Beroofd van alles

In het proces-Miloševic traden deze week de eerste getuigen aan. Ze vertellen een verhaal dat frappante overeenkomsten vertoont met andere grote etnische zuiveringen in de twintigste eeuw. Angst doet vluchten. Oorlog vormt een welkome dekmantel.

De Amerikaanse historicus Norman M. Naimark, hoogleraar aan de Stanford Universiteit en bekend van voortreffelijke studies over Oost- en Midden-Europese onderwerpen, heeft in Fire of Hatred vijf gevallen van etnische zuivering (al dan niet uitlopend op genocide) op een rij gezet. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze zich in Europa èn in de twintigste eeuw afspeelden. Naimark wil het proces van de etnische zuivering, haar oorzaken en gevolgen doorgronden. In hoeverre verschilden ze van elkaar en in hoeverre kwamen ze overeen? Wat veranderde en wat bleef hetzelfde?

Naimark koos vijf voor de hand liggende drama's. De massale verdrijving, door de Turken, van de Armeniërs in 1915 en de Grieken in 1921-1922; de vernietiging van de joden door de nazi's – die als etnische zuivering begon, direct na Hitlers machtsovername in 1933, en die pas later in het kader van de Endlösung uitliep op de bewuste, geplande en op industriële wijze uitgevoerde genocide; de massale deportatie van de Tsjetsjenen en Ingoesjeten en die van de Krim-Tataren door Stalin in 1944; de verdrijving van de miljoenen etnische Duitsers uit Polen en Tsjechoslowakije in 1945; en de etnische zuiveringen in Kroatië, Bosnië en Kosovo in de jaren negentig.

Voor wie zich enigszins heeft verdiept in de vijf beschreven gevallen, bevat Fires of Hatred weinig nieuws; Naimark geeft een kundige en geserreerde `samenvatting van het voorafgaande', hij is redelijk compleet – al staat hij vreemd genoeg nergens stil bij Beneš-decreten die in Tsjechoslowakije de juridische basis vormden voor de verdrijving en beroving van 3,2 miljoen Duitsers – en zijn feiten en interpretaties kloppen. Niettemin, door ze naast elkaar te beschrijven maakt hij de lezer bewust van samenhang en overeenkomsten.

Over samenhang gesproken: het verdrag van Lausanne van 1923, waarbij werd besloten tot de verplichte, maar ordelijke `ruil' van de Griekse minderheid in Turkije (1,2 tot 1,5 miljoen mensen) tegen de 356.000 zielen tellende Turkse minderheid in Griekenland, speelde 22 jaar later een grote rol bij het besluit, om Polen en Tsjechoslowakije te `verlossen' van hun grote Duitse minderheden. `Lausanne' vormde het juridische precedent voor die etnische zuivering van 1945 en het was onder verwijzing naar de `succesvolle' uitvoering van het akkoord van Lausanne dat Stalin, Truman en Churchill de Polen en de Tsjechoslowaken het groene licht gaven. Dat is des te merkwaardiger omdat de in Lausanne overeengekomen bevolkingsruil allesbehalve ordelijk en vreedzaam verliep – tienduizenden Grieken stierven een ellendige dood. Dat was men in 1945 al vergeten. In de jaren negentig heeft ook de Kroatische president Franjo Tudjman nog naar `Lausanne' verwezen toen hij de etnische zuivering van Bosnische moslims door de Kroaten wilde legitimeren: had `Lausanne' Turkije niet de voorwaarden verschaft die zijn ontwikkeling tot nationale staat mogelijk maakten?

Mythen

Naimark ontmaskert een aantal mythen die met het begrip `etnische zuivering' verbonden zijn geraakt: etnische zuivering zou stoelen op eeuwenoude haat. Die haat mag er zijn, veel belangrijker is dat daders van etnische zuivering pas tot actie kunnen overgaan als aan een reeks voorwaarden is voldaan. Als er een oorlog woedt bijvoorbeeld, een oorlog die als dekmantel fungeert, de aandacht afleidt, kritiek van de eigen bevolking of andere landen voorkomt en (op grond van de censuur of van uitzonderingstoestanden) geheimhouding vergemakkelijkt.

De Armeniërs werden verdreven onder de dekmantel van de Eerste Wereldoorlog: niemand protesteerde. De Grieken werden verdreven als consequentie van de Grieks-Turkse oorlog. De verdrijving van de Kaukasische volkeren en de Krim-Tataren – tijdens en in verband met de oorlog tegen de nazi's – werd door de buitenwereld niet eens opgemerkt. De joden werden vernietigd zonder dat de geallieerden zelfs maar de moeite namen de spoorlijn naar Auschwitz te bombarderen. De Duitsers die uit Polen en Tsjechoslowakije werden verdreven kregen hun verdiende loon en de internationale gemeenschap deed heel lang niets toen de Bosnische moslims werden verjaagd uit hun woonplaatsen.

