De bushido voorbij

Zwangere vrouwen, bejaarden, jonge meisjes, niemand was veilig voor de Japanse soldaten die in 1937 de Chinese stad Nanking innamen. En masse werden zij verkracht, gefolterd, levend begraven, gebruikt als schietschijf of om samoerai-zwaarden op te oefenen. Circa 300.000 burgers kwamen om.

De Verkrachting van Nanking behoort tot de bekendste Japanse verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Andere in dit rijtje zijn: de massale inzet van inheemse slavenarbeiders en het ronselen van `troostmeisjes', de aanleg van de Birmaspoorweg, kannibalisme op krijgsgevangenen en het grootschalige gebruik van burgers en krijgsgevangenen voor `medische' experimenten. Vooral de Chinezen moesten het ontgelden. De Japanners zagen hen als een inferieur ras en gedroegen zich navenant.

BBC producer Laurence Rees geeft in Verschrikkingen in het Verre Oosten, Japanse wreedheden voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, het boek bij zijn gelijknamige documentaire, vele voorbeelden van misdaden door Japanse militairen. Rees maakte eerder de documentaire The Nazis. A Warning from History. Overigens zijn het niet alleen wreedheden van Japanse soldaten die hij beschrijft. `Wie heeft er in het Westen ooit gehoord van het afschuwelijke bombardement op Kumagaya?' vraagt Rees de lezer en geeft vervolgens aan waarom dit Amerikaanse bombardement op weerloze burgers niet mag worden veronachtzaamd.

Het grootste deel van dit boek heeft echter betrekking op Japanse wreedheden. Rees wijst erop dat de Japanners hun Duitse krijgsgevangenen tijdens de Eerste Wereldoorlog zeer redelijk behandelden. Volgens hem ontkracht dit de stelling dat de Japanners werd geleerd neer te kijken op soldaten die zich overgaven. Rees stelt dat de latere, wrede behandeling van krijgsgevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog niets te maken had met bushido, de traditionele krijgseer van de samoerai, maar veeleer met de nieuwe leest waarop het Japanse leger werd geschoeid in het interbellum, die van raciale superioriteit en kadaverdiscipline. De soldaat leerde zijn superieur meer te duchten dan de vijand. Dat gold ook voor Japanse burgers. Op het zuidelijke eiland Okinawa stortten duizenden zich van de rotsen omdat zij door de Japanse legerleiding bang waren gemaakt voor de wraak van de Amerikanen. Rees doet verslag van een Amerikaan die kinderen in hun val probeerde dood te schieten. Want als ze gewond op de koraalrotsen lagen, was het een stuk moeilijker ze uit hun lijden te verlossen. De Amerikanen keken overigens net zo op de Japanners neer als de Japanners op de Chinezen.

Voor dit boek sprak Rees onder anderen met westerse en Japanse soldaten die zich schuldig maakten aan misdaden. Hun reacties zijn bijna net zo moedeloosmakend als de opsomming van gruwelddaden: `iedereen deed het', `je werd afgestompt'. Helaas is dat ook een beetje het effect van de onophoudelijke verschrikkingen in dit boek.

Laurence Rees: Verschrikkingen in het Verre Oosten. Japanse wreedheden voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. SUN, 176 blz. € 22,50