De oorlog in Colombia is nooit weg geweest

Het vredesproces in Colombia is dood. Het Colombiaanse leger neemt sinds twee dagen de linkse rebellen weer onder vuur. Wat is er mis gegaan?

Na drie jaar vergeefs zoeken naar vrede, bereidt de Colombiaanse president Andres Pastrana zijn land voor op een bloedige oorlog. ,,Er komen harde tijden'', waarschuwde hij nadat hij twee dagen geleden zijn vredesproces met de linkse guerrillabeweging FARC dood had verklaard.

Voor het eerst noemde Pastrana de FARC een `terroristische' organisatie. De Amerikanen doen dat allang. Maar, aldus de president ,,de guerrilla is ontmaskerd.''

Pastrana is tot het uiterste gegaan om `zijn' vredesproces te beschermen. Hij weerstond de druk van de bevolking die schoon genoeg had van vredesbesprekingen waar het punt vrede nooit aan de orde kwam. Als het proces al niet was bevroren werd er alleen onderhandeld over de vraag waarover onderhandeld moest worden. Het besluit van Pastrana om te kappen werd woensdag in de hoofdstad Bogotá met enthousiast getoeter begroet. ,,Het maakt niet uit of er oorlog komt. Die is er toch al'', zei de winkelier Jaime Tapia.

Lange tijd weerstond Pastrana de druk van de Amerikanen om de 17.000-koppige FARC puur als een criminele organisatie van drugshandelaren te behandelen. Na de aanslagen van 11 september kwam er ook de druk van het terrorisme bij. Toch bleef Pastrana dooronderhandelen. Hij pikte en slikte. Totdat hij vorige maand voor het eerst zijn spierballen liet zien. Hij tikte op zijn horloge en zette de FARC voor het blok: het guerrillaleger kreeg 48 uur om te laten blijken dat het vredesproces hen serieus was. Anders zou het leger de zogeheten gedemilitariseerde zone binnenvallen. Een enclave zo groot als Zwitserland waar de FARC het alleen voor het zeggen heeft. Het instellen van dit `Farcolandia' was de voorwaarde van de FARC voor het vredesproces.

Net als nu trok het leger zich massaal rond het gebied samen. En voor het eerst in drie jaar bogen de onderhandelaars van de FARC het hoofd. Ze stemden in met een strak onderhandelingsprogram. Ze zouden ophouden met ontvoeren en het maken van burgerslachtoffers. En op 7 april zou er een wapenstilstand moeten zijn getekend. Het vredesproces leek gered.

Nu ligt alles in duigen. En de FARC heeft het er zelf naar gemaakt. Ondanks de afspraken kwamen er nieuwe aanslagen op dorpen, wegen, oliepijpleidingen en elektriciteitsmasten. Woensdag kaapten FARC-leden op spectaculaire wijze een lijntoestel om een prominente senator te ontvoeren.

President Pastrana concludeert dat de FARC ,,geen vrede wil''. Maar waarom zoeken ze de confrontatie met een leger dat inmiddels 140.000 manschappen telt, en met de modernste middelen is bewapend? Waarom daagt de FARC de paramilitairen uit, die de laatste tien jaar zijn uitgegroeid van een clubje van 850 `koppensnellers' tot een organisatie van 14.000 goed getrainde doodseskaders? En misschien de belangrijkste vraag: waarom geeft de FARC de enclave op waar ze de afgelopen vier jaar alleen maar voordeel van hadden?

,,Er is een tweedeling binnen de FARC'', concludeerde Cambio, het weekblad van Nobelprijswinnaar Gabriel Garcia Marquez eind januari. Op basis van afgeluisterde gesprekken door de Colombiaanse veiligheidsdienst, maakte het blad een reconstructie van de verhoudingen binnen de FARC. ,,Pastrana heeft ons tuk'', sputterde één van de commandanten door zijn mobiele telefoon na de toezeggingen van FARC-onderhandelaars aan de regering in januari. De commandant van het 53-ste front verordonneerde onmiddellijk een golf van aanslagen. ,,Activeer plan B'', beval commandant Miguel. ,,Vanaf morgen is het elektriciteit, aquaducten en wat dies meer zij. Allemaal de lucht in. Begrepen?''

Volgens Cambio zouden de rebellen die dagelijks in de jungle ploeteren jaloers zijn op de luxe van de onderhandelingstop in Farcolandia. ,,Wij hier slapend in onze tenten, en zij daar whisky drinkend in hun chalets'', was er over de radio te horen. Volgens verschillende regeringsonderhandelaars heerst er grote wrok, vooral aan de armere fronten in gebieden waar geen coca groeit. Die rebellen zouden ,,walgen'' van de gouden kettingen en horloges waarmee de rijkere `drugscommandanten' zich uitdossen. En omdat ze geen drugsinkomsten hebben, grijpen ze eerder naar het middel van de ontvoering.

Een paar maanden geleden fulmineerde de machtige commandant van het oostelijke blok, Alfonso Cano, openlijk tegen de `verburgerlijking' van de FARC-top. Samen met andere machtige commandanten in het veld zou hij zich steeds feller tegen de vredesonderhandelingen hebben verzet.

,,Ik weet er niets van'', zei de hoofdonderhandelaar van FARC, Raul Reyes woensdag, over de betrokkenheid van zijn organisatie bij de kaping van het lijntoestel en de ontvoering van de senator. Het is niet ondenkbaar dat het de wrokkige commandanten van de armere fronten zijn die Colombia en de FARC op eigen gezag in deze nieuwe oorlog hebben gestort.