro of contra, hoe pakkend ook geformuleerd, komt geen mens zijn huis meer uit. Zo eenduidig als het cabaret decennialang is geweest, kan het nu niet meer zijn.

Diverse denkers hebben daaruit de conclusie getrokken dat er in het huidige cabaret geen engagement meer bestaat. ,,De wereld staat in brand'', riep juryvoorzitter Gerard Peijs zaterdagavond tijdens de finale van het Leids Cabaretfestival, ,,en wat zien wij daar in het cabaret van terug?'' Hij gaf zelf het antwoord: de stellingname is ingeruild voor het naar binnen gerichte – het cabaret dat alleen nog maar over het eigen kleine leefwereldje gaat. En een dag eerder zei de organisator van het festival in het Algemeen Dagblad ongeveer hetzelfde: de twintigers van nu zijn opgegroeid met kringgesprekken op school en hebben daaraan het idee overgehouden dat er niets belangrijker is dan hun eigen persoontje. ,,Iedereen heeft het toch ook hartstikke druk met zichzelf?'' riep Javier Guzman, de 24-jarige winnaar van het festival, tijdens zijn optreden uit.

Het is waar: de binnenwereld houdt cabaretiers meer bezig. Het gaat tegenwoordig herhaaldelijk over ABBA en Pippi Langkous en Ren je rot, terwijl er soms ook langdurig – maar niet altijd ongeestig – wordt gemijmerd over andere jeugdherinneringen. Opvallend is voorts het grote aantal cabaretiers die als puber blijkbaar steeds in de hoek zaten waar de klappen vielen, en waar nimmer de aantrekkelijkste jongens en meisjes van de klas te vinden waren. Ik zou niet eens meer weten hoe vaak ik iemand al heb zien naspelen hoe onwennig dat in zijn werk ging: het eerste contact met een begeerd lid van de andere sekse.

Maar dat betekent nog niet, dat het engagement verdwenen is. Het is alleen een ander soort engagement geworden. Uit de generatie van die kringgesprekken komt bijvoorbeeld de jonge Klaas van der Eerden voort, wiens debuutvoorstelling vol ironie terugkijkt op een jeugd waarin alles mocht. Zo'n jeugd waarin je, als je fuck education op de schoolmuur had gespoten, meteen door de leraar werd aangemoedigd om naar de Rietveld-academie te gaan. Waarin, als je het thuis over iets ernstigs wilde hebben, je moeder de Opzij opzijlegde om een hoe-vind-je-zelf-dat-het-gaat-gesprek met je te voeren. En waarin je je ouders niet beter de stuipen op het lijf kon jagen dan door aan te kondigen dat je gelovig was geworden.

Barricaden

Engagement kan over alles gaan. Zelfs over het ogenschijnlijke gebrek daaraan. De boosaardige André Manuel vertelde vijf jaar geleden van een vriend, die had gezegd dat hij zich ergerde aan het geklaag van de sixties-generatie over de jeugd van tegenwoordig die de barricaden niet meer op wilde. Die vriend wilde best nog wel de barricaden op, zei hij – als die verdomde overheid tenminste maar ergens barricaden zou laten bouwen.

Het is niet meer de definitieve afrekening met de president van de Verenigde Staten, maar het zegt nog steeds van alles over de tijd waarvan het cabaret de lachspiegel behoort te zijn. Net als Jeroen van Merwijk, die een paar jaar geleden een liedje zong over het verwarrende aantal oorlogen dat gelijktijdig gaande was: ,,Waarom doen we voortaan niet gewoon één oorlog tegelijk/ één oorlog tegelijk, één oorlog tegelijk/ één giro, twee partijen en dan verder geen gezeik/ gewoon gezellig, leuk, weer net als vroeger met het Derde Rijk/ één oorlog tegelijk...''

De wereld zit ingewikkelder in elkaar dan vroeger, toen er nog maar één oorlog tegelijk werd uitgevochten, en het cabaret geeft daaraan uiting met meer dubbele bodems, meer omdraaiingen en minder eenduidigheid. Het verschil tussen zinloos en zinvol geweld is niet meer zo duidelijk als vroeger – en als het cabaret de vorige cabaretgeneratie parodieert, zoals de Vliegende Panters, zou je bijna zeggen dat het zichzelf in de staart dreigt te bijten. Maar dat er geen engagement meer bestaat, is aantoonbare kletspraat. Al kan de verleiding soms groot zijn om zich maar geheel van de boze werkelijkheid af te wenden. ,,Als de werkelijkheid er niet zou zijn'', zegt Theo Maassen in zijn nieuwe, zeer geëngageerde voorstelling, ,,dan zou de wereld er heel anders uitzien.''

Dringende kwesties, Theater Instituut Nederland, Amsterdam, t/m 6/10. Inl. 020 5513300, www.tin.nl

Ook na honderd jaar wordt er onverminderd gemorreld aan het Oranjehuis, seks, oorlog