Drank en ijs

Op woensdag 1 maart 1972 hadden de bestuursleden van het NOC een bijeenkomst op hun kantoor in Den Haag. Daar lag onder meer de evaluatie van de Winterspelen van 1972 ter tafel die was geschreven door de voormalige sportjournalist Jan Cottaar. In die tijd was hij directeur van het NOC. Dit dagboek geeft een goed beeld van wat er tijdens die Winterspelen is gebeurd binnen de Nederlandse ploeg. Los van enkele strubbelingen was het geheel goed verlopen. Dat is het beeld dat Cottaar schetste in zijn makkelijk leesbare rapport. Wel moesten nog `een openlijk probleempje' en `een soort complotje' worden opgelost.

Eerst maar even die strubbelingen. Het begon op 28 januari, toen `enkele rijders en aanvankelijk alle dames niet willen deelnemen aan de begroetingsceremonie op het voorplein van het olympische dorp'. Let wel: dat is iets anders dan de openingsceremonie van 3 februari. Vermoeidheid speelde daarbij een rol na een lange reis naar Japan. `Ingrijpen van de chef de mission (A.A. Leeuwenhoek, JvdV) brengt te elfder uren toch een vrijwel volledige ploeg op de been, al moet Ard Schenk in de van Leeuwenhoek geleende parka de vlag dragen.' Schaatsster Stien Baas-Kaiser bleef door vermoeidheid toch weg, maar `disciplinaire maatregelen worden niet nodig geacht'. Wel werd haar het recht ontzegd de vlag te dragen bij de officiële opening. Atje Keulen-Deelstra kwam voor haar in de plaats.

Het complotje betrof een boycot op 2 februari van een deel van de begeleiding om niet naar een receptie van de ambassadeur te gaan `wanneer niet iedereen een toegangskaart voor de opening zou krijgen'. Want dat had problemen opgeleverd bij Big Chief Okata, `ook al beweerden wij in alle toonaarden dat wij beter harakiri konden plegen dan met dergelijke berichten naar ons kamp terugkeren'. Uiteindelijk kon iedereen terecht, werd er dus geen zelfmoord gepleegd, maar bleef desondanks Schenk weg om zijn voorbereidingen niet te onderbreken.

Voor de rest ging het meeste goed, wat vooral kwam door de goede prestaties. Daarom werd er in het rapport veel over drank geschreven. ,,Cottaar hield wel van een borrel'', aldus een ingewijde. Zo was er bijvoorbeeld op 1 februari bezoek van iemand van Bols met `een respectabel aantal flessen wodka'. Dit sloeg aan bij ploegleiders, delegatieleiding en de aanwezige journalisten. Na de tweede gouden medaille van Schenk werd er goed gegeten en gedronken. Cottaar: `De officiëlen maakten het bepaald niet officieel'. Om het nog niet eens te hebben over de champagne na de negen behaalde medailles. `De herenploeg heeft er, gewapend met vijf flessen champagne en nog iets in een andere fles, een ontspannen vrije avond van gemaakt.'

Het NOC-bestuur deelde op enkele punten deze tevredenheid. De organisatie kon zich opmaken voor de Zomerspelen dat jaar in München.

jurryt@xs4all.nl