`Camus leerde me nadenken over de zin van het leven'

`De enige houding die je kunt aannemen, is een houding van verzet', ontdekte Nelleke Noordervliet al jong bij Albert Camus.

Negentien was Nelleke Noordervliet toen ze voor zes gulden vijftig, in de eerste pocketeditie, De mens in opstand kocht, van de Franse Nobelprijswinnaar Albert Camus. Ze studeerde Nederlands in Leiden, een studie die ze nu karakteriseert als een `conservatief en vrij oppervlakkig gezelschapsspel', en die haar niet de boeiende inzichten verschafte in de literatuur en het menselijk leven die zij ervan had verwacht. Albert Camus vond ze bij haar verkenning van de literatuur, onderweg `als een blinde in letterenland'. In haar Amsterdamse herenhuis vertelt Noordervliet over haar studietijd: ,,Ik had geen leidsman of -vrouw, ben zelf maar zo'n beetje zoekend en lezend aan de slag gegaan. Ik heb nog steeds het idee dat ik geweldig achterloop. Het gevoel dat ik moet inhalen dateert uit die periode.'

Noordervliet herinnert zich dat ze De mens in opstand meteen na aanschaf begon te lezen. Uit de rode onderstrepingen die halverwege het boek ophouden, leidt ze af dat ze het boek toen niet heeft uitgelezen. ,,Als adolescent worstel je enorm met de zin en de absurditeit van het bestaan, met dood en verzet. Je vraagt je af wat er van je verwacht wordt, wat je móet in het leven. Camus behandelde die vragen buitengewoon indringend, waarbij hij geen afgrond uit de weg ging. Dat is wat mij mateloos boeide en ook geweldig in de war bracht. Voor het eerst stond ik toen, geloof ik, oog in oog met die tragische afgrond in het menselijk bestaan: het menselijk tekort. Ik zag dat hij daar niet week. Vooralsnog moest ik er afstand van nemen: ik durfde die demonen nog niet werkelijk onder ogen te komen.

,,Camus' boek is beslissend in mijn leven geweest omdat ik wist dat ik ernaar terug moest; dat ik, net als hij, die afgrond van het menszijn – wat klinkt dat vreselijk pathetisch! – onder ogen moest zien: het leven zonder God, maar met gebod. Hoe dat gebod eruit zou zien wist ik niet. Het ging om de leegte van het menselijk bestaan, waar je zelf de zin aan moest geven en waar je zelf de zin van moest ontdekken. Dat was voor mij, als negentienjarige, natuurlijk een geweldige ommekeer. Ik kwam uit een beschermd bestaan, van een school waar dergelijk diepe vragen nooit werden gesteld.'

Somber was Noordervliet in die tijd, vertelt ze, somber en belast met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Daarin is ze nog niet zo erg veranderd: ,,Ik geloof dat je die grondhouding opeens in jezelf herkent als je zo rond de zeventien bent. Daar moet je dan maar wat van zien te maken. Camus gaf mij daarbij de instrumenten – die van het denken. Niet alleen die van het klinische, analytische denken, maar ook die van de emotionele intelligentie. Je voelt dat De mens in opstand is geschreven vanuit de absolute noodzaak om het boek ten einde te denken en te schrijven.'

De mens in opstand is een essay uit 1951, waarin Camus metafysische en historische opstanden analyseert: van de Franse Revolutie tot de Russische, van De Sade tot de surrealisten en van anarchisme tot nihilisme. Noordervliet: ,,Het gaat over de houding die de mens moet aannemen in het leven zoals hem dat in al zijn absurditeit voor ogen wordt getoverd. De enige houding die je kunt aannemen is een houding van verzet. De vragen die daarbij opdoemen zijn de vragen naar moord en zelfmoord. Zijn die gerechtvaardigd? Vallen die te legitimeren?

,,Enerzijds ziet Camus een deel van de mensheid zich overgeven aan een God, aan een ideologie van het hiernamaals, aan het daarna, waarin alles beter wordt. Anderzijds ziet hij mensen zich overgeven aan de geschiedenis, de ideologieën, de totalitaire systemen. Beide voldoen niet: ze leiden ofwel tot totale onttrekking aan het leven zelf, ofwel tot moord. Dat is wat Camus afwijst in zijn boek, maar die houding van verzet, die zijn eigen paradox oproept, wil hij niet opgeven.

,,Die moet leiden tot een scheppende levenskracht. Je zegt nee tegen de situatie zoals hij is en ja tegen een situatie zoals je die zou willen scheppen. Dat ja mag geen moord inhouden: je mag anderen niet de vrijheid ontzeggen – tenzij je moord paart aan zelfmoord.'

Dat maakt Camus' vraagstelling tot een heel actuele. Hoewel het lijkt alsof Camus daarmee in feite een bepaalde vorm van terrorisme zou goedkeuren, is dat volgens Noordervliet niet het geval. Moord, zegt de schrijfster, is bij Camus niet wettig, ook niet als je daarbij zelf je leven offert. Terreur valt niet te rechtvaardigen. ,,De mens in opstand gaat over het probleem dat het verzet creeërt: je hebt het nodig om het leven te bevestigen en te vieren, maar het mag niet leiden tot de dood. Het boek gaat over de essentie van het menselijk bestaan, de vraag die Camus opwerpt is: hoe moet ik leven?'

Hoezeer Camus ook worstelde om intellectueel greep te krijgen op geweld, verzet en opstand in de wereld van zijn tijd, hij kwam er niet uit. ,,Na die hele lange, bittere zoektocht naar de wortels van de opstandige mens maakt hij een zwaai', vertelt Noordervliet, ,,dan komt er een soort loflied op de scheppende levenskracht en op de liefde. Alsof hij aan het eind van die tocht vastloopt op die paradox, alsof de enige manier om daaraan te ontkomen gelegen is in de `Lebensbejahung' (levensaanvaarding, optimisme), die daar heel irrationeel tegenover staat. De levensvreugde die je zelf hebt, simpelweg door te leven, die je aan anderen geeft en die anderen jou kunnen geven – dat is als het ware de troost voor de blik in die diepe afgrond.'

De negentienjarige die Noordervliet was toen ze De mens in opstand las vond dat maar een schrale troost. Ze herinnert zich dat ze er erg gedeprimeerd van werd. Ze sloot zich ervan af, bedacht dat ze dit boek op een later tijdstip nog wel eens ter hand zou nemen en ging door met leven. ,,Als je blik is gekenterd, als iemand je opeens iets heeft laten zien, dan kun je dat nooit meer ongedaan maken. Zo'n boek gaat de rest van je leven mee. Het kleurt je kijk op het leven. Ik wist wel dat het zo zou zijn. Langzamerhand ben ik er iets mee gaan doen: door standpunten in te nemen, door keuzes te maken voor dingen die je belangrijk vindt. Zelf kun je dan allang niet meer aangeven dat de oorsprong van die handelingen in dat boek ligt, maar als je er goed over nadenkt is dat misschien wel degelijk zo.'

Albert Camus: De mens in opstand. De Bezige Bij, 1965 (uitverkocht).