Oorlog dient ook als alibi: aan de oorlog ontlenen de daders van etnische zuivering de strategische argumenten ter rechtvaardiging van hun acties. De Armeniërs werden beschuldigd van collaboratie met de Russische vijand, de Grieken van steun aan de Griekse en de Britse vijand, de Tsjetsjenen en de Krim-Tataren van collaboratie met de nazi`s, de joden van deelneming aan een tegen Duitsland gerichte bolsjewistisch-kapitalistische samenzwering.

Een andere mythe: de daders van etnische zuivering hielden er ouderwetse, achterlijke of religieus-fundamentalistische concepten op na. Ook dat klopt niet. De Turken die de Armeniërs en de Grieken verdreven, waren anti-fundamentalistische, moderne revolutionairen en streefden naar een modern, seculier, technologisch hoog ontwikkeld Turkije, met een modern leger en een moderne infrastructuur – alleen, het was wel een etnisch homogeen Turkije, zonder mensen die `het andere' vertegenwoordigden – pluralisme, disharmonie, heterogeniteit – en die onder bescherming van buitenlandse mogendheden stonden of wilden staan. Op dezelfde wijze paste de vernietiging van de joden in nazi-ogen in de modernisering van Duitsland.

Angst

Oorlogen veranderen. Etnische zuiveringen veranderen niet. De vijf beschreven gevallen blijken niet alles, maar wel heel veel met elkaar gemeen te hebben. De al genoemde omstandigheid van een oorlog is zo'n overeenkomst. Het uitzonderlijke wrede geweld van gewapende daders tegen ongewapende slachtoffers is een andere – excessief geweld hoort per definitie bij etnische zuivering. Geweld maakt bang, en angst speelt een doorslaggevende rol bij het bereiken van het doel van de dader: angst jaagt de etnisch te zuiveren slachtoffers op de vlucht. De sterftecijfers zijn dan ook overweldigend, zelfs in het ene beschreven geval waarin intimidatie vooraf géén rol speelde – bij Stalins deportatie van de Tsjetsjenen en de Krim-Tataren – stierf eenderde van de gedeporteerden.

Bij etnische zuiveringen worden de slachtoffers beroofd van alles; vaak moeten ze zelfs betalen voor hun verdrijving. Verder zijn – anders dan in oorlogen – vrouwen een bewust doelwit: zij brengen de volgende generatie ter wereld, ze vormen het biologische hart van een natie en zij brengen culturele en geestelijke waarden over op hun kinderen. Verkrachting en seksuele vernedering van vrouwen vormt een speciaal element bij alle beschreven etnische zuiveringen – zelfs bij de Holocaust: Duitsers mochten op grond van de rassenwetten geen joodse vrouwen verkrachten, maar ze lieten dat vaak en graag over aan Polen, Oekraïeners en Litouwers; en joodse vrouwen waren ook vaker onderwerp van gedwongen sterilisatie en medische experimenten dan joodse mannen.

Een andere overeenkomst is de rol van paramilitairen (in Turkije, in Polen en Tsjechoslowakije in 1945 en in ex-Joegoslavië in de jaren negentig) of schijnbaar autonoom opererende organen als de NKVD (de latere KGB) in het geval van Stalins deportaties en de SS in de Tweede Wereldoorlog. Zij pleegden de wreedste misdaden – en waren in werkelijkheid geenszins autonoom. Dat geldt ook voor de milities. Zo zei de beruchte Servische militieleider Arkan het: ,,Laten we elkaar begrijpen. We praten niet zomaar over paramilitaire eenheden. Elk lid van die eenheden is eerst en vooral verantwoording schuldig aan het Servische volk en moet het parlement en de president van de republiek respecteren.'

Verder is het doel van alle etnische zuiveringen een andere volksgroep in zijn geheel weg te krijgen, tenzij nog wat elementen uit zo'n volksgroep nodig waren: een klein aantal Duitse specialisten mocht in 1945 in Polen en Tsjechoslowakije achterblijven om machines te bedienen, en in Banja Luka mochten wat oudere moslims nog wat vuil werk doen voor de Serviërs. Eveneens in alle gevallen dient de herinnering aan die verdreven volksgroep te worden geëlimineerd: ze worden uit de geschiedenis weggeschreven, hun begraafplaatsen worden omgeploegd, straat- en plaatsnamen veranderd: ze zijn er nooit geweest.

Een laatste overeenkomst: etnische zuiveringen komen altijd terug, ze gaan nooit meer weg. Het is de enige overeenkomst die Naimark niet noemt, maar het is er wel een die zich steeds opdringt.

Norman M. Naimark: Fires of Hatred, Ethnic Cleansing in Twentieth-Century Europe. Harvard University Press, 248 blz. € 30,95