Verloedering heeft niets met de islam te maken

De rede van CDA-leider Balkenende over `De Wederopbouw van Nederland' heeft het debat over de multiculturele samenleving nieuw leven ingeblazen. Hij betoogde dat ,,multiculturaliteit als zodanig ontoereikend is om te kunnen dienen als basis voor integratie''. (Opiniepagina, 25 januari) Minister Van Boxtel voor Grote Steden- en Integratiebeleid weersprak Balkenendes visie: ,,Mensen in een monocultureel keurslijf willen dwingen is een kruistocht die gedoemd is te mislukken'' (Opiniepagina, 1 februari). Hierop zijn vele reacties binnengekomen, waarvan er hier enkele worden geplaatst. Doen allochtonen onvoldoende moeite zich een plaats in de Nederlandse samenleving te verwerven, of moeten de autochtone Nederlanders het zichzelf aanrekenen dat nieuwkomers niet integreren?

Periodiek flikkert de discussie over toestand en positie van de allochtonen weer op, om na korte tijd als een strovuur weer uit te doven. Twee jaar geleden was het Paul Scheffer die met een artikel in NRC Handelsblad over het multiculturele drama dat zich in Nederland aan het voltrekken is, de knuppel in het hoenderhok wierp. Thans zijn het opmerkingen van CDA-leider Balkenende en minister Van Boxtel, en de ongenuanceerde uitlatingen van Pim Fortuyn over de islam, islamieten en allochtonen die de discussie over de problematiek weer hebben aangezwengeld.

Waar gaat het om? Paul Scheffer formuleerde het destijds zo: ,,Wie alle beschikbare gegevens overziet, komt tot een ontnuchterende conclusie: werkloosheid, armoede, schooluitval en criminaliteit hopen zich op bij de etnische minderheden. Het gaat om enorme aantallen achterblijvers en kanslozen, die de Nederlandse samenleving in toenemende mate zullen belasten.'' Diens woorden worden met de dag meer bewaarheid.

Onlangs berichtten de media dat bijna honderd procent van de berovingen in Rotterdam op het conto van immigranten van Marokkaanse en Antilliaanse herkomst moeten worden geschreven.

Hoewel het hier om een allochtoon probleem gaat, wordt de mening van de betrokkenen over een mogelijke oplossing niet gevraagd. Dr. Cherribi, zelf van Marokkaanse huize, die destijds suggereerde de jongelui die zich misdragen naar het land van herkomst terug te sturen (een voorstel waarmee vrijwel elke Marokkaan zich zou kunnen verenigen), werd geschrapt van de kandidatenlijst van de VVD voor de komende Tweede-Kamerverkiezingen. Zelf word ik steeds met hoongelach begroet zodra ik in VVD-verband pleit voor het uitzetten van de Antillianen die zich misdragen (een maatregel die overigens door de meerderheid van de gezagsgetrouwe allochtonen wordt onderschreven). Het toverwoord van de beleidsbepalers om het hoofd te bieden aan de problemen wás en is integratie. Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, formuleerde het destijds zo in een artikel in de Volkskrant: ,,Voor de immigrant zal er uiteindelijk geen andere keuze zijn dan de integratie in de Nederlandse samenleving. Er is geen basis voor een succesvol bestaan op eigen kracht.'' Integratie, akkoord. Maar hoe? Op welke wijze? Met volledige afstand van het eigene, zoals geschiedde door de Indische Nederlanders, die na de Tweede Wereldoorlog massaal naar Nederland kwamen en volledig werden geabsorbeerd door en geïntegreerd binnen de Nederlandse samenleving, of met behoud van het eigene, zoals bij de joden voor de Tweede Wereldoorlog het geval was? Ziedaar het dilemma.

Frits Bolkestein gaf in een artikel (NRC Handelsblad, 20 mei 2000) getiteld: `Niet marchanderen met de Verlichting' een nieuwe dimensie aan het debat. ,,Het integratiebeleid de afgelopen tien jaar'', betoogde hij, ,,heeft nauwelijks vooruitgang geboekt.'' En vervolgens: ,,Het is mijn overtuiging, dat [...] rationalisme en humanisme een aantal fundamentele politieke beginselen hebben voortgebracht, die onlosmakelijk zijn verbonden met de idee van de liberale democratie. Scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, verdraagzaamheid en non-discriminatie zijn beginselen die weliswaar producten van de Europese geschiedenis zijn, maar waarvoor het liberalisme universele geldigheid en waarde claimt. Zij zijn voortgekomen uit de Verlichting.'' Hij concludeert dat de islam op deze punten een povere staat van dienst heeft.

Als ik Bolkestein goed begrijp is het dus de islam die de integratie bemoeilijkt, omdat de leerstellingen van deze religie niet zouden sporen met de liberale verworvenheden van de Verlichting.. Ik vind steun voor deze interpretatie bij de woorden van de schrijver die verderop in zijn artikel stelt dat de immigrant slechts dan welkom is, als hij bereid is genoemde fundamentele waarden te onderschrijven. Dus: take it or leave it. Pim Fortuyn gaat een stapje verder: de grenzen moeten dicht voor aanhangers van de islam.

Is dit alles niet zwaar overtrokken? Bij mij rijzen de volgende vragen: Waar, wanneer en op welke wijze heeft de islam zich in Nederland verzet tegen deze beginselen, of überhaupt tegen de integratie? Wordt niet een al te grote betekenis toegedicht aan de invloed of macht van de islam? Hoe valt dan te verklaren dat de islam in de landen met een overwegend islamitische bevolking zoals Turkije, nauwelijks een rol van betekenis speelt? Is het niet zo dat de lieden die zich verzetten tegen de scheiding van kerk en staat en de erkenning van andere grondrechten ook in islamitische landen te vuur en te zwaard worden bestreden en nauwelijks voet aan de grond krijgen? Op welke wijze zou de islam de integratie van de geloofsgenoten in Nederland kunnen belemmeren of beletten, zo hij dat al zou willen? Wij weten toch dat de islam geen monolitische organisatie is zoals het katholicisme, dat een centrale autoriteit heeft die voorschriften geeft voor het gedrag en het handelen van de geloofsgenoten? En mag ik partijgenoot Bolkestein, en allen die zo over de zaak denken, eraan herinneren dat Spanje, toen de aanhangers van de islam er de scepter zwaaiden, een tolerantere samenleving was, waar de door hem en door mij zozeer gekoesterde liberale beginselen al werden beleefd en beleden, dan toen de katholieken er de macht overnamen? Men denke slechts aan de Inquisitie en Tachtigjarige Oorlog. En tenslotte: waren het niet de aanhangers van de islam die Aristoteles voor ons toegankelijk maakten, op wie de latere filosofen van de Verlichting konden voortbouwen?

Neen, de verloedering die zich bij de immigranten voltrekt heeft niets te maken met de islam of met een gebrek aan of verzet tegen integratie. Zij is geen religieus of cultureel, maar een maatschappelijk vraagstuk. Het zijn paupers die naar Nederland werden gehaald om eenvoudige arbeid te verrichten. Paupers die in eigen land naar alle waarschijnlijkheid op de onderste treden van de maatschappelijke ladder zouden zijn blijven steken. Paupers die volkomen lak hebben aan de regels van de islam of welke regels dan ook en die zich vastklampen aan het eigene uit onwetendheid, of omdat zij niet beter kunnen. De Antilliaanse jongeren die de steden onveilig maken en tiranniseren en weigeren zich aan te passen aan de Nederlandse waarden en normen behoren toch ook niet tot de islam? Zij zijn onvervalste voortbrengselen van de Nederlandse cultuur, net als de hooligans die de voetbalstadions terroriseren. Maar in eigen land waren het paupers en leefden ze in getto's, en zij zetten dat leven hier rustig voort omdat zij niet beter weten en niet beter kunnen. Daar kan geen enkele integratiepolitiek iets aan veranderen. Inburgeringscursussen, een tolerante houding, begrip voor hun achtergrond en verleden of lankmoedigheid zijn aan deze lieden niet besteed.

Met het vorenstaande wil niet gezegd zijn, dat naar mijn oordeel de aanwezigheid van grote groepen mensen met een afwijkende cultuur niet het zaad in zich bergt van ontwrichting van de samenleving op de lange termijn. Maar de schuld voor de ontkieming zal niet liggen bij de immigranten, maar bij de beleidsbepalers die weigeren de mening te vragen van degenen die het zouden kunnen weten. Voorbeelden voor hoe het niet moet, zijn er te over. Om dicht bij huis te blijven: destijds werden grote groepen immigranten naar Suriname gehaald om te voorzien in de behoefte aan goedkope arbeidskrachten, namelijk Hindoestanen en Javanen en in mindere mate anderen. Daarbij werd niet gelet op culturele affiniteit met de toenmalige bewoners maar op beschikbaarheid. Zij werden ondergebracht in desa's (een andere naam voor getto) gevormd op basis van etniciteit, en aangemoedigd en gesteund om vast te houden aan de eigen taal en cultuur; ja zelfs om hun eigen scholen te stichten. Zij hebben het geweten, ook daar in dat land. Er ontwikkelde zich een gesegmenteerde samenleving waar, in de woorden van de Surinaamse socioloog Rudi van Lier, ,,the people mix but do not combine''. Politieke partijvorming op basis van ras; geen gemeenschappelijke taal, geen solidariteit, geen nationaal gevoel, geen gemeenschappelijke cultuur. Zij hadden een geluk bij een ongeluk: een sanctuarium in Nederland waarheen zij massaal konden trekken toen de onafhankelijkheid eraan kwam. Wordt het niet tijd om alvast uit te kijken naar een sanctuarium voor de toekomst?

Mr.dr. W.R.W. Donner is oud-hoogleraar economie en schrijver. Hij is afgevaardigde voor Rotterdam naar de algemene vergaderingen van de VVD.