De gespannen relatie tussen de EU en haar leden

De lidstaten van de Europese Unie kunnen veel problemen niet langer alleen oplossen, maar zijn nog steeds erg gehecht aan hun eigen soevereiniteit. Volgende week begint de conventie over hervorming van de Unie.

Met zijn toespraak gisteren in de Haagse Ridderzaal heeft Jack Straw, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, getoond dat het menens wordt bij het debat over de Europese toekomst. Een traditioneel Brits taboe onderwerp als een Europese grondwet, die getoetst kan worden door het Europees Hof van Justitie, is voor de regering van premier Tony Blair bespreekbaar geworden.

De conventie over de Europese Unie begint volgende week donderdag daarmee onder een goed gesternte. Vertegenwoordigers van nationale parlementen, het Europees Parlement, Europese regeringen en de Europese Commissie gaan in die conventie overleggen over een opzet van het toekomstige Europa.

Groot-Brittannië, lange tijd de remmende factor in Europa, wil in beweging komen. Dat is een resultaat dat mede op het conto geschreven kan worden van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer. Hij riep twee jaar geleden in een toespraak aan de Berlijnse Humboldt universiteit op tot een debat over het einddoel van de Europese integratie.

Aanvankelijk ontmoette hij veel scepsis met zijn pleidooi voor een federaal Europa. De Franse president Jacques Chirac reageerde met een toespraak voor de Duitse Bondsdag waarin de traditionele Franse voorkeur voor een Europa van natie-staten werd beleden. Bij de Nederlandse regering bestond weinig enthousiasme om over de toekomst te praten. De dagelijkse Europese praktijk was belangrijker, vonden minister Jozias van Aartsen en staatssecretaris Dick Benschop (Buitenlandse Zaken).

Maar de trein reed verder, vorig jaar stevig aangeduwd door de Belgische premier Guy Verhofstadt als halfjaarlijkse voorzitter van de EU. De Europese regeringsleiders beseften langzaam dat ingrijpende veranderingen nodig zijn om te voorkomen dat het Europese integratieproces uit de hand loopt. De uitbreiding van de EU tot waarschijnlijk 25 lidstaten in 2004 maakt een hervorming van de instellingen noodzakelijk. De Europese Commissie en de Raad van Ministers functioneren nog altijd alsof de EU nog steeds slechts zes lidstaten telt.

De Europese regeringsleiders kwamen ook onder de indruk van tekenen – zoals de lage opkomst bij Europese verkiezingen – dat de Europese bevolking niet veel belangstelling voor de EU heeft. De EU zou onbegrijpelijk zijn voor de burgers. De methode om Europa stap voor stap op te bouwen en daarbij meningsverschillen over de uiteindelijke vorm te omzeilen, leek niet langer te voldoen.

Er kwam een golf aan voorstellen over een nieuwe opzet. Sommigen suggereerden dat nationale parlementen door middel van een op te richten Europese senaat een rol konden gaan spelen. Anderen schoten deze gedachte weer af en pleitten voor een gekozen voorzitter van de Europese Commissie. De Britse minister Straw schoot dit voorstel gisteren op zijn beurt af. Hij kwam met een ingewikkelde constructie om een einde te maken aan het ieder half jaar wisselende voorzitterschap van de EU. De al tientallen jaren telkens opkomende vraag hoe een duidelijke scheiding gemaakt kan worden tussen de bevoegdheden van Unie en lidstaten staat daarmee weer op de agenda.

De regeringsleiders besloten vorig jaar december tijdens de top van Laken dat een conventie voorstellen moet doen voor oplossing van alle problemen waarvoor de EU zich gesteld ziet. Onder leiding van de voormalige Franse president Valéry Giscard d'Estaing en vice-voorzitters Giuliano Amato en Jean-Luc Dehaene, ex-premiers van Italië en België, gaat de conventie volgende week aan het werk. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om te onderhandelen over een grondwet van de EU. De conventie mag slechts voorstellen doen, bij voorkeur verschillende opties aandragen. De Europese regeringsleiders willen in 2004 zelf over een nieuw EU-verdrag onderhandelen.

Daarmee brengen ze het hele probleem terug tot de kern, die in officiële toespraken meestal niet wordt genoemd. Dat is de macht van de nationale regeringen. Keer op keer hebben de Europese regeringsleiders gezegd dat de EU met het zicht op de uitbreiding hervormd moet worden. Telkens opnieuw zijn zij in die hervorming niet geslaagd, omdat hun nationale macht op het spel stond. Paradoxaal genoeg is een groot debat over veranderingen op gang gekomen, nu door de uitbreiding van de EU aantasting van de macht van de huidige lidstaten onvermijdelijk is. De onderhandelingen in 2004 komen te laat, zegt de voormalige Belgische Eurocommissaris Karel van Miert dan ook. Ze hadden voor de uitbreiding van de EU gehouden moeten worden. Nu zal een groot land als Frankrijk, dat als de dood is in een uitgebreide EU door vele kleintjes overstemd te worden, samen met de regeringen van nieuwe Oost-Europese EU-lidstaten over de hervormingen moeten onderhandelen.

De problemen zijn nog gecompliceerder doordat veel Europese landen, vooral de grote, over hun eigen macht een gedachte hebben die weinig met de werkelijkheid overeenkomt. Minister Straw zei gisteren dat Groot-Brittannië soevereiniteit op een aantal gebieden met de andere EU-lidstaten wil delen. Hij erkende dat op een supranationaal niveau doelen bereikt kunnen worden die op nationaal niveau niet langer mogelijk zijn. Enkele niet nader genoemde terreinen – vermoedelijk buitenlands beleid en defensie – sloot hij hierbij nadrukkelijk uit.

Vanaf het begin van de Europese integratie wordt in Europa over het opgeven van soevereiniteit door lidstaten gesproken. Maar het is, zoals Straw bijvoorbeeld voor asiel- en immigratiebeleid erkent, ook een soort herwinnen van soevereiniteit door op Europees niveau samen te gaan. De landen alleen kunnen de problemen niet aan.

Voor de meeste lidstaten is het taboe om te denken aan meerderheidsbesluitvorming in de EU op gebieden als buitenlands beleid en defensie. Vooral de grote lidstaten willen hun soevereiniteit behouden. Ze voelen er niets voor om macht met kleine landen te delen. Daarom organiseren ze onderonsjes, zoals de Britse premier Blair vorig jaar in Londen deed, alsof de groten als het op wereldmacht aankomt niets met de EU te maken hebben.

Maar de grote Europese landen kunnen al lang geen zelfstandig buitenlands beleid meer voeren sinds de Amerikanen zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog kwamen beslechten en in 1956 bij het Suez-kanaal het laatste autonome Frans-Britse militaire avontuur op een fiasco uitliep. Europa is een economische reus als gevolg van de Europese integratie. Het is nog steeds een politieke dwerg door het gebrek aan politieke integratie. Of de conventie van ruim een jaar en de daarop in 2004 volgende onderhandelingen tussen de Europese regeringsleiders dat doorslaggevend zullen veranderen, durft zelfs de Duitse minister Joschka Fischer op dit ogenblik niet te voorspellen.