A very impotent man

Aanwezig zijn op een drukke receptie waar je niets te zoeken hebt en waar je niemand kent, vereist een stoïcisme dat mij van nature niet eigen is, maar dat enigszins aan te leren valt.

Belangrijk is om niet timide en ongelukkig om je heen kijkend naast een palm te gaan staan, want dat trekt juist de aandacht van lieden die vrolijke of interessante dingen tegen je komen zeggen. Nee, je zorgt zo snel mogelijk een glas in de hand te hebben zonder het van ellende op een hijsen te zetten – en loopt dan ontspannen met een geanimeerde uitdrukking op je gezicht in omcirkelende patronen tussen de pratende groepjes door. Af en toe een hapje van een schaal pakken is een aardig tijdverdrijf, zolang het maar geen uit elkaar vallende sushi of van saus druipende sateetjes zijn.

Er zijn al tien minuten om. Aan het andere eind van het zaaltje staat mijn wederhelft te oreren tegen twee geheel uit grijs opgetrokken heren. Dat heet lobbyen in de wandelgangen. Hopelijk zijn dit Y en Z, die `voor morgenochtend nog in de kladden gegrepen moeten worden'. Die kant moet ik dus niet op; niets is zo hinderlijk voor het lobbyen als partners die opeens opduiken, voorgesteld moeten worden en een minuut beleefde aandacht eisen. De partner in kwestie voelt zich er ook zo prettig als vijfde wiel bij hangen.

Nu stuit ik op iemand die ik ooit wel eens eerder heb ontmoet en wij hernieuwen de kennismaking. Buitengewoon leuk elkaar hier te treffen! Mijn vage bekende is Nederlander van origine, maar verblijft al jaren achtereen in diverse buitenlanden en dat is aan hem te horen ook. Hij is sterk op Engels georiënteerd en heeft moeite met het vinden van sommige vaderlandse woorden en uitdrukkingen. Dat weerhoudt hem allerminst van het vertellen van een ingewikkeld verhaal over een recent verblijf in China, waarin hijzelf een glansrol speelt. Hij neemt er de tijd voor. De clou van het verhaal is dat hij daar een Nederlandse bewindsvrouw op werkbezoek ontmoette wier mening over een bepaalde zaak hij al enige tijd wilde peilen.

,,Dus nu ik zo onverwacht met haar aan tafel zat, dacht ik: nu ga ik ook mijn eh...''

Hij valt een halve seconde stil. Ik denk coöperatief mee, maar kom er ook niet zo gauw op.

,,Nu ga ik ook mijn testikels eens bij haar uitsteken! En ik vraag doodleuk of ze iets voor dat project voelt.''

Hij ratelt door en ik denk nog steeds mee, maar over andere dingen. Dit is de uitdrukking `mijn voelhorens uitsteken', vertaald met het woord `tentacles' en dan weer vernederlandst. Mooi.

Na een poosje krijgen wij gezelschap van een vrouw met in haar kielzog een ebbenhoutkleurige meneer die ze voorstelt als mister zus-of-zo uit Kameroen. Meteen raakt ze druk in gesprek met mijn bekende en dat betekent dat de Kameroenees en ik op elkaar aangewezen zijn.

Prompt gebeurt hetgene waarvoor ik tijdens recepties zo beducht ben. Ik versta geen woord van wat de man zegt. Hij heeft een zachte stem en spreekt een wonderlijk soort Engels, dus mijn receptiedoofheid slaat in alle hevigheid toe. Na een paar keer wezenloos op goed geluk yes, no en mm mm gezegd te hebben, wordt het te bar en besluit ik tot een noodsprong. In onze buurt staat een andere Afrikaan in een prachtig groen, geel en roze gewaad en met een dito, kunstig in elkaar gedraaid hoofddeksel op.

I like this gentleman's costume very much, zeg ik op een moment dat mijn gesprekspartner weer iets gezegd heeft dat me geheel ontgaan is, met een knikje naar het indrukwekkende gewaad.

Uit zijn reactie blijkt dat het hier een landgenoot van hem betreft. Hij kijkt me met een samenzweerderig lachje aan en deelt mee: ,,That is to show that he's impotent.''

,,O, I see.''

Mijn brein gaat koortsachtig aan het werk om de samenhang tussen dit ongemak en de fraaie kleding te doorgronden.

,,Very impótent'', herhaalt hij.

,,So he's an important man'', zeg ik, want ik kan soms verbazend snugger zijn.

,,He is.''

Dat lachje hoort bij zijn elegante Armani-pak en zijn verfijnde zijden das, begrijp ik. Het is wel een tongue in cheek-lachje, maar een andere tongue of een andere cheek dan ik dacht, daar wil ik af zijn met mijn kennis der Kameroenese zeden en gewoonten.

Daar is mijn echtgenoot opeens. Gered door de gong noem je dat. Hij schudt de man uit Kameroen de hand en die twee beginnen een vrolijk schertsend praatje. Ik lach hartelijk mee.

Na een paar minuten nemen we afscheid. We lopen langs mijn oude bekende van het Chinese avontuur. Hij staat met zijn rug naar ons toe drukke handgebaren te maken tegen een wat streng ogende blonde dame.

Die is zijn testikels weer aan het uitsteken.

,,Heb je die Y en Z nou gesproken?'' vraag ik in de garderobe aan mijn man.

,,Nee, die waren er niet'', zegt hij opgewekt